Tom Hannes

Toen ik aan Tom vroeg of ik hem enkele vragen mocht stellen over troost en de relatie met schoonheid, antwoordde hij dat hij net een boek heeft geschreven over rouw en dat het woord troost er niet een keer in voorkomt. Merkwaardig toch, dat het niet zomaar evident is dat wanneer je het over verlies en rouw hebt, je het ook over troost moet hebben. Deze prikkelende gedachte maakte mij heel erg nieuwsgierig naar ons gesprek.

Er is leed

Marleen: Dag Tom, jij hebt een boek over rouw geschreven. Gaat het over troost?

Tom: Ik dacht oorspronkelijk dat het woord troost er helemaal niet in voorkwam.

Marleen: Ik heb er toch een paar gevonden. Maar ik denk dat het boek heel erg over troost gaat, zonder dat je het woord gebruikt. Wat ik ook in uw boek heb gelezen, is wat geen troost is. Maar misschien moeten we beginnen bij wat de betekenis is van troost en wat er te troosten is? Wat is er in het leven dat zoveel pijn doet dat je op zoek gaat naar troost? En waarom heb je er een boek over geschreven?

Tom: Ik heb een boek geschreven over rouw na partnerverlies. En rouw is een van de vormen van menselijk leed op aarde. Als je nu vraagt waarvoor we moeten getroost worden, waarvoor willen we getroost worden? Ja, leed.

Boeddhistische waarheid nummer één, er is leed. Je ontsnapt niet aan leed. Wat doen we daar dan mee? We kunnen alle soorten leed gaan opsommen, maar ik denk niet dat dat nodig is. Dat kan gaan van: ik kom van de kapper en ik zie het er mottig uit, iemand moet mij troosten. Tot en met, mijn hele gezin is uitgemoord, de aarde gaat eraan, klimatologische rampen, enzovoort. Dat zijn allemaal vormen van leed die je niet wilt voelen en je zoekt troost namelijk in het wegnemen van dat leed.

Troost

En tot jij met die vraag kwam had ik een uitgesproken negatieve connotatie bij troost als een escapisme, een weglopen van leed, een zoethoudertje van: Als ik vroeger aan mijn grootmoeder vroeg of er ooit een oorlog zou komen, en ga ik dan als soldaat in een oorlog moeten vechten, zei mijn grootmoeder: ach, in uw tijd gaat er al lang geen oorlog meer zijn. Dat was troost. Dat wist ik toen ook al. Dit is natuurlijk onzin. Het onderwerp wordt uit de weg gegaan. Dat is de eerste connotatie die ik heb bij troost. Dat kan nodig zijn. Als je het leed echt niet aan kunt, dan kun je zeggen: we gaan er een manteltje over gooien en het komt allemaal goed. Maar ik vind dat niet het meest interessante, filosofisch gezien, of om een wijze en goede mens te willen zijn, is dat niet wat ik denk dat we moeten doen, elkaar troosten. Maar ik neem aan dat dat niet uw insteek op troost is? En omdat je de vraag stelt en omdat jij jij bent, denk ik van oké, troost zal dus minder onnozel zijn dan dat ik mij voor ogen houd. Ik ben daar wat over gaan nadenken en kwam op niet veel meer uit dan:

Als we troost als iets positiefs zien, dan is dat iets dat ergens op het spectrum ligt tussen afleiding en support, steun.

Tegen iemand zeggen, dat komt allemaal goed, is op het spectrum een soort van afleiding. We gaan er nu niet mee bezig zijn, ik leid je af, we zetten een schoon muziekje op of kijken wat porno, zolang het maar afleiding is. Dat kan soms nodig zijn en dat kan ook goed zijn omdat er op dit moment niks anders aan te doen is of omdat degene die lijdt niet wil meekijken naar de realiteit. Je wilt afgeleid worden. Aan de andere kant van het spectrum is er steun en die dingen kunnen elkaar overlappen. Wat kan mij helpen om dit leed door te maken, daaruit wijzer te worden en lessen te trekken als die eruit te trekken zijn? En als ze er niet uit te trekken zijn, ze te dragen?

Het beest in de bek kijken en herkennen dat het er is, en ontdekken dat je daar wel mee kunt leven. Dat is voor mij dan toelaatbare troost.

Bijvoorbeeld. Helena sterft en ik vind troost in de armen van Kyoko. Oké. Was ik dan aan het weggelopen van mijn rouw? Ik heb dat wel een periode gedacht. En zij ook. Maar goed, het was leuk met elkaar, dus we deden maar wat we deden. Heel snel bleek dat ik echt wel kon rouwen bij Kyoko. Dat zij echt een steun was in mijn rouw, en dat ze mij er zelfs op betrapte wanneer ik mijn rouw aan het ontlopen was. Zij maakte de ruimte voor mijn rouw mee mogelijk. Iemand die jou graag ziet voor wie je bent wanneer je plat op je buik op de grond ligt, dat is een grote steun. Dus op die manier was zij een troost voor mij. Maar niet in de zin van: het is allemaal moeten lopen zoals het moest lopen en ik moest Kyoko ook tegenkomen en daarvoor door een goddelijke ingreep is Helene dan gelukkig naar de hemel gebracht of zoiets. Dat is in mijn optiek, en in mijn wereldbeeld, weglopen van de tragedie, van de gruwel die er wel degelijk was. En daar wens ik niet van getroost worden.

Ik wens niet getroost te worden van het feit dat er leed is.

Marleen: Want dan is troost iets dat het gewaarzijn wegneemt?

Tom: Terzij als tijdelijke afleiding, want je kunt niet heel de tijd existentieel zitten vechten. Meditatie kan bijvoorbeeld een vorm van afleiding zijn. Meditatie kan evengoed een vorm zijn van heel extreem het beest in de bek kijken en te voelen wat er te voelen is en te beseffen wat er te beseffen valt. Zonder afleiding. Je kunt niet weg. Je blijft zitten en je zit daar in je rouw.

Marleen: Je beschrijft in je boek twee mooie beelden waar mogelijk wel wat troost in zit. Het eerste beeld dat je vaak gebruikt is: de hemel kan op elk moment van de dag op je kop vallen. En vertel mij geen ander verhaaltje. En het andere beeld is: ik wil met mijn ogen open in de ravijn kijken. En niemand moet mij zeggen dat die ravijn niet bestaat.

De hemel en de ravijn, beelden van een realiteit die met Helena is verbonden.

Tom: Ja, niet alleen met Helena, maar met elke vorm van verlies en teleurstellingen en treurnis.

Marleen: En de angst is dan dat troost daar een doekje over legt?

Tom: Ja, en dat wens ik niet. Toch niet structureel. Als ik mij niet goed voel en ik zet de tv aan en kijk naar een superheldenfilm, guilty pleasure, is dat overduidelijk escapisme. Dat is tijdelijk afleiding. En dat vind ik helemaal oké.

Marleen: Je kiest dan bewust voor afleiding? Tom: Ja, dat is afleiding. Je kunt je niet de hele tijd slecht voelen. Je hebt soms een oase nodig in de woestijn. Maar dat neemt niet weg dat de nobele houding ligt in het durven kijken naar de ravijn of in het besef dat er op elk moment iets kan gebeuren.

Het was mijn tweede lief, die stierf. Bij het verliezen van mijn eerste lief had ik kunnen denken, ik heb mijn portie gehad. Wel, er zijn geen porties. Ik ben absoluut niet gevrijwaard van lijden, misschien sterft Kyuko of sterven mijn kinderen. Iedereen weet dat, dat is geen schokkende realiteit.

Marleen: Nee, maar wat voor velen misschien wel schokkend is, is dat je het zo duidelijk benoemt.

Tom: Hoe schokkend is het dat dat als schokkend ervaren wordt?

Marleen: Dat is inderdaad schokkend. Zeggen dat je geen controle hebt over het leven, niet over dat van mij, niet over dat van mijn dierbaren, dat durven benoemen en kijken in de ravijn. Vinden mensen dat niet lastig?

Tom: Tot nu toe word ik niet gestenigd als ik die dingen zeg. Dat valt allemaal wel mee. Maar we leven duidelijk niet in een cultuur waarin we gesteund worden om dat soort dingen meer onder ogen te zien. We zijn zo gezegd seculier, maar we leiden ons de hele tijd af met allerlei consumenten-dingen.

Kijken naar waar het wringt vind ik een politieke daad.

En een heel belangrijke houding voor mij als publieke zenboeddhist. Van zen wordt dikwijls gedacht: dat zijn de mensen die de hele tijd alles aanvaarden en daardoor de hele tijd rustig en zalig zijn en zien dat alles één is en alles goed is. Komaan! Je moet zelfs niet zo heel goed kijken, maar als je gewoon kijkt naar wat er is dan zie je heel veel leed. En dat is de boeddhistische waarheid nummer één: er is heel veel leed. Hoe ga je daarmee om, is dan de vraag. En het is ook een beetje Nietzsche achtig, je verbergen achter troostende, vage en mysterieuze waarheden. Ik wil dat niet. Veel van mijn mede-meditatoren hebben allerlei ervaringen en ik ook, waarin je zou kunnen zeggen: oh, kijk, er is een waarheid die onder de rouw ligt.

Marleen: Wat bedoel je met een waarheid die onder de rouw ligt? Iets van onthechting?

Tom: Bijvoorbeeld onthechting of een allesomvattende eenheid, de ervaring dat er geen verschil is tussen jij en deze kop koffie. Dat kun je voelen. Dat is een bestaande ervaring.

Marleen: En dat dan de dood in het bestaan ook slechts een bijzaak is?

Tom: Ja, want dat er zoiets als een eeuwig leven is of dat we opgenomen worden in de schoot van het universum. Het zijn allemaal metaforen waarvan ik denk dat ik ze versta. En het kost mij heel weinig moeite om mij in dat perspectief te zetten. Ik zie ook de troostende elementen daarvan. En toch vind ik dat het een vorm van escapisme is. Als iemand zich daarmee wil troosten, is het zo. Ik wil dat van niemand afpakken, maar ik wil wel, en dat is een van de redenen waarom ik dat boek heb geschreven, laten zien dat dat echt niet nodig is.

Je kunt echt volle petrol in the full catastrophe staan, en daar waardig, wijs, geïnteresseerd en gelukkig in zijn.

Marleen: En misschien ook nieuwsgierig?

Tom: Ja, dat was het woord dat ik zocht.

Marleen: Wie ben je dan als je in de ‘full catastrophy’ blijft staan, en niet kiest voor de afleiding maar echt kijkt en blijft kijken naar de realiteit, die zo lastig is?

Tom: Hoe vervelend, lastig en schurend het ook is, de moed hebben om te durven blijven kijken, heeft iets heel helends. Misschien is nobel een beter woord is. Ik hou van het woord nobel. Nobel en waardig te durven staan in het leven.

Marleen: Helend?

Tom: Helen is een lastig woord. Ik ben niet geheeld. We gebruiken dat woord alsof je dan helemaal terug gaaf bent.

Mijn binnenkant is een landschap waar een krater is ingeslagen.

Dat is ook een beeld dat ik gebruik. Daar leven dieren en planten enzo. Dat is een schone krater geworden. Maar er is wel een krater, en die blijft, ik kan die niet een plaats geven of zo.

Waarom willen we mensen troosten? Heel dikwijls is het omdat we geen zin hebben om het leed te voelen of mee te voelen of er getuige van te zijn. Ook omdat we niet goed weten wat we moeten zeggen. En dan hangen we al troostend een dekentje over de ander zijn gezicht, omdat wij het gevoel zelf te lastig vinden.

Marleen: Of omdat we door het leed van de anderen ook geconfronteerd worden met eigen leed en daar niet naar willen kijken?

Tom: Het leed van een ander bekijken is wezenlijk.

Dat is heel belangrijk. Ik denk dat je dat wel herkent wanneer mensen die willen troosten ook ruimte laten voor je verdriet, je vastpakken en goed weten wat zeggen, maar wel blijven zitten. Dat voelt heel anders dan zeggen, het komt allemaal wel goed, of jij bent zo sterk, of ik heb zoveel bewondering voor u. Misschien zeggen ze al die dingen omdat ze anders niet weten wat te zeggen.

Marleen: In het boek schrijf je over jouw ervaring als therapeut met rouwenden. Je zegt daar iets heel mooi over, dat je als therapeut helemaal kunt meegaan in hun mens- en wereldbeeld, ook als het niet strookt met het jouwe. Je hebt drie aanbevelingen (die er dan vier geworden zijn, denk ik?). Laten we daar later nog op terugkomen.

Tom: Geweldig! Zoals in de Monty Python sketch: These are the three Maxims of the Spanish Inquisition. Oh, the four!

Marleen: Op een andere plek in je boek schrijf je over een rouwende vriend die zijn verdriet koestert. Nog een nobel woord: koesteren.

Tom: Je verdriet koesteren is niet anders dan iets of iemand anders koesteren, bijvoorbeeld je partner.

Koesteren is ruimte laten voor wat er is zoals het is.

Als je kapot bent omdat je weinig likes hebt gekregen op je Facebook post, dan moet je eens even naar jezelf kijken en je afvragen hoe belachelijk veel belang je hieraan hecht? En of dat wel oké is of je hier misschien iets aan moet doen. Maar als je je lief of je kind of iets wezenlijk belangrijk verliest, dan is dat verdrietige gevoel een teken van liefde. Je dan slecht voelen, is een heel goede zaak. En dat bedoel ik met dat koesteren.

Marleen: Koesteren is dan een vorm van liefhebben.

Tom: Je kunt ook verontwaardiging koesteren over hoe het er politiek aan toe gaat. Ik vind dat goed om geraakt te durven worden door iets dat systemisch niet klopt. Daarom weet je nog niet wat je ermee moet doen en dat kwelt je, wel, laat mij dat maar kwellen. Dan moet je leren omgaan met dat gekweld zijn. En daar moet je genoeg ruimte voor maken en genoeg zelfzorg aan besteden.

Je durven laten raken door de wereld is een heel belangrijk aspect van noblesse.

Marleen: Noblesse?

Tom: Ja, noblesse. Ik spreek nu als een oude vent.

Marleen: Heerlijk! Ik ben een lijstje van te herwaarderen woorden aan het maken.

Je introduceert ook een nieuw woord in je boek: Rouwbeklag. Goedbedoelde maar niet helpende raad en opmerkingen. Bijvoorbeeld: ‘aan zen heb je nu waarschijnlijk geen boodschap.’

Tom: Denk vooral niet dat iemand zijn wereldbeeld eraan is omdat er iets erg is gebeurd. Ik weet niet wat uw wereldbeeld is. Ik moet een beetje voorzichtig zijn met wat ik dan denk als evident aan te nemen. Vroeger konden we dat min of meer wel weten van elkaar. Nu weten we dat niet meer van elkaar. Niet omdat mijn vrouw ziek is geworden op een zenretraite - zen die een rode draad is door mijn leven- dat zen voor mij geen waarde meer heeft en als zondebok moet doorgaan. Mijn aanbeveling is dat je best niet morrelt aan het wereldbeeld van de andere.

Als therapeut heb ik een cliënt, een vrouw die een lang en moeilijk liefdesleven heeft gehad en de laatste acht jaar van haar leven een heel goede relatie heeft met een man die plots sterft. In haar rouw spreekt ze met die man en ze ziet tekenen als de zon schijnt, of als er een bloem open gaat. Onder normale omstandigheden is dat cringe voor mij. Ik vind dat tenenkrommend. Maar op dat moment zit ik daar als iemand van, wat kan ik voor je doen? Dan merk ik dat ik op geen enkele manier geïrriteerd ben, en zoek ik mee binnen dat kader, wat haar kan helpen? Dat is wel interessant. Het is zelf heel leuk om dat te kunnen doen.

In mijn boek druk ik mezelf natuurlijk wel helemaal uit volgens mijn standpunt. En als je het niet kunt volgen is dat ook oké, dan moet je het boek niet lezen. Maar ik wil graag vertellen wat ik te vertellen heb. Iemand die mij komt vertellen dat vlinders eigenlijk zielen dingen zijn, ja, dat kan ik niet volgen, dan kun je mij van het plafond krabben. En dan probeer ik zo beleefd mogelijk te zijn, maar dat kost mij moeite. Maar als het gaat over iemand, die haar man heeft verloren en boodschappen ontvangt van hem in vlinders en als ik dan met haar door het park zou lopen en ik zie een vlinder zou ik zeggen, kijk, een vlinder, want dat helpt haar. Maar als ik zou merken dat ze haar rouw niet doormaakt omdat haar verhaal van de vlinders in de weg staat, dan zou ik kritischer reageren. Als ik daar een mandaat voor krijg natuurlijk.

Oordeelloze aandacht

Marleen: In je boek schrijf je ook hoezeer het beoefenen van oordeelloze aandacht, zoals in de Zen, je geholpen heeft. Aandacht is je eerste aanbeveling.

Tom: Als ik dat boek niet had geschreven, had ik die vier punten niet gevonden. In het nadenken over wat Zen betekent in mijn rouwproces zijn die vier punten ontstaan.

Wat was uw vraag?

Marleen: Wat is aandacht?

In je boek schrijf je dat aandacht, leegte en liefde drie uitgangspunten zijn van waaruit je in je rouw bestaat. Wat is die bijzondere kwaliteit van aandacht van waaruit je kijkt naar de realiteit zoals ze is, namelijk de leegte?

Een voorbeeld: vaak komen cliënten met de vraag: hoe komt het dat wat we hier doen in deze therapeutische context zo goed werkt? Een nobele therapeut zou dan zeggen: ik doe niet veel, ik luister gewoon. Ik geef aandacht. Er is toch een bepaalde kwaliteit in die aandacht die ervoor kan zorgen dat de dingen wel helen en dat de realiteit zoals ze is, wel gezien kan worden?

Tom: Ik weet niet of ik bevredigend ga antwoorden, maar ik ga proberen. Ik ga dat vanuit boeddhistische hoek proberen uit te leggen. Er is in het Pali, de taal waarin de oudste boeddhistische teksten zijn opgesteld, een heel interessant woordje voor aandacht, en dat is sati, wat we vandaag omschrijven als mindfulness.

Aan de ene kant kunnen we sati (aandacht in het Pali) begrijpen als oordeelloos gewaar zijn van de dingen.

Je laat de dingen binnenkomen en je probeert dat wat je waarneemt zo weinig mogelijk te laten polariseren door je eigen reacties. Je probeert niet te scoren of een strategie te bedenken om er iets mee te doen. Je probeert niets te doen met een hele hoop informatie die je soms niet verstaat, die je tegenspreekt en wringt. Maar je kijkt zonder een doel, je laat het gebeuren. Je probeert het niet te verstaan of te bevatten, je probeert het niet bij te houden of weg te duwen. Nu, dat is maar ten dele uit te houden omdat dat extreem chaotisch is.

Marleen: Omdat je niet ingrijpt?

Tom: Omdat je niet ingrijpt en omdat ons brein gemaakt is om wel vat te krijgen op de dingen.

Het interessante is dat er een andere betekenis bestaat van sati, die precies het tegenovergestelde betekent, namelijk herinneren.

Je herinneren waar deze aandacht ook alweer voor dient. In boeddhistische context betekent dat: met compassie kijken naar de leegte. Dat kader is wel van belang. Aan de ene kant moet je zo oordeelloos mogelijk kijken, het is echt niet zo gemakkelijk om oordeelloos te kijken. Overigens, oordeelloos zijn is ook een oordeel. Een oordeel dat zegt dat oordelen niet goed is. Of er niet is. Ja, dan is het niet een oordeel. Dat is een zinsbegoocheling. Om terug te komen op uw vraag:

Aandacht is een praktijk waarbinnen je twee aspecten kan onderscheiden. Namelijk met het ene oog open, oordeelloos en strategieloos kijken en tegelijkertijd met het andere oog kaderen en herinneren.

Bijvoorbeeld: we zitten hier gewoon in een eethuis, maar als kader is er een realiteit waarin we vooralsnog in vredestijd in West-Europa zitten. Ons kader is er niet één waarin we weten dat we op elk moment, wanneer het alarm afgaat, we naar een schuilkelder moeten vluchten. Dat kader speelt mee. Als een sluipschutter mindfulness oefeningen doet, weet die dat hij zich aan het inzetten is om beter iemand te kunnen neerleggen. En dat kruipt mee in die aandacht.

De manier waarop we in de wereld staan, voedt onze aandacht.

En dan kun je zeggen dat het allemaal oordeelloos is en helemaal neutraal. Dat is nooit waar. Wij hebben altijd een kader waar je naar kan kijken en aan onderzoek kan onderwerpen om te zien of dat nu eigenlijk een beetje overeenkomt met wat ik te zien krijg. Als je kijkt en zegt, eigenlijk bestaat er geen leed, en als je kijkt met de andere aandacht kan je zien dat dat niet waar is. Of merk je op dat je ervan weg kijkt, want eigenlijk is de wereld goed, en alles wat slecht is, daar kijk ik niet naar. Dan creëer je een blinde vlek. Zo zie je dat die twee vormen van aandacht heel de tijd met elkaar spelen. In het beste geval hebben ze invloed op elkaar.

Een voorbeeld: Ik ben om allerlei foute redenen begonnen met meditatie. Ik wilde een groot mysticus worden. Nu ontwikkel ik toch wel een sociaal bewustzijn zeker! Wie had dat nu gedacht? Op ecologisch en nu zelfs op politiek vlak en dat is heel recent, ik weet bij God niet wat ik ermee moet doen. Dat is heel verwarrend. Maar ik laat het gebeuren. Ik laat het toe. En ik kan me niet langer voegen bij mijn mede mediteerders in een centrum en zien dat alles bewustzijn is en alles goed is. Nee, ik heb een ander kader. En dat speelt ook allemaal mee in rouw en troost.

Leegte en liefde

Marleen: En zo komen we bij jouw volgende aanbeveling: de leegte. We weten het niet. Je weet niet waarom jouw dierbare moest sterven. Het is nodig om de controle los te laten en geen verhaal te maken waar er geen is. De hemel kan namelijk elk moment op uw kop vallen. Zit daar de link met de leegte?

Tom: Ja, maar als je het zo verwoordt lijkt het uitsluitend negatief te zijn. Ik gebruik het woord ‘negatief’ omdat het bestaat en zeker in de eerste betekenis van aandacht wordt gebruikt, maar ik vind dat eigenlijk een draak van een woord. Leegte in boeddhistische betekenis is:

Er is een uiterst ingewikkelde oorzakelijkheid waar je niet aan uit kunt. Dat is alles.

Heel veel dingen grijpen op elkaar in en dan kunnen zeggen: alles is één. Alles is één oorzakelijk veld. Maar daarmee weet je niks.

Marleen: Het karmisch principe, maar dat woord gebruik je niet.

Tom: Nee, omdat ik geen gelovige boeddhist ben. Als ik jou nu een mot geef, dan ben jij kwaad op mij. Daar hebben we weinig filosofie voor nodig om dat te begrijpen.

Marleen: Maar wel het oorzakelijk verband? Tom: Ja, het oorzakelijk verband. Ik drink koffie, dat heeft een effect. Daar rijdt een rode auto voorbij, dat gaat ook een effect hebben op degene die hem ziet of niet ziet. En dat zijn nog maar de hele brute dingen.

Leegte betekent leeg van een vaste, solide substantie.

De leegte is gefriemel, heel veel deeltjes die de hele tijd met elkaar interageren. En dat spel van oorzakelijkheid van gefriemel is leegte. Jij bent gefriemel, de gebeurtenissen zijn gefriemel, het gesprek is gefriemel. Dat is geen evaluatie, dat is een feit. Dat vind ik een heel plausibele en moeilijk te ontkennen wereldbeeld. En dan komt de vraag: wat ga je doen met al dat gefriemel dat de oorzaak is van zoveel leed?

Marleen: Gefriemel op zich is niet goed of kwaad, maar het effect veroorzaakt vaak veel leed?

Tom: Ja, er is veel leed omdat we bestaan als wezens en wij kunnen lijden en dat is lastig. En door de manier waarop we daarop reageren maken we het vaak nog wat erger. Dat is een kader, dat is een beeld. Een ander deel van dat kader is wat gaan we daarmee doen? We kunnen proberen zo geïnteresseerd mogelijk te zijn in dat leed om dat te verlichten, zodat er minder leed is. Dat is liefde. Dat is de compassie, de goesting hebben om ervoor te zorgen dat jij het goed hebt. Of dat die vlieg in mijn koffie het goed heeft. Dus dat is leegte en liefde. Zonder die tweede heb je geen boeddhisme. En die houden elkaar in evenwicht. Het ene is een visie en het andere is een intentie. Wat gaan we daarmee doen? Die visie kan je moeilijk ontkennen. En liefde is een keuze. Je kunt zeggen: ik hou van mijn eigen belang of ik ben een soort strijder en ik ga lijdend en fulminerend door het leven. Je kunt dat doen. Dat is niet mijn keuze. Als ik dat zo zie, wens ik dat niemand toe. Maar je kunt niet zeggen, nee, dat is fout. Je kunt zeggen, nee, dat is niet mijn keuze. Als we dat allemaal gaan doen, dan wordt dat vreselijk. Maar daar kunnen we weinig over argumenteren.

Marleen: En zit in die keuze dan vrije wil?

Tom: In gefriemel is er geen vrije wil

Marleen: Maar in de liefde wel?

Tom: Strikt genomen bestaat er geen vrije wil, aangezien je steeds in een context van heel veel invloeden en omstandigheden bent. Stel, ik heb goesting in een koffie en ik bestel die koffie. Oké, ik ben dan vrij om een koffie te bestellen. Maar hoe vrij is dat? Is dat een cafeïne drop die maakt dat ik koffie wil of is dat omdat we sociaal gezien in onze cultuur elkaar een drankje aanbieden. Maar ik vind dat geen interessante discussie. Ik geloof wel dat we een zekere beslissingskracht hebben. Maar zijn we dan absoluut vrij? Ik denk het niet.

Marleen: Die inspiratie van de aandacht, de leegte en de liefde is een bijzonder mooi trio.

Tom: Ja, dat vind ik ook.

Marleen: Voor mij is troost een soort van vaardigheid die je in het leven ontwikkelt of een nobelheid of wijsheid om mee aan de slag te gaan in het leven zoals het is. En jouw aanbevelingen over aandacht, leegte en liefde zijn daarbij heel helpend.

Tom: Dankjewel daarvoor.

Mijn artistieke thuis

Marleen: Jij bent ook een performer. Jij maakt optredens waarbij je in het personage van o.a. David Bowie kruipt. Is dat jouw alter ego?

Tom: Van die optredens wordt veel meer gemaakt dan wat het voor mij is. Ik vind dat gewoon heel plezant. Ik vind dat een privilege om die geweldige figuren te mogen imiteren. En we doen er ons uiterste best voor om er echt een goede avond van te maken. Maar het is echt gewoon voor de lol.

Marleen: Je hebt ook een show met Nick Cave?

Tom: Met Nick Cave, Lou Reed en Talking Heads. Dat is eigenlijk een guilty pleasure zonder me heel guilty te voelen. Maar ik weet niet hoeveel kak we daar nu aan moeten hangen? Ik ben wel veel serieuzer over mijn eigen beeldend werk dat ik zo goed als nooit tentoonstel. Dat is mijn artistieke thuis. Als we het hebben over de kunsten, ligt in mijn beeldend werk een link met aandacht, leegte en liefde. Niet bij mijn optredens als Nick Cave. Ik weet zelfs niet of ik hem eigenlijk wel zou kunnen uitstaan. Ik droomde er soms van dat ik de vriend van Lou Reed was en dat was nooit plezant.

Marleen: Jeugdidolen?

Tom: Ik heb geen idee. Het zijn iconen van de muziek uit mijn jeugd. Ik kom niet verder dan dat het plezant is om te doen. Het is wel goeie muziek, muzikaal en qua tekst, lyrics en showmanship fantastisch om te doen. Het is omdat ik het als lol benader, dat het werkt. Ik doe geen Elvis imitator of Sinatra- imitator.

Marleen: Kunst gaat vaak over de dood en het lijden. Een goed voorbeeld is de Mattheuspassie van Bach. En de beleving van die muziek is soms van een schone intensiteit die puur en zuiver kan zijn dat ik dat wel als troost kan ervaren. Misschien was het voor de rouwende Bach een noodzaak om die muziek te maken?

Tom: Weten we dat? Ik vind het van mezelf al zo moeilijk om te weten waarom ik dingen doe.

Marleen: Eigen aan veel culturen is dat er muziek hoort bij belangrijke gebeurtenissen. Bijvoorbeeld bij een uitvaart.

Tom: Muziek werkt vaak ook beter als het over iets erg gaat.

Marleen: Met rouw als taal.

Tom: Ja, of zelfs gefaked. Hoeveel liedjes zouden er niet gemaakt zijn over ‘Oh she doesn't love me anymore’, terwijl de zanger gewoon met zijn lief op tournee is. Dus dat neemt niet weg dat je op het moment dat je in rouw bent, wel troost kan vinden in dat liedje. Bijvoorbeeld Nick Cave, met zijn donkere teksten doorgaans, die op het moment dat hij plotseling zijn zoon verliest merkt dat hij daar niet over kan schrijven. Hij kan zijn eigen nummers niet meer horen want nu zijn ze echt. Daar zit ook wel wat entertainmentwaarde in. En nu ben ik misschien een beetje te streng, want kunst kan je helpen om dingen die je niet hebt meegemaakt toch inleefbaar te maken. Het geniale aan een roman is dat je helemaal in die fictieve wereld terechtkomt en dingen meemaakt die je niet echt hebt meegemaakt. Uw geest wordt opengesteld voor de realiteit van bijvoorbeeld Alzheimer of van een vrouw in de 19e eeuw die door jan en alleman misbruikt wordt.

Kunst is er om onze leefwereld groter te maken.

Maar het is natuurlijk nooit helemaal echt omdat het mooi is. Omdat het geformatteerd is in een dichtvorm of in een verhaalvorm of met de juiste camera stand gemaakt is. Een liefdescène of seks scène in een film, ik weet niet hoe dat bij jou zit, maar dat lijkt helemaal niet op hoe ik het meemaak. En je komt in de problemen als je denkt dat het wel zo moet zijn. Het is geësthetiseerd en het kan je op ideeën brengen, maar toch. Aan de ene kant kan kunst je opener maken voor veel dingen, lang de andere kant blijft het ook altijd een afstand hebben ten opzichte van de realiteit.

Marleen: En nu zit je weer op dat spectrum? Langs de ene kant is het van ‘dit is een mooie afleiding, want het is schoon en het is kunst en het gaat over het thema waar ik nu in leef, zoals verdriet’, maar het is wel een gestileerde versie.

Tom: Dat is het altijd, want anders is het geen kunst. Opnieuw het kader, je kunt hier een geweldig goede foto maken van deze ruimte. Maar het zal een foto zijn binnen een kader. En dat kader is er niet in het echt. Als je het kader wegneemt in de compositie is het er ook niet meer. Terwijl het er is, is het er ook niet. Je stileert altijd. En dat is goed. Dat is schoonheid.

Troost en schoonheid

Ik wist dat dit gesprek ging komen, dus ik heb al zitten nadenken over troost en de relatie met kunst en schoonheid.

Als je echt in de shit zit en je hoort een mooi muziekstuk of je kijkt naar een schilderij dat je raakt, dan hoeft dat niet per se alleen maar afleiding te zijn, het kan ook een steun zijn omdat je dan kan voelen dat je niet alleen maar miserabel bent. Je kan blij zijn om nog in staat te zijn om positief door iets geraakt te zijn. En kunst kan dat. Want het leven is zo'n gefriemel. Maar als je er een kader rond kan zetten voelt het oké, ik ben niet helemaal miserabel. Mijn vermogen om te genieten is niet dood. En dat kan een hele grote steun zijn.

Marleen: Toen je vrouw gestorven was ben je beginnen schrijven.

Tom: Ja, en ook dat is stileren.

De nood om te schrijven ontstond omdat ik nog geen goesting had om niet meer met haar te kunnen spreken. Dus schreef ik naar haar om contact te zoeken. Of ten minste iets te doen dat lijkt op contact zoeken met haar. Ook toen al wel met het idee daar ooit iets mee te doen. Dat speelde wel mee in mijn hoofd. En dan heb ik dat idee een hele tijd laten liggen omdat ik niet meer wilde geassocieerd worden met de rouwende partner. Mijn leven ging verder. Ik leerde Kyoko kennen, we kregen kinderen. Heel snel. Kyoko en ik zijn in augustus 15 jaar samen.

Marleen: En Helena is in juli 15 jaar overleden.

Tom: Pittig hè! Marleen: Die meerstemmigheid kan je heel mooi voelen in je boek.

Tom: Ook dat is gefriemel.

Je kunt echt rouwen en tegelijk kettegeil en verliefd zijn. Die ruimte is er. Die gevoelens ontkennen of verraden elkaar niet. Dit is geen rouwmodel, hooguit een getuigenis.

Marleen: Je koestert wel de hoop om voor sommigen een inspiratie te zijn. Waarom zou je anders een boek schrijven?

Tom: Ja, dat klopt. Het boek is niet voor mezelf, ik had er geen nood aan. Ik had ook nooit gedacht dat het helemaal niet moeilijk was om die herinneringen terug op te rakelen. Het boek heb ik op een maand tijd geschreven. En ik wilde een beetje een tegenwicht geven voor de rouwliteratuur die er al bestaat. Ik heb een potig niet-esoterisch boek geschreven, nog wel door een boeddhist. Er gaan veel boeddhisten kwaad op mij zijn. Haha.

Marleen: Waren die dat dan al niet?

Tom: Het is soms ongelooflijk hoe mensen lezen. Je kan een boek schrijven waarin je zegt dat je niets moet hebben van al die esoterie. En dan kom je iemand tegen die je boek gelezen heeft en zegt: Alles is zoals het moet zijn, hè.

Marleen: Mensen lezen soms wat ze willen lezen. En zeker als het gaat over emoties, lezen ze vanuit hun eigen saus, vanuit hun eigen emoties. En dan kan het verhaal alleen maar kloppen of niet kloppen. Dat is echt het probleem met rouwmodellen die van oorsprong nooit bedoeld zijn als een handleiding, maar nu zo gebruikt worden. Dat zijn gewoon suggesties. En bij een heel aantal mensen loopt dat een beetje gelijk, maar eigenlijk is het geen handleiding. Het is geen exacte wetenschap, het is gefriemel.

Wat ik heel knap vind aan jouw boek, in de categorie dappere boeken, is dat je heel eerlijk bent. Je schrijft heel eerlijk. En dat lees ik graag. Ik moet het ook niet eens zijn met jou. Het is jouw pure verhaal. Het is bijzonder schoon dat je niet vanuit een mandaat, of vanuit kennis en kunde vertelt. Maar je bent zo ontroerend, aandoenlijk eerlijk in hoe en wat je schrijft en ik denk dat we daar wel nood aan hebben.

Tom: Dankjewel, die zag ik niet aankomen. Ik heb wel zo helder mogelijk willen schrijven en niet mystificerend of zoiets.

Marleen: Ja, in het begin had ik een beetje het gevoel van komaan Tom, breek nu maar. Ik vond het zo dapper en heel feitelijk. En zolang die boosheid ook heel erg voelbaar was, dacht ik, ja oké, maar breek nu maar eens. En dat kwam dan wel. Ik heb het boek misschien wel een beetje te snel gelezen.

Tom: Ja, dat is ook een zaak van compositie. Ik was natuurlijk onmiddellijk gebroken. Het boek beschrijft vier of vijf thema's op een niet chronologische wijze, ik benoem ze alleen niet want dan wordt het weer zo gestructureerd.

Marleen: En dan lijkt het op een handleiding.

Dankjewel Tom, ik zou een boek kunnen schrijven over dit gesprek. En ik ben heel blij met jouw boek. Ik denk dat er een schone, frisse wind gaat waaien in het rouwlandschap.


www.tomhannes.be

Tom Hannes (1970) was lange tijd zenboeddhistisch monnik. Hij is therapeut, theatermaker en columnist bij de Standaard en docent aan de Technische Universiteit Eindhoven over klimaat, technologie en zingeving. Hij schreef verscheidene alom geprezen filosofische boeken, waaronder Zen, of het konijn in ons brein (2009), Een kleine meditatiegids (2018) en Leven in het nu (2019).

Maarten Deckers

Grafisch vormgever uit Leuven met een zwak voor sterke verhalen. Vanuit mijn studio help ik sinds 2002 bezielde makers en ondernemers om hun visie helder en visueel te vertellen. Met liefde voor typografie en een scherp oog voor detail realiseerde ik al meer dan 400 boekontwerpen en talloze brand identities en websites. Ik denk graag strategisch met je mee om jouw verhaal te vertalen naar een ontwerp dat klopt tot in de kern.

Heb jij een verhaal dat een sterke vorm verdient?
Neem contact op, bekijk meer van mijn werk of volg mij op LinkedIn.


Specialisaties:
Grafisch ontwerp, boek- en omslagontwerp, huisstijl, logo, drukwerk, digitale communicatie & Squarespace websites.

Volgende
Volgende

Luc De Winter