Martin Valcke
Troost is nabijheid
Marleen: Dag Martin, je bent de laatste. Je bent de negende, hè. De negende mens, de vierde muzikant die ik zal interviewen naar aanleiding van het project over troost en schoonheid.
En mijn eerste vraag is: wat is troost voor u?
Martin: Troost is voor mij nabijheid. Nabijheid en communicatie. Nabijheid in de zin van: zoals een verpleegster zorgt voor iemand. Het is niet de verpleegster of de dokter die maakt dat je geneest, dat doe je zelf, je lichaam doet dat.
Maar die nabijheid van iemand die jouw wonden verzorgt, denk ik, ja, helpt heel veel bij het proces. Je kunt uw wonden ook zelf verzorgen. Of om dan toch maar in termen van onze dochter te spreken: wanneer een moeder net bevallen is of doodop is door slaaptekort, is het wel fijn dat er een vroedvrouw haar even verzorgt of haar eten komt brengen. Dat ze dat allemaal niet zelf moet doen. Zo zie ik troost, in die nabijheid.
Marleen: Eigenlijk is dat wel de vergelijking van de fysieke troost … naar de mentale troost? Is er een verschil?
Muziek zonder omweg
Martin: Nee, want dat is wat ik ook ervaar. Bijvoorbeeld door troost via kunst. Dat is voor mij ook een heel grote nabijheid.
En ik heb dit altijd het meest ervaren bij muziek, omdat muziek voor mij heel direct is: er is geen tussenweg via woorden of via de ratio of via concepten, of zo.
Door die directheid heeft muziek voor mij ook een heel grote nabijheid. Er is geen omweg. Er wordt niet gefaket in het contact.
Dus muziek die mij aanspreekt — er is dus ook muziek die mij niet aanspreekt — is, denk ik, voor mij eigenlijk sowieso een soort nabijheid, maar misschien ook altijd een soort troost.
En dat hoeft niet altijd via melancholie te zijn, want het is natuurlijk daar waar we het meest aan denken. Als ik mijn vergelijking doortrek van de verpleegster, dan is er een wonde, dan moet die verzorgd worden. En dan denk je misschien: oké, ik voel mij emotioneel niet goed, dus ik heb wel wat behoefte aan troost in de muziek. Dus ik heb een soort wonde of een pijntje en dat moet verzorgd of geheeld worden. Dat is natuurlijk een vorm waarin troost via muziek bijvoorbeeld kan bestaan.
Maar wat ik daarnet zei: in nabijheid zit voor mij ook communicatie. En communicatie is iets dat mij heel blij maakt. Communicatie met mensen. Wanneer ik naar muziek luister waar ik van hou, voel ik mij aangesproken, voel ik communicatie. En dus kan troost iets heel blijs zijn.
Marleen: Blij zijn of blij maken?
Martin: Beide.
Troost of afleiding?
Marleen: En wat is dan troost niet? Of wat is soms de verwarring rond troost? Of is dat iets dat je niet kent?
Martin: Ja, inderdaad, soms is troost voor sommige mensen zoiets als een doekje tegen het bloeden, iets dat niet helpt. Een soort van … zoals troosteten, of een ontwijkingsmechanisme. ‘Ik ga even naar een film kijken.’ Maar als de film gedaan is, ben je niet veel verder, wanneer je verdriet hebt bijvoorbeeld.
Alhoewel, soms kan dat ook wel zijn van: oké, ik heb nu even geen goesting om te denken aan wat mij bezighoudt of wat voor mij moeilijk is, ik ga gewoon eens naar een film kijken. En soms geeft u dat ook weer energie, om er even uit te stappen. Maar het is niet die film die uw probleem oplost natuurlijk. Of dat lekkere eten. Ik zie het niet als een soort ontwijkingsmechanisme, ik ben er helemaal niet mee bezig op die manier.
Marleen: Hoe belangrijk is troost in uw leven?
Martin: Heel belangrijk, omdat communicatie voor mij zo heel belangrijk is, en omdat, door wie ik ben, de communicatie met mensen soms ook moeilijk gaat. Met sommige mensen klikt het heel goed, met anderen helemaal niet. En ik zou natuurlijk het liefst hebben dat je met iedereen kunt spreken, maar het is de realiteit van het leven dat dat niet zo is.
Dus ja, het is heel belangrijk te kunnen communiceren. Dat is wat mijn eigen muziek voor mij ook is, denk ik. Ik vraag mij al heel mijn leven af waarom ik componeer. En ik blijf het maar doen. En ik denk dat dat een soort drang of noodzaak tot communicatie is. Dat is zo fundamenteel bij mij.
Componeren als communicatie
Marleen: Dan is die communicatie echt een taal, hè, daarom nog niet met woorden. Maar in uw geval is het het componeren van muziek. Een verbinding via de muziek, via taal. Is dat schoonheid?
Martin: Dat is zeker schoonheid. Voor mij is schoonheid iets als een soort licht. Ik ben heel veel bezig met wat het licht is.
Marleen: Schoonheid is als licht, of wat zeg je?
Schoonheid als licht
Martin: Ja, als licht in de donkerte. Wanneer ik iets mooi vind, dan is het alsof er een licht aangaat. Iets dat je zodanig aanzuigt. Dingen die lelijk zijn voor mij, daar ben ik eigenlijk ook niet zo mee bezig. Dat passeert.
Schoonheid zit in alles, hè. We denken bij schoonheid vaak aan dingen die gemaakt zijn door de mens, aan kunstwerken. Met de jaren heb ik geleerd schoonheid in alles te zien en in alles te waarderen.
In de gewone … — banaliteit is een lelijk woord — in de gewone dingen van het leven. In de natuur. In de zon die door de bomen schijnt. De verschillende soorten planten die in de tuin staan. Alle verschillende soorten groen ten aanzien van elkaar. Ik vind dat allemaal heel schoon. Schone mensen. Mensen voor wie ik heel veel appreciatie heb en van wie ik vind dat zij een schoon karakter hebben. Dan gaat het weer over communicatie natuurlijk, omdat je daar schone ervaringen mee hebt. Dat is ook schoonheid. Schoonheid zit eigenlijk in alles.
Marleen: Schoonheid is niet iets wat we maken. We maken iets mooi. Schoonheid is niet iets dat we maken, maar schoonheid kun je zien in alles, in de dingen rondom u. Schoonheid is niet rechtstreeks gelinkt aan kunst, maar eigenlijk veel meer aan het leven. En aan het leven waarin er een verbinding is in communicatie. Mensen zijn mooi omdat je er een mooie verbinding mee hebt.
Martin: En bijvoorbeeld dat je over iemand kunt zeggen, iemand die schoon is: ‘Dat is een schone vrouw.’ Dat heeft niks met absolute normen te maken. Het is ook vaak wat die persoon uitstraalt. Dan is dat inderdaad ook weer communicatie.
Marleen: Terwijl er wel absolute normen zijn, maar dat is iets objectiefs. Maar dan heb je waarschijnlijk ook nog een subjectieve ervaring van die schoonheid. Want iets straalt voor de ene persoon misschien anders uit dan voor de andere.
Martin: Wat zijn dat dan, die normen? Dat is dan iets wat de maatschappij heeft opgelegd, of whatever. Het zijn ook normen die altijd veranderen. De schoonheidsnormen zijn nu anders dan op de schilderijen van Rubens.
Dat is allemaal zo heel subjectief, en dat is ook mijn karakter: ik heb me nooit beziggehouden met wat de normen zouden moeten zijn, wat dan mode is, waarom ik elke zomer een nieuwe garderobe zou moeten kopen omdat die dan in de mode is, al die normen …
Voorbij de mode
Marleen: Ik moest toch aan dat woord ‘mode’ denken, want in de kunst hebben we natuurlijk ook iets modisch, net zoals in veel andere sectoren. Maar er is toch … Ja, dan kun je de vraag stellen waarom er zoveel mensen zijn die Bach over zoveel jaren heen mooi vinden. Dus er moet toch ergens een link zijn met iets universeels dat losstaat van een modisch karakter, dat verbonden is aan een tijd. Terwijl Bach helemaal componeert in een barokstijl — en dat is modisch, barok — maar in wat hij schrijft toch wel het barokgenre overstijgt.
Martin: Net met dat modische, waarover ik sprak, ben ik niet bezig. En in het geval van Bach weet ik niet of hij daar ook mee bezig was, want hij was in zijn tijd gewoon een oude sok. Zijn zonen schreven veel moderner dan hij. Hij was eigenlijk al voorbijgestreefd in zijn tijd. Modisch gezien, hè? De rococo en het classicisme kwamen er al aan.
Dus inderdaad, de schoonheid van de muziek van Bach zit niet in dat modische of in de normering. Ze komt volledig uit hemzelf. Dus heeft ze ook iets … Het heeft in zijn geval ook te maken met een heel grote bezieling en een verbinding met het religieuze. Of, als ik het groter opentrek, met het mystieke, met een niet-zintuiglijke werkelijkheid. En daarin ligt voor mij heel veel schoonheid. Ik zou eigenlijk durven zeggen: voor mij is schoonheid liefde. En liefde is net datgene wat … ja, wat niet-zintuiglijk is, hè. Ik denk dat ik in alles wat ik schoon vind ook liefde ervaar. En dat is dan iets heel puurs, wat ik al heel mijn leven probeer te vangen in mijn muziek.
Schoonheid is liefde
Marleen: Ja, de link die je legt tussen schoonheid en liefde, die kunnen we, denk ik, ook gemakkelijk terugkoppelen naar troost. Is er een relatie tussen die schoonheid en troost? En waaruit bestaat die relatie?
Je hebt al gezegd dat schoonheid of troost geen consumptie van iets mag zijn, geen doekje tegen het bloeden, een film om even niet bewust te zijn of niet geconfronteerd te worden met de realiteit van de dingen. Maar is er dan een relatie tussen schoonheid en troost die dat consumptieniveau overstijgt?
Martin: Ik geniet heel erg van de zintuiglijke werkelijkheid, bijvoorbeeld van het kijken naar de natuur. Maar ik ervaar nog heel veel meer schoonheid in de niet-zintuiglijke werkelijkheid. Daar wordt het moeilijk, hè? Omdat woorden dan wel wat tekortschieten, voor mij toch.
Marleen: Beschrijf eens uw niet-zintuiglijke werkelijkheid?
Martin: Dat is voor mij dan ook iets … dat te maken heeft met iets hogers, noem het een God of een bewustzijn, of al de woorden die in alle religies zijn gebruikt. Het is iets wat ik heel sterk ervaar, en dan vooral in muziek. Het is voor mij heel duidelijk dat er muziek is die dáárover spreekt, zoals Bach.
En dat er ook muziek is die het heel expliciet over de zintuiglijke werkelijkheid heeft, zoals bijvoorbeeld funk. Dat is gewoon pure seks. Ik ervaar niets mystieks of zo in funk, maar het is ook zo heerlijk. Zoals het ook zo heerlijk is om lekker te eten.
Misschien overstijgt dat voor veel mensen ook het puur zintuiglijke. De finesse van smaken, bijvoorbeeld. Dat is bij mij nu niet zo expliciet, maar ik heb dat dan in muziek.
De zintuiglijke en niet-zintuiglijke weg
Marleen: Terwijl muziek beluisteren of muziek spelen, zelfs muziek maken, een vorm van zintuiglijk vermaak of een zintuiglijke handeling is. In datgene wat muziek representeert, overstijgt ze vaak die zintuiglijke werkelijkheid.
Martin: Ja, dat is zoals bij ons. We zitten in een lichaam, maar wij kunnen ook reflecteren over het niet-zintuiglijke.
Marleen: Ja, dus het lichaam is muziek.
Martin: Het lichaam is het fysieke muziek maken, spelen op een instrument of zingen, of whatever. Dat is het magische …
Marleen: … het verhaal is het niet-zintuiglijke. Martin: Ja, welk woord moeten we daarop zetten: het verhaal of de inhoud van muziek? Mmm … Dat is zo fijn, dat vanuit die zintuiglijkheid die niet-zintuiglijkheid ontstaat.
Marleen: Terwijl ik u de vraag stel naar ‘waar is de link tussen schoonheid en troost?’, kom je eigenlijk op dat gebied van … de muziek in al haar zintuiglijkheid overstijgt toch op een bepaalde manier iets dat moeilijk te omschrijven is, en dát is wel troostend.
Martin: Muziek ‘overstijgt’ klinkt misschien een beetje denigrerend. Want als we het hebben over funkmuziek of over goede latin, die voor mij heel echte fysieke, corporele muziek is die ons aanspreekt in ons lichaam, waardoor je goesting krijgt om te bewegen, om te feesten …
Marleen: Dat kan trouwens ook goed zijn.
Martin: Ja, absoluut! Ik kan zo blij worden van goede latin, van jazz, van funk. Muziek die, vind ik, vanuit lichamelijkheid is gemaakt. En dat is dan misschien cultureel gebonden: voor ons is het overstijgen van de zintuiglijkheid in onze cultuur iets van verstilling. In een kerk zitten of zelfs op de vloer op je knieën zitten, zwijgen … Terwijl men in Afrikaanse culturen danst en percussie, vollegaas percussie, heeft en daardoor tot een trance komt die de zintuiglijkheid overstijgt. Dus door eigenlijk heel diep in de zintuiglijkheid te gaan staan en die te beleven, ontstaat er iets dat daarbuiten ligt. In onze cultuur werd die zintuiglijkheid, of dat lichamelijke, heel erg vermeden, misschien net om ook een soort gevoel of een toestand van trance — hoe moet ik het zeggen? — of meditatie …
Marleen: Onthechting …
Martin: … of zoiets te bereiken.
Twee wegen naar geluk
Marleen: Maar het zijn twee wegen, cultureel anders, maar het zijn wel twee wegen die leiden tot een … ja, tot wat? Tot een vorm van gelukservaring of troost?
Martin: Ja, misschien is de gelukservaring het breedste, omdat troost inderdaad meestal is van: er is iets niet oké …
Marleen: Er is een lijden.
Martin: Er is een lijden, inderdaad, en hoe kunnen we daaraan tegemoetkomen? Hoe kan ik in de nabijheid gaan staan van iemand om troostend te zijn, om te helpen? En dat hoeft niet altijd in die verstilling te zijn. Je kunt ook iemand uitnodigen: kom maar een keer goed dansen vanavond. Kom maar eens uitgaan, eens naar een salsabar of zo, want het is daar vollegaas muziek. Kom maar een beetje tequila drinken en heel de avond dansen. Ik denk dat dat heel troostend kan zijn. En dat dat geen doekje voor het bloeden is, of een soort …
Marleen: Eerder een ontlading.
Martin: Ja, of nieuwe energie opdoen. En dat is wat ik ook heb. Ik hou heel erg van de verstilling. Ik hou ook heel erg — ik ga nu niet naar een salsabar — van bijvoorbeeld die latinmuziek of die funk of die jazz, omdat dat mij net in mijn lichaam voedt. Maar het staat voor mij ook niet zo heel erg tegenover elkaar, omdat verstilling of stilte voor mij ook energie is.
Stilte in de muziek
Martin: En dat is waar ik de laatste jaren mee bezig ben, maar waar ik eigenlijk nog geen antwoord op heb: ik ben zo gefascineerd door de stilte in de muziek. Dus niet de stilte voor of na de muziek, die heel krachtig is. Ligeti begint bijvoorbeeld zijn partituren met een maat rust, of schrijft na de laatste noot nog een maat rust met een fermateteken erop. Dus de anticiperende stilte of de naresonerende stilte.
Marleen: Maar er is nog een derde vorm van stilte: de stilte in de muziek.
Martin: Dus in de klank.
Marleen: De stille klank?
Martin: Nee.
Marleen: Niet de ‘piano’-klank.
Martin: Nee, nee. En dat is bijvoorbeeld — omdat je over Bach spreekt — dat ik vind dat hij vaak heel veel stilte heeft in zijn muziek. Het is een soort van … ik weet niet of ik dat woord mag gebruiken: nirwana. Iets waar je naar streeft, voorbij alle strubbelingen en problemen. Een soort gelijkmoedigheid. Een soort van …
Marleen: … mentale stilte in de klank?
Martin: Een constant geluk of zo. Is dat niet waar het nirwana voor staat?
Marleen: Geluk daarom niet, eerder vrede, zoiets, ja.
Martin: Zoiets, ja. En dat je dat bijvoorbeeld bij Bach ervaart, terwijl de muziek beweegt.
Maar vaak — zijn muziek is vaak retorisch, zijn passies, dat is pure barokke retoriek — schrijft hij ook stukken waarin er eigenlijk niets gebeurt. Ik bedoel, het is altijd geniaal geconstrueerd, maar er is geen retorisch gebeuren. Eigenlijk gebeurt er niks van begin tot einde. Het is gewoon een soort toestand van zijn. Neem een van zijn dansen uit zijn suites of zo. Er gebeurt niks. Het is contrapunt.
Marleen: Er is geen actie?
Martin: Het is geweldig geconstrueerd met contrapunt, dus het heeft iets heel abstracts, gemaakt vanuit zijn hoofd, maar het is nooit leeg bij hem. Want je kunt met al die technieken die Bach gebruikt ook zo’n dode, slechte muziek maken. Dus daar zit een soort gelijkheid in. En dat bedoel ik: dat is een soort stilte in de muziek.
En dan ben ik terug bij het licht. Licht is ook iets dat, als je kijkt naar zonlicht dat schijnt, precies is alsof er niets gebeurt, maar dat zijn ook trillingen. Muziek is natuurlijk ook trilling, het is de lucht die trilt.
Het is een beetje zoiets: er gebeurt iets, er is beweging, de lucht trilt van de muziek. Maar toch ervaar je daarin een stilte. Ik hoop dat ik in mijn leven nog één stuk kan schrijven waarin dat komt, waarin dat lukt. Ik weet nog niet of het gaat lukken.
Marleen: Je probeert het alleszins al schoon te omschrijven. Martin: De stilte is voor mij niet: niks doen. Ze is eigenlijk energie. Misschien is dat waar we naar streven als we ons best doen om te mediteren. Dat is ook iets: dat je in een soort hogere energie gaat, een hogere trilling. Misschien is dat ook wat schoonheid is: net die hogere trilling, of iets dat u daarnaartoe brengt.
Marleen: Ervaar je dat dan tijdens het componeren? Het is te zeggen: ervaar je die energie van stilte, of die energie van … vrede of geluk … of troost?
Martin: Ja, eigenlijk wel.
Marleen: Tijdens het componeren, in het maken?
Componeren als afstemming
Martin: Ik ben vaak heel erg ontroerd. Dat klinkt misschien heel pretentieus, van: ‘Oh, wat ben ik ontroerd?’
Marleen: Ontroerd van uzelf ;-)
Martin: … van wat eruit komt ;-) Want bon, ik maak dat, ik schrijf die bolletjes op die lijntjes en alles. Maar het is natuurlijk echt iets dat je krijgt. Niet denken als componist dat dat van u is. Het is een heel groot associatief proces dat gevoed wordt door zoveel andere muziek, door alle muziek die ik in mijn leven al heb gespeeld of gehoord of gelezen. Daar komt dan weer iets nieuws uit.
De volgende gedachte is niet van mij. Iemand, ik weet niet meer wie, gaf me de metafoor dat er rond de aarde precies een soort energetische laag is, gelijk een internet waarop je soms inlogt. Dus dat is er. En soms komt het door, en soms ook niet. En als ik componeer, moet ik mij eerst afstemmen. Ik moet mij eerst wel in een soort mood brengen. Ik moet beginnen te werken. Ik moet materiaal uitproberen, aan de piano zitten, spelen, knutselen. En ineens komt daar iets uit waar ik van verschiet. ‘Ja, ik ben er, het is er.’
Marleen: En dan is de verbinding met de wifi goed, of soms ook niet.
Martin: En dan is dat zo’n heen-en-weergaan: opnemen wat daaruit komt, daar technisch iets mee doen en tegelijkertijd weer afstemmen: klopt het nog? Het is niet moeilijk om te componeren, we hebben zoveel systemen. Je kunt zo rap iets in elkaar knutselen.
Marleen: Zelfs AI kan het.
Martin: Nou, gelukkig niet. Maar openstaan voor die heel hoge trilling, dat is iets wat tijd vraagt voor mij. En het leren herkennen.
En ik heb meestal de ervaring: als het mijzelf iets doet, dus mij misschien troost tijdens het creatieproces, dat het meestal ook wel iets voor andere mensen is. Ik zeg niet voor iedereen. Ik kan niet beweren dat ik heel universele muziek schrijf.
Marleen: Maar je toetst het dan toch wel af met jezelf, of zoiets? En als het uzelf raakt, dan is de kans groot dat het niet alleen uzelf raakt.
Martin: Dat is mijn norm, eigenlijk, ja.
Wat mij raakt, blijft
Martin: En als het mij niets doet, als ik iets uitprobeer — ik zeg maar iets — als ik iets construeer met contrapunt of zo omdat ik vind dat die manier van schrijven in een bepaalde context misschien wel past, omdat mijn verstand mij dat zegt, ja, dan gebeurt het ook. Ik construeer dat, en technisch is dat allemaal oké, maar het doet mij niets. Dan gaat dat de vuilbak in.
Marleen: Ja.
Martin: Dat hou ik zelfs niet bij.
Marleen: Zoals confectiekleding of zoiets.
Martin: Ja, gewoon. Het is niet omdat het goed gemaakt is dat het goed is, hè. En dan ben ik weer bij mijn punt dat muziek voor mij zo direct is. Het is niet omdat het goed gemaakt is … Mensen proberen bijvoorbeeld de kracht, de schoonheid of de expressie van Bach toe te kennen aan het feit dat het allemaal zo technisch perfect gemaakt is. Daar zit het niet in. En het is ook niet technisch perfect. Men heeft bepaalde systemen ontwikkeld waaraan Bach helemaal niet beantwoordt. Het zit eigenlijk ook vol fouten, en dat maakt het zo goed.
Marleen: Volgens de technische norm.
Martin: Volgens de regeltjes die achteraf zijn opgesteld. Dat maakt ook niet uit.
Noblesse en eerlijkheid
Martin: Maar iemand die mij, zoals je weet, al heel mijn leven aanspreekt, is Beethoven. En ik vind Beethoven even … ik ga niet zeggen ‘religieus’. Ik weet niet welk woord ik daarop moet plakken … ik wil misschien zeggen: die hogere trilling.
Marleen: Spiritueel?
Martin: Spiritueel, geestelijk, ja. Hij staat daarbij voor mij op hetzelfde niveau als Bach. En wat mij altijd in hem heeft aangesproken, is zijn noblesse. Beethoven liegt nooit. Hij kan niet liegen. En dat is voor mij ook schoonheid, die noblesse.
Marleen: Liegen als in … niet verbonden met zichzelf, of …?
Martin: Ja, of zo … faken in de muziek. Je hebt ook muziek die kan faken, die gemaakt is om mensen te verleiden. Dat je voelt: je probeert me hier te verleiden, je probeert me binnen te doen, je probeert me hier iets te verkopen. Je hebt ook zoveel muziek, hè? Bij Beethoven is dat nooit, nooit. Hij heeft het geprobeerd, hij heeft geprobeerd dansmuziek te schrijven. Dat is gewoon van de slechtste muziek die hij heeft gemaakt. Omdat hij daar zichzelf niet in is en probeert iets te doen om geld te verdienen. En die noblesse is voor mij heel expliciet schoonheid. Je kunt het misschien omdraaien: schoonheid is noblesse … is eerlijkheid.
Marleen: Ja, schoon. Ik vat het eens samen. De dingen hebben allemaal verband met elkaar. Er is een schone relatie tussen troost, wat voor jou eigenlijk verbinding en communicatie is, en de schoonheid in die communicatie. Schoonheid, die eigenlijk een energie is die even goed ook in de stilte bestaat.
Martin: Het is iets heel eerlijks. Direct, zonder omwegen … voor mij. Ik weet dat dit voor andere mensen anders is. En voor mij persoonlijk gaat het over de twee wegen, over de zintuiglijke weg en over de niet-zintuiglijke weg. Ik voel me uiteindelijk veel meer aangesproken door de niet-zintuiglijke weg.
De andere weg voel en waardeer ik heel sterk, maar ik heb nog nooit de behoefte gehad om een album met salsanummers te schrijven. Als ik begin te componeren, zit ik altijd direct in de andere piste.
Marleen: Ja, net zoals Beethoven geen dansen kan schrijven.
Martin: Ik ben gelukkig nog niet doof.
Marleen: Is het belangrijk dat je je authentieke taal kent en dat je daarin niet leugenachtig bent of verleidt, maar gewoon spreekt vanuit wie ge zijt? Dat heeft ook zijn begrenzingen?
Martin: Absoluut.
Marleen: We zitten ofwel veel meer in de fysieke, lichamelijke taal, ofwel veel meer in de geestelijke, spirituele taal. Waar Beethoven zich thuis voelde, maar ook Bach. Ligeti … Wil je daar nog iets aan toevoegen?
Ik heb ook nagedacht over wat kunst voor mij eigenlijk is. Ik vind dat heel moeilijk.
Kunst die verheft
Marleen: Wat ik in de vorige gesprekken, maar ook in dit gesprek hoor, is: er is eerlijke kunst en verleidende of minder eerlijke kunst. Eerlijke kunst is kunst die verbindt met de mens die je bent. Maar de vraag is dan of er ook geen kunst is, iets dat pretendeert schoonheid te zijn, maar dat geen kunst is, dat dan kitsch is.
Martin: Ik zou het voor mij misschien zo samenvatten: kunst is iets dat mij beter maakt dan wat ik ben.
Marleen: … overstijgt …
Martin: Of mij verheft. Dat is wel een heel ouderwets woord dat we niet meer gebruiken. Dat klinkt ook zo bijbels. Tegelijk hou ik ook van kitsch, hè.
Marleen: Ah ja, welke kitsch bijvoorbeeld?
Spel, kitsch en gezelschap
Martin: Eh … bijvoorbeeld van kitscherige schilderijen, daar kan ik enorm genieten.
Marleen: Het zigeunermeisje met de traan?
Martin: Zo’n dingen … Maar ik heb daar niet dezelfde ervaring mee als met de Mattheuspassie. Dat zit dan bij de zintuiglijke werkelijkheid. En we moeten ook weer oppassen: we mogen niet zeggen dat salsa kitsch is, absoluut niet. Ja, ik weet het niet, maar kitsch is voor mij dan zo’n soort spel. Een spel is meestal niet direct. Je speelt een spel, dus je doet u voor als iemand anders of iets anders.
Marleen: Volgens een code, een bepaalde code die je hanteert.
Martin: Voilà, dus je bent een personage binnen dat spel. Dus dat is niet eerlijk, maar het is ook niet oneerlijk in een negatieve zin.
Een spelende mens, dat ben ik ook. Ik speel ook graag toneel. Of ik speel ook graag muziekjes die mijzelf niet zijn. En dus in die zin vind ik kitsch wel heel leuk. Maar dat maakt mij niet beter, zo’n spelletje. Ik word ook niet beter van een kaartspel. Maar ik hou van het gezelschap als we kaarten, van het plezier. Dat is ook troost. En dan gaat het weer over communicatie, over bij andere mensen zijn met wie je het goed kunt vinden. En dat je samen vrolijk kunt zijn en eten en drinken en kaarten of een ander spelletje spelen.
Maar als ik luister naar Beethoven bijvoorbeeld, of naar de Mattheuspassie, dan voel ik mij uit mijzelf gehaald en ergens anders geplaatst. En ik ga zelf nooit een Mattheuspassie kunnen schrijven. Ik kan dat niet.
Marleen: Je kunt dat wel ervaren, maar je kunt dat niet zelf schrijven.
Martin: Nee, dat is mijn weg ook niet. Als je als componist begint — en daarom heb ik ook gekozen voor muziek — dan is dat net omwille van die grote begeestering die ik voelde door muziek. Dat ik daardoor, door die muziek, ergens op een plaats werd gezet waar ik zelf in het leven niet stond. Iets voedde mij heel erg en stuurde mij vooruit. En elk nieuw stuk dat ik leerde kennen, bracht mij weer op een nieuwe plaats. Maar dat wil daarom niet zeggen dat ik dat zelf kan.
Marleen: (lange stilte)
Martin: Heb jij nog vragen voor mij?
Marleen: Heb jij nog vragen voor mij ;-)
Nee, ik ben misschien gewoon nog een beetje aan het wachten op zo’n korte, samenvattende synthese of zoiets … Maar je hebt de dingen al heel schoon uitgelegd, en je komt telkens wel terug op hetzelfde, hè. Wat schoon is, is dat je ook zo geen omlijnde — dat hoor ik bij niemand eigenlijk, en dat vind ik bijzonder — criteria, maatstaven of normen hanteert, dat het heel flou mág blijven.
Een vorm die al makend groeit
Martin: Ik heb dat ook geleerd in het componeren. Toen ik begon te componeren, zag ik bij al die grote muziek: amai, dat is allemaal zo goed gemaakt. Dus ik ga eerst een plan maken voor mijn compositie. En dat was heel verstikkend. Ik kon daarin wel werken, maar wat ik daar net zei: het kwam niet. Ik was er zelf niet door ontroerd.
Marleen: Omdat het plan u verstikte of omdat de grote muziek u verstikte?
Martin: Het plan! Het is niet omdat Bach of bijvoorbeeld Beethoven ook een geweldige fuga schrijft, dat een fuga per definitie iets oplevert dat goed is. Kijk maar naar al die schoolfuga’s die geproduceerd worden aan het conservatorium. Dat is niet allemaal grote muziek, dat zijn oefeningen. Dat is leren hoe je je penseel moet vasthouden.
En dus heb ik geleerd om de associatie te durven toelaten in het creatieve proces. En ook toe te laten dat de vorm helemaal niet perfect is.
Marleen: De associatie als een antidotum, een tegengewicht voor het plan?
Martin: Nee, gewoon als een weg. Je kunt op reis gaan en alles vooraf uitstippelen, dag per dag. Dat geeft een veiligheid, je moet niet meer nadenken.
Marleen: Of je kunt van dat plan afwijken.
Martin: Ja, of we zeggen: voilà, we gaan hier vertrekken en we gaan stoppen in Marseille, en ertussen zien we wel. En ja, oké, dan kan het zijn dat je geen goed hotel vindt, omdat je heel de dag op een leuke plaats bent geweest en vergeten bent om je hotelletje te boeken. Maar je bent wel naar een heel leuke plaats geweest die je anders niet had gezien. Dus ik heb meer geleerd om zo te werken, dat het creatieve proces heel associatief is, en dan liever op die manier …
Maar dat die ontroering er komt, of die verrukking van: ja, het doet mij iets, wat ik hier aan het maken ben doet mij iets. Dat vertelt mij een verhaal.
Marleen: En dat had je niet kunnen plannen. Dat zat niet in het plan. Dat komt naar je toe.
Martin: En dat wil niet zeggen dat mijn muziek niet gestructureerd is. Ik vind het belangrijkste bij componeren net dat het iets met u doet, daarom heb ik voor muziek gekozen. Dat is het allerbelangrijkste. Maar wanneer het dan gaat over de techniciteit van componeren, vind ik het allerbelangrijkste: vorm! Maar daarom geen vooraf opgelegde vorm, wel een vorm die al makend groeit.
Marleen: Die toelaat om ervan af te wijken.
Martin: Ja, of een vorm die … Dat zei je daar net: in al de interviews is er niemand die zo …
Marleen: Ja, die vastomlijnde definities geeft, die kaders poneert … waar een binnen- of buitenkant aan is.
Martin: Zoiets, ja … Ik denk dat ook alle grote vormen in onze muziek zo zijn ontstaan. Er is niet één componist die gezegd heeft: ik zal vandaag de sonatevorm uitvinden. Die is over de jaren heen, over decennia, gegroeid tot een werkbare vorm. En als we dan kijken naar al die sonates die in die vorm zijn geschreven, zien we dat die vorm altijd anders gebruikt wordt. Er zijn geen twee dezelfde. En dat is heel fijn, een heel rekbaar kader.
Marleen: Misschien is dat ook het kader voor het leven, hè?
Martin: Ja, dat denk ik.
Marleen: Niet alleen voor het componeren, maar ook voor hoe we in het leven zouden kunnen staan.
Martin: Dat probeer ik.
Onvoorwaardelijkheid
Martin: Misschien is er nog één woord — ik weet niet of dat alles samenvat — en dat is onvoorwaardelijkheid. Dat vind ik zeer belangrijk. Voor mij is kunst onvoorwaardelijk. In kunst moet niets. Alles mag.
In principe, hè? Als ik schilder — ik kan niet schilderen — dan kun je zeggen: ja, alles mag, ik zal maar een beetje verf op het doek gooien, ik zal kunst hebben. Dat is natuurlijk niet waar. Maar ik bedoel: net het ‘moeten’ kan heel erg verstikken, de voorwaarden kunnen alles verstikken.
Ik vind schoonheid ook heel onvoorwaardelijk. En als je in die verstilling of in die stilte kunt geraken, die zo trilt, dan is dat ook onvoorwaardelijk. Er zijn daar geen voorwaarden meer.
Marleen: Ja, dat is, denk ik, een onvoorwaardelijkheid die toch nog anders is dan de totale vrijheid, de anarchie. Maar meer een onvoorwaardelijkheid die met liefde te maken heeft, denk ik. Met de liefde van het natuurlijke bewegen. De natuurlijke energie. De natuurlijke staat van de dingen.
Martin: Op zich is onvoorwaardelijkheid natuurlijk een voorwaarde ;-)
Marleen: Ook onvoorwaardelijkheid is een voorwaarde, ja, dat is natuurlijk zo.
Martin: Maar het is wat je zegt: onvoorwaardelijkheid is inderdaad geen anarchie, maar het heeft iets te maken met respect. Bijvoorbeeld net in die communicatie: een mooie communicatie is voor mij onvoorwaardelijkheid. Als je met twee mensen communiceert, en er al voorwaarden zijn in de communicatie, dan sla ik dicht, dan haak ik af, dan is het genoeg voor mij. Maar een goed gesprek kan alleen in onvoorwaardelijkheid en wederzijds respect. En dat is voor mij, wat ik zei, schoonheid.
Marleen: Daar hoor ik iets oordeelloos.
Martin: Ja, oordeelloos. Dat is ook troost, om dan terug bij het begin te komen. Troost is onvoorwaardelijk.
Marleen: Ja, dat is mooi: troost is onvoorwaardelijk.
Martin: En daarin zijn schoonheid en troost misschien hetzelfde: ze zijn allebei onvoorwaardelijk. Dat is een ruimte die openstaat, waarin je kunt binnenkomen, waarin je gewoon kunt zijn. Ik denk dat dat de essentie is van troost. Marleen: Dat is mooi. Dat het onvoorwaardelijke raakt, dat het onvoorwaardelijke karakter zowel bij schoonheid als bij troost net de verbinding tussen de twee is. Wauw, dat is mooi.
Martin: We gaan daarmee stoppen.
Marleen: Dat is een mooie melodie om mee af te ronden, vind ik ook. Dankjewel, Martin.
Martin Valcke (1963) is componist, arrangeur en muzikant met brede ervaring in klassieke muziek, jazz, pop en theater. Gedreven om die werelden in nieuwe muziek samen te brengen. Docent aan LUCA School of Arts, Campus Leuven, opleidingen Muziektherapie en Muziekpedagogie. Houdt van het diepgaande en verfijnde, maar evenzeer van het rauwe en ongegeneerd absurde.