Dominik Riepe

Na een fijne repetitie met Dominik — we hebben Bach en Ortiz gespeeld en het voelde zo vertrouwd — zitten we nu op het terras met een lekkere koffie.

Wat troost niet is

Marleen: Ik val met de deur in huis. Wat is troost voor jou?

Dominik: Niet afleiding. Alhoewel, als je je bewust laat afleiden en je weet dat dat helpt, dan kan dat misschien ook als troost dienen. Ik denk dat dat voor mij betekent dat je weet dat gevoelens veranderen. En dat je ooit op een andere manier naar bepaalde dingen gaat kijken, wat je op dat moment nog niet weet. Dus ik weet niet of je door iemand getroost kunt worden.

Marleen: Dat is heel individueel, wat je zegt, hè. Dus dat gevoelens veranderen, eventueel ook onaangename gevoelens. Maar dat je weet dat dat iets tijdelijks is.

Dominik: Ja, dat je, om het lelijk te zeggen, weet dat je ooit andere problemen gaat krijgen en dat het eerste probleem dan op de achtergrond verdwijnt. Wat niet wil zeggen dat je alleen maar problemen opstapelt. Je ziet die op den duur in een ander perspectief.

Marleen: Ja, dan is troost eigenlijk een soort groei, of zoiets? En troost is een weten.

Dominik: Ja, eigenlijk op voorhand weten. Maar je kunt natuurlijk op voorhand niet inschatten hoe alles verandert. Als je iets verschrikkelijks meemaakt, gaan die gevoelens misschien nooit heel veel veranderen. Dat weet ik niet. Als je een mooie theepot laat vallen, dan weet je dat je daar een half jaar later niet meer aan denkt.

Marleen: In het lijden heb je categorieën of gradaties? En dat je al weet, wanneer je een mooie theepot laat vallen of net nadat je hem hebt laten vallen, dat dat iets van voorbijgaande aard zal zijn.

Dominik: Al vind je dat op dat moment verschrikkelijk.

Marleen: Maar dan kan er verlies zijn, en dan denk ik eerder aan het verlies van een dierbare, een familielid of een kind, waarvan je weet dat dat niet iets is dat voorbijgaat.

Dominik: Ja, wat dan kan helpen, is dat je weet dat je dat nooit gaat vergeten, maar dat je met andere positieve dingen bezig kunt zijn. Wat dan weer een beetje in de richting van afleiding gaat, maar dan heel bewust eigenlijk.

Marleen: Dat is wat het boeddhisme ook zegt: dat er een tegenpool moet worden gezocht voor het lijden, om het lijden er te laten zijn. Niet om het lijden toe te dekken, maar omdat je in je bestaan lijden hebt, maar niet alleen maar lijden hebt, waardoor je je laat overspoelen.

Maar je zegt ook: ik weet niet of je door iemand getroost kunt worden.

Dominik: Iemand kan u helpen, maar ik weet niet hoe iemand u kan troosten zodat je minder pijn hebt.

Marleen: Ik ga nog even doen alsof ik dat niet versta. Dominik: Ja, doe maar.

Marleen: Ik denk dat ik je wel versta, maar dat is ook een heel ‘unieke’ uitspraak, omdat heel veel mensen geneigd zijn om troost te gaan zoeken bij iemand. En het gevoel hebben van: dit is zoveel, ik moet daarin getroost worden. We weten dat baby’s dat nodig hebben. Kinderen hebben dat nodig om te kunnen groeien. Die kunnen niet zeggen: ja, ik moet nu wenen, maar ik moet daar een antidotum voor vinden, of een tegengif om die pijn niet te voelen. Dat is een volwassen gedachte. Zo worden we niet geboren. We hebben het als baby echt nodig om getroost te worden. Dus dat kennen we echt wel. Maar de vraag is of dat in ons volwassen denken en voelen eigenlijk nog bestaat. Dat is wat jij in vraag stelt. Is die andere daarvoor nodig?

Dominik: Een baby heeft nog geen perspectieven, denk ik. Dat kan een volwassene een kind aanleren. Dat is eigenlijk een beetje techniek aanleren, onbewust dan. Het helpt als iemand meegaat met uw gevoel. Dat is in ieder geval zo. Ik weet alleen niet of de gevoelens daardoor minder worden.

Erkenning zonder oordeel

Marleen: Ja, het helpt als iemand meegaat met je gevoelens. Waarmee je bedoelt: het helpt wel als er iemand bij je is, maar die daar verder niks mee wil doen. Die dat ook niet wil ontkennen, iemand die er gewoon bij is. Maar daarmee veranderen jouw gevoelens niet.

Dominik: Wat helpt, is iemand die je gevoelens kan bevestigen, zodat je niet denkt dat je zot bent of alles verkeerd ziet. Dat is heel verwarrend. En dan kan het ook helpen als die andere zegt dat je gelijk hebt en dat het verschrikkelijk is wat je hebt meegemaakt.

Marleen: Iemand die erkenning geeft aan jouw gevoelens, maar ook niet meer dan dat.

Dominik: Je kunt je natuurlijk laten afleiden door iemand die bijvoorbeeld zegt: kom eens buiten, denk er niet te veel aan. Maar dat is voor mij geen troost.

Marleen: Wat is precies het verschil tussen troost en afleiding?

Dominik: Afleiding probeert moeilijke gevoelens te onderdrukken of echt te vergeten, en troost niet.

Marleen: Ja. Troost kijkt naar die gevoelens en afleiding kijkt ernaast.

Dominik: Afleiding zegt eigenlijk: ik wil ervan af, ik had ze liever niet gehad, terwijl ze natuurlijk voor iets dienen.

Marleen: Afleiding wil met je gevoelens iets aanvangen door er een oordeel over te hebben: ik wil ervan af. Ik vind het niet fijn ze te hebben. Terwijl een houding van troost ernaar kijkt en ze daardoor ook bevestigt en er verder geen oordeel over heeft. En in dat stukje kan die andere wel iemand zijn die nabij is en die meekijkt naar jouw gevoelens, maar er verder ook afblijft.

Dominik: Iemand die gevoelens corrigeert en zegt: je ziet dat verkeerd, kan helpen, maar dat is geen troost, vind ik. Troost is moeilijke gevoelens die je hebt over iets wegnemen of minder erg maken.

Schoonheid als herkenning

Marleen: En dan de link naar schoonheid. Troost is complex als woord, denk ik, en schoonheid is dat natuurlijk ook. Wat is dan eigenlijk schoonheid?

Dominik: Schoonheid is iets dat je waarneemt en dat dingen van het leven heel duidelijk maakt, waardoor je iets herkent of er iets mee kunt aanvangen. Het kan iets zijn dat je al kent uit je eigen leven of iets dat je nog niet kent. Volgens mij is de bedoeling van kunst dat je emotioneel dingen meemaakt die je in een normaal leven niet meemaakt, omdat we allemaal in ons leven dingen hebben die vastliggen en die we verder willen ontwikkelen op emotioneel vlak. Kunst kan daarbij helpen door gevoelens op te roepen. Maar die gevoelens zijn niet interessant zonder een bepaalde structuur of een bepaald verloop, vind ik. Dat gevoel komt dan op en verdwijnt dan, en gaat dan over in een ander gevoel. Dan komt dat erbij kijken.

Marleen: Nu spreekt de muzikant, hè?

Dominik: Kunst in het algemeen. Ik vind een kunstwerk dat enkel één bepaald gevoel oproept niet interessant. Voor mij is dat kitsch.

Marleen: Oké, nu zeg je veel tegelijk. We gaan het even uitrafelen. Ik bleef al hangen bij die eerste gedachte: schoonheid start bij iets van herkenning.

Dominik: Ja, een aanknopingspunt.

Marleen: Een aanknopingspunt waar je in die artistieke taal iets herkent. Je koppelt schoonheid aan kunst.

Dominik: Nee, niet noodzakelijk. Je kunt ook zeggen: dat is een mooie bloem. Dat is ook omdat je voor een deel snapt hoe die bloem in elkaar zit.

Marleen: Dat is een referentie, een bepaald kader dat je herkent, en binnen dat kader is dat een uitzonderlijke bloem.

Dominik: Dat moet niet per se uitzonderlijk zijn, maar het is niet een bloem die je al honderdduizend keer gezien hebt. Dan is dat niet meer interessant. Ik denk ook: als je buiten komt en je zegt ‘dat is schone natuur’, dan denk je eigenlijk ook: hoe kan ik hier leven? Er is een riviertje, er is een boom voor schaduw, enzovoort. Terwijl je van de binnenkant van een grot niet gaat zeggen dat dat schoon is, omdat je met een rotswand niets kunt aanvangen. Ik denk dat dat nog altijd in ons zit. Ik bedoel, ik kan me voorstellen dat als een neanderthaler ergens komt, die onmiddellijk denkt: ah ja, als ik hier mijn tent opstel bij de rivier, met een paar bomen om in de schaduw te zitten en wat bessen aan de struik …

Marleen: Dat kader waarbinnen je zoekt naar het herkenbare, wat ook voor het overleven zorgt. Je kunt niet blijven leven in een grot? Daar groeit ook niets, ook geen mens?

Spelen met emoties

Dominik: En ik denk dat volwassenen, net zoals kinderen, ook willen spelen met emoties. Kunst en schoonheid geven de mogelijkheid om emoties verder te ontwikkelen.

Marleen: Door te spelen.

Dominik: Ja, vanuit onze kant als dienstverleners, als muzikanten, moeten wij dat kunnen bieden. Wij kunnen ons publiek meenemen om allerlei dingen te beleven. Het zijn geen alledaagse dingen die wij als muzikanten aan ons publiek aanbieden.

Marleen: Dus kunst is eigenlijk de volwassen versie van wat het kind in zijn spel ontdekt, of zoiets, vanuit de verwondering.

Dominik: Kinderen spelen en klimmen in een boom om hun spieren, handigheid en coördinatie te ontwikkelen, en ze spelen om relaties te oefenen. Ook volwassenen oefenen hun emoties en zoeken naar iets uitzonderlijks om uit de dagelijkse sleur te komen.

Marleen: Schoonheid en kunst kunnen helpen om in een verdere ontwikkeling te gaan in uw volwassen leven. Schoonheid en kunst confronteren ons met een realiteit die niet aanwezig is in het dagelijkse bestaan.

Dominik: De interactie tussen mensen en hun gevoelens kun je in goede kunst ervaren, denk ik. Zonder daar woorden op te plakken. Dat is het schone, denk ik.

Marleen: Anders dan bij troost zijn kunst en schoonheid voor jou wel interactief.

Dominik: Ja.

Een rijker gevoelsleven

Marleen: En wat is de link tussen schoonheid en troost?

Dominik: Dat het je gevoelsleven rijker maakt, dat je dan gemakkelijker je weg vindt in je eigen gevoelens, denk ik, meer aanknopingspunten hebt en meer perspectieven.

Marleen: Je bedoelt dat je gevoelsleven rijker wordt door de confrontatie met of de ervaring van schoonheid en kunst. Maakt je dat ook een wijzer mens?

Dominik: Ja, je kunt dan hopelijk iets beter omgaan met je gevoelens. Het is niet zeker. Het kan helpen, of dat hoop je toch. Maar ik denk niet dat kunst direct troost kan bieden.

Marleen: Nee?

Dominik: Afleiding wel, maar dat is niet echt troost. Afleiding op een nuttige manier, dat wel. Omdat je ook weet dat je je verder ontwikkelt. Niet dat je dat kunt plannen, maar dat je dan voelt dat je emotioneel rijker wordt.

De troost van herkenning

Marleen: In een ander interview vertelde Jan: ‘Hoe merkwaardig is dat toch, dat als mensen denken aan troostende muziek bijvoorbeeld, ze niet aan hardrock denken.’ En jij zegt: als je jezelf wilt ontwikkelen, dan ga je niet in een grot zitten. Daarmee wil ik niet zeggen dat hardrock gelijk is aan een grot. Maar er is inderdaad een universele ervaring van een troostend gevoel bij muziek die melancholisch klinkt en soms in een mineurtoonaard geschreven staat. Zonder dat we dat hebben afgesproken, voelen we ons hierbij veel meer verbonden met kwetsbare emoties dan bijvoorbeeld bij luide muziek, snelle muziek of hardrock. Eigenlijk is dat bijzonder. Waar ligt dat dan precies aan?

Dominik: Ja, omdat je die gevoelens in een ander perspectief hoort, vind ik. Je wilt bij wijze van spreken je eigen onaangename gevoelens elastischer maken. Je voelt in die muziek ook je eigen gevoelens meegaan.

Marleen: Je maakt je eigen gevoelens elastischer, alsof je ze spierkracht geeft door de erkenning van jouw emoties in de muziek.

In de categorie lastige vragen: hoe komt het dan precies dat bijvoorbeeld hardrock geen troostende muziek is voor de meerderheid van de mensen?

Dominik: Omdat die eigenlijk voorbijgaat aan de gevoelens die je hebt op dat moment, denk ik. Omdat die muziek echt totaal andere gevoelens oproept, en dan heb je het gevoel dat jouw eigen gevoelens worden genegeerd.

Marleen: Troost heeft nood aan herkenning.

Voor mezelf is het ondertussen duidelijk waarom ik muzikant geworden ben en waarom ik er wel mijn hele leven mee bezig wil zijn. Heb jij dat ook? Kun je formuleren of er een reden is waarom jij muzikant bent geworden? Jij hebt natuurlijk veel talent. Dat heb je ongetwijfeld ontdekt en ontwikkeld, maar waarom is dat iets dat je doet en wilt blijven doen? En is muzikant zijn iets dat je troost?

Improviseren om tot rust te komen

Dominik: Ja, omdat ik voor mijzelf gevoelens kan oproepen, en het gaat het best wanneer ik improviseer op het clavichord. En dan merk ik echt dat ik beter droom, consistenter droom. Als ik ’s avonds twintig minuten improviseer op het clavichord, dan heb ik echt het gevoel: oké, nu …

Marleen: Dan legt er zich iets neer bij jou?

Dominik: Ja, nu ben ik rond. Ik heb dan al echt dromen gehad die niet verbrokkeld waren, maar echt zo’n verhaal. En ik dacht: ah ja, dat kan ik zo navertellen van begin tot einde.

Marleen: Is het clavichord een voorwaarde?

Dominik: Ja, dat werkt beter. Omdat dat zo precies is. Andere instrumenten gaan ook.

Marleen: Eigen aan improvisatie: je weet niet waar je naartoe gaat, je weet niet waar je uitkomt, maar het gebeurt gewoon, alsof dat een interne orde geeft in je emotionele veld? Dominik: Ja, dan heb ik het gevoel dat ik iets voor mezelf heb uitgebeeld, of gezien, of gehoord in dit geval.

Marleen: Je hebt dat wat er binnen in jou speelt, vertaald naar muziek.

Dominik: Niet dat ik daarmee iets concreets wil uitbeelden. Het verloopt onbewust.

Marleen: Nee, het is geen concept dat je bedacht hebt: ik ga nu eens dit of dat proberen uit te beelden. Je begint, je legt je vingers op de toetsen en dan komt er iets naar je toe, eerder dan dat je een doel hebt dat je wilt bereiken. En dat zorgt ervoor dat je tot rust komt, waardoor je nachten inspirerend zijn en je een consistente droom hebt.

Dominik: Ja, die dromen, dat komt toch niet altijd vanzelf. Maar dat gevoel dat ik echt tot rust kom, dat heb ik wel.

Marleen: Dat zou misschien zelfs een therapeutische aanrader kunnen zijn voor alle mensen die het moeilijk hebben: ga improviseren voordat je gaat slapen.

Dominik: En dat heb ik niet als ik gewoon een stuk speel.

Marleen: Nee, niet als je twintig minuten een prelude en fuga van Bach speelt.

Dominik: Dat is ook plezant natuurlijk. Daar haal ik ook voldoening uit, maar het gevoel van tot rust komen heb ik niet. Ook omdat je bij een bestaande compositie denkt: dat kan ik nog beter spelen, of dat ga ik morgen nog eens bekijken. En met een improvisatie gaat dat niet. Dat is voorbij. Dat komt nooit meer terug.

Marleen: Een improvisatie is eigenlijk een ultieme vorm van in het moment van het spel zijn. En kun je achteraf soms zeggen: dat was een goede improvisatie?

Dominik: Ja, soms gaat het beter en soms gaat dat minder goed. ’s Morgens gaat het altijd minder goed.

Marleen: Dan is uw inspiratie nog niet wakker?

Dominik: Ja. ’s Avonds na tien uur gaat het beter. En dan wordt het een clavichord om de buren niet te storen.

Marleen: Ja, en omdat dat een expressief instrument is. En is dat dan de reden — want dat was mijn eerste vraag — waarom jij muzikant geworden bent?

Muziek als noodzakelijke afleiding

Dominik: Ja, ik denk in het begin als afleiding van de scheidingsperikelen van mijn ouders. En dat heeft dan geduurd tot na mijn examens in het conservatorium. Toen had ik op een bepaald moment het idee dat ik minder moest spelen, want dat is een drug voor mij. Dat heb ik toen ook gedaan. Ja.

Marleen: Dus dat je die muziek echt nodig had om in evenwicht te blijven. Het spelen had je echt nodig als afleiding voor jouw lijden. En dan besef je: oh, dat evenwicht is een beetje zoek, ik moet minder spelen, want het wordt een verslaving, ik kan niet zonder. En dan ben je minder gaan spelen? Dominik: Ja, een tijdje. Omdat ik echt het gevoel had dat ik minder moest gaan spelen, omdat ik anders niet meer zou weten waar ik mee bezig was.

Marleen: En hoe moet ik mij dat voorstellen? Spelen van ’s morgens tot ’s avonds, gewoon altijd spelen?

Dominik: Nee, niet zoveel. Het verschil tussen misschien vijf uur spelen en één of twee, of zo. Of gewoon langer onderbreken en iets anders doen.

Marleen: En dan heb je ontdekt dat dat wel ging. Dat je nog mens was naast muzikant. En dat het lijden dat in je leven zat, die perikelen rond de echtscheiding, dat die draagbaar waren, ook als je niet speelde.

Dominik: Ik denk dat ik vooral moest leren om ermee om te gaan. Draagbaar of niet, dat was niet aan de orde.

Marleen: Je had geen keuze, hè? Dat was een deel van je leven en je moest ermee omgaan.

Ten dienste van de luisteraar

Dominik: Nu, als professioneel muzikant, vind ik het heel belangrijk om ten dienste te staan van mijn publiek. Hoeveel plezier ik daar zelf aan heb, is natuurlijk ook belangrijk, maar het gaat voor mij voornamelijk over wat ik te bieden heb aan de luisteraars. Het is daarom voor mij ook moeilijk om samen te spelen met muzikanten die emotioneel ontoegankelijk zijn, omdat ik niet snap hoe die kunnen functioneren. Hoe die dan zelf iets kunnen aanbieden dat ze eigenlijk zelf niet snappen.

Marleen: Ja, en denk je niet dat je dat ook als luisteraar kunt voelen?

Dominik: Ja, alhoewel, als je luistert, speel je zelf ook mee op een bepaalde manier. Je eigen fantasie als luisteraar speelt ook een grote rol. Het is niet zo dat muziek puur binnenkomt; je maakt er altijd iets van. Stel dat je een opname beluistert waarvan iemand anders zegt dat die koel en oninteressant is gespeeld, maar jij maakt daar zelf met uw eigen fantasie iets van, dan kun je daar toch van genieten.

De luisteraar speelt mee

Marleen: Dezelfde opname kan, wanneer die door twee mensen wordt beluisterd, een verschillende ervaring geven. En die ervaring wordt voor een groot stuk gekleurd door je eigen verbeelding, je eigen fantasie.

Dominik: Die je ook nodig hebt. Als je geen verbeelding hebt, dan moet je niet luisteren.

Marleen: Want dan hoor je alleen maar iets, je bent niet aan het luisteren. Bijvoorbeeld als je samen naar een film gaat en je vertelt achteraf, los van elkaar, waar de film over gaat, kun je soms ook twee verschillende verhalen krijgen. Beïnvloed door jouw eigen verbeelding geef je een ander verslag van de film.

Ik wil misschien nog even teruggaan naar die dienstbaarheid. Jij staat ten dienste van uw publiek, ongetwijfeld ook van de componist, of niet? Dominik: Nee, die staat ook ten dienste van het publiek.

Dat is gewoon handwerk, eigenlijk. De componist levert een werk en de opdrachtgever betaalt, bij wijze van spreken natuurlijk. Wij moeten niet meer betalen.

Componist, uitvoerder en publiek

Marleen: Maar heb jij bij de uitvoering geen relatie met de componist?

Dominik: Nee. Bedoel je dat ik mij verantwoordelijk moet voelen om juist weer te geven wat de componist gewild heeft?

Marleen: Dat weet je natuurlijk nooit. Maar als ik bijvoorbeeld muziek van Telemann speel, voel ik een soort warme verbinding met hem, puur in mijn verbeelding gecreëerd. En dat is helemaal anders bij Bach. Ik heb niet zo’n warme band met Bach, eerlijk gezegd. Terwijl ik zijn muziek natuurlijk hemels vind. Telemann is bij wijze van spreken iemand met wie ik op café zou kunnen gaan. En dat voel ik als ik speel. Die componist is op een bepaalde manier ook behapbaarder voor mij. Ik kan dat gevoel niet loslaten als ik speel. Terwijl Telemann natuurlijk al lang dood is, is zijn muziek hier; het publiek is ook hier. Ik speel nu voor mijn publiek, maar blijf daarbij in relatie met Telemann.

Dominik: Als uitvoerder ben je steeds ook luisteraar.

Marleen: Publiek van jezelf.

Dominik: Ja, en van Telemanns mooie composities. Het moet toch zo?

Marleen: Ja, dat gaat toch over iets met drie: componist, uitvoerder en luisteraar. Maar misschien is het verschil tussen ons wel dat jij iets meer onthecht kijkt naar de composities?

Dominik: Dat weet ik niet. Nee, ik zie ook een persoonlijkheid achter de stukken. Ik fantaseer ook over de componisten.

Marleen: Ben jij gelukkig als je speelt?

Dominik: Dat maakt niet zoveel uit. Behalve wanneer ik improviseer. Het heeft meer te maken met het feit dat ik het graag doe. Als je bepaalde dingen graag doet, dan voel je je goed als je ze doet. Je bedoelt omdat dat kunst is?

Marleen: Ja, je zegt: je bent ook luisteraar van je eigen spel. Je weet, in het beste geval, als je die muziek zo eerbiedig mogelijk doorgeeft aan je publiek, gebeurt er iets bij je publiek. Het publiek herkent iets van de eigen emoties in de muziek en dat kan een gelukservaring teweegbrengen. Ervaar je dat dan ook bij jezelf?

Dominik: Als je het gevoel hebt dat je de muziek goed aan het overbrengen bent, dan wel, ja.

Marleen: Ja, maar eerder in de rol van de uitvoerder. Als je voelt dat je als uitvoerder aan het werk bent, maakt je dat dan gelukkig?

Dominik: Als ik thuis speel, dan heb ik dat gevoel natuurlijk niet, omdat er geen publiek is. Dan valt dat weg en dan denk je meer van: oh ja, dat is zo’n stuk, dat kan ik goed spelen of ik ga daar misschien meer aan werken. Ja, dat kan je ook een goed gevoel geven. Maar dat is toch iets anders.

Wanneer wordt kunst kitsch?

Marleen: We hadden het daarstraks even over kitsch. Wat is kitsch? Het schilderij van het zigeunermeisje met de traan?

Dominik: Bijvoorbeeld, ja. Iets dat gewoon een emotie oproept zonder context. Een zo sterk mogelijke emotie, die jou overspoelt omdat je eigenlijk niet snapt vanwaar die komt en wat je daarmee te maken hebt.

Marleen: Dan zitten we terug bij het kader of de context. Kunst bestaat eigenlijk maar binnen haar context. Kitsch heeft geen context. Kun je daar nog wat meer over vertellen?

Dominik: Wat ik niet snap, is dat iemand heel erg geraakt kan worden door iets en iemand anders helemaal niet. En dat dat zo persoonlijk is. Dat moet ook met die kaders te maken hebben, die voor een deel aangeleerd zijn.

Marleen: Ja, en dat het ene kader het andere niet is.

Dominik: Ja, dat je bepaalde kaders nooit hebt geleerd. Ik snap bijvoorbeeld niks van popmuziek. Dat raakt mij niet. Ik vind dat saai. Maar dat is niet voor iedereen zo. Veel mensen vinden die muziek prachtig.

Marleen: Omdat uw kader klassieke muziek is. En in dat kader gelden er andere waarden als het gaat over bijvoorbeeld timing en sonoriteit dan in popmuziek. En als je vanuit jouw kader naar popmuziek luistert … dan zie je het niet, hè. Dan is het saai.

Dominik: Ja, ik vraag mij gewoon af of je iets dat je totaal niet snapt mooi kunt vinden. Bijvoorbeeld …

Marleen: … abstracte kunst?

Dominik: Daar valt natuurlijk veel weg van het kader, dus dat wordt moeilijker. Iemand die daar veel van kent, die zal daar wel door geraakt worden, zeker?

Marleen: Maar dat is nog niet het verschil tussen kunst en kitsch. Ik ben er zeker van dat er goede popmuziek bestaat, maar net zoals jij weet ik niet of ik dat kan horen. Ik hoor meer dingen die ik vreselijk vind dan dingen die ik graag hoor. Maar ik kan me inderdaad, omwille van dat gebrek aan kader, wel voorstellen dat er goede popmuziek bestaat. Maar dat is nog niet het verschil tussen kunst en kitsch.

Is het verschil dan eerder iets van goed en slecht? Nu ben ik het u moeilijk aan het maken, hè?

Dominik: Nee. Ik moet het gewoon goed formuleren. Ik denk dat kitsch sowieso werkt met overdreven emoties die niet bij een situatie passen. Of bij een heel vergezochte situatie horen waarvan je denkt: dat betreft mij eigenlijk niet, omdat dat zo gek is. Als ik naar sommige tv- programma’s kijk, snap ik niet hoe ik ooit met zo’n situatie te maken kan hebben.

Marleen: Je voelt je dan helemaal losgekoppeld van een context. Wat ook niet met schoonheid of zo te maken heeft. Want kitsch kan misschien wel schoon zijn? Of niet?

Dominik: Nee. Nee, dat vind ik niet. Omdat je dat doorziet. En als je dat niet doorziet, dan is het ook geen kitsch. Als je het doorziet, vind je dat ook niet meer schoon en voel je je bijna beledigd. Marleen: Wijlen Jan Hoet zei: ‘Kunst gaat over leven, liefde en dood, en de rest is decoratie.’ Decoratie kan natuurlijk heel schoon zijn: een mooie vaas met mooie bloemen erin, schoon behangpapier, een schone zetel met een bijpassend schilderij in dezelfde kleuren. Dat is allemaal decoratie. Dat is schoon, maar het blijft decoratie. Het is als een achtergrondmuziekje. Maar dat is geen kunst. Want dat gaat niet over leven, liefde en dood. Dat is zijn definitie.

Dominik: Daar kan ik inkomen. Als een werk iets onverwachts oproept, is het geen kitsch, maar een gewone zonsondergang …

Marleen: Dat gaan veel landschapsschilders niet graag horen. Al die schilders die geprobeerd hebben de zee na te schilderen.

Dominik: Ja, maar dat is iets anders, vind ik. Een fantastische, speciale zonsondergang schilderen is geen kitsch, maar een prent uit IKEA …

Marleen: … in dezelfde kleuren als de kussens in mijn zetel. Het is moeilijk om die nuance te omschrijven tussen wat al dan niet kunst is.

Dominik: Als het geen verhaal losmaakt, als het dat niet doet of daar niet voor bedoeld is, dan is het kitsch. Wacht, ik zoek een voorbeeld.

Kitsch en authenticiteit

Marleen: Daar moet ik niet echt lang over nadenken. Al die Franse muziek na 1900.

Dominik: Oh ja, dat romantische stuk dat ik moest begeleiden.

Marleen: Die muziek dient het ego van de uitvoerder eerder dan de kunst.

Dominik: En dat zijn zo’n overdreven gevoelens die je niet meemaakt en die niet geloofwaardig zijn.

Marleen: Ook de uitvoerder kan een kitsch-kikker zijn. Nu gaan we even de cynische toer op, vrees ik. Ik vind Bach en emoties iets heel bijzonders. Maar als je dat door iemand laat spelen die daar een dikke saus van eigen egogevoelens over giet, dan is dat ook kitsch. Dat blijft wel Bach, maar de beleving of het resultaat wordt iets smakeloos.

Dominik: Omdat je dan niet meer snapt hoe die gevoelens werken. Je kunt er niet meer in komen, omdat die zo overdreven zijn.

Marleen: Ja, schoonheid heeft dan iets — of kunst heeft dan iets — met authenticiteit te maken, en de grens is dan toch ook heel flinterdun wanneer dat overhelt naar niet-authentiek, of zo.

Ik vind het heel mooi wat je allemaal zegt, Dominik. Ik kan het niet meer loskoppelen van al die andere verhalen die ik gehoord heb, omdat die elkaar allemaal vinden.

Dank u wel, Dominik.


Dominik Riepe studeerde klavecimbel en werkt als begeleider aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel en leraar klavecimbel aan twee muziekacademies. Hij treedt vooral op met Musica Rivelata, een ensemble dat hij samen met zijn echtgenote Hermelinde de Smet opgericht heeft. Buiten zijn professionele leven improviseert hij graag op zijn klavichord en fotografeert hij wilde planten en insecten.


Maarten Deckers

Grafisch vormgever uit Leuven met een zwak voor sterke verhalen. Vanuit mijn studio help ik sinds 2002 bezielde makers en ondernemers om hun visie helder en visueel te vertellen. Met liefde voor typografie en een scherp oog voor detail realiseerde ik al meer dan 400 boekontwerpen en talloze brand identities en websites. Ik denk graag strategisch met je mee om jouw verhaal te vertalen naar een ontwerp dat klopt tot in de kern.

Heb jij een verhaal dat een sterke vorm verdient?
Neem contact op, bekijk meer van mijn werk of volg mij op LinkedIn.


Specialisaties:
Grafisch ontwerp, boek- en omslagontwerp, huisstijl, logo, drukwerk, digitale communicatie & Squarespace websites.

Vorige
Vorige

Jowan Merckx

Volgende
Volgende

Anton Valcke