Jowan Merckx

Jowan en ik hebben net een heerlijke repetitie achter de rug. In de kerk van Wijgmaal, ons repetitiekot, hebben we de zes sonates van Telemann voor twee blokfluiten doorgespeeld. Nu zitten we thuis met een lekkere koffie, klaar voor het gesprek.

Marleen: Dat was een heerlijke repetitie!

Jowan: Mocht van mij zes keer zo lang duren.

Marleen: Samen muziek spelen is zo’n pure vorm van communicatie.

Jowan: Dat is waar.

Marleen: Over schoonheid, denk ik.

Jowan: Ja, hè?

Marleen: Ja, dat is wat we gedaan hebben.

Jowan: Zeker weten!

Schoonheid is troost

Marleen: Maar wat heb je daarstraks ook weer gezegd? Dat troost en schoonheid een eenheid vormen? … Dat ze samen bestaan?

Jowan: Ja, schoonheid geeft sowieso troost, ze zijn inherent aan mekaar verbonden.

Marleen: Maar wat je er ook bij gezegd hebt, dat is zelfs nog meer, het moment dat je stopt met spelen, voel je ook iets dat wegvalt.

Jowan: Ja, en wel meteen. Vaak speel ik thuis, maar meestal zoek ik een goed klinkende ruimte op waar ook genoeg stillte heerst. Ik kom die sfeer binnen en er valt meteen iets van me af. De drukte valt weg, er komt ruimte in m’n hoofd en hart, het lawaai en gedruis dooft. Dan kan ik beginnen spelen en is alles goed. Ik zit dan via de muziek ook in een connectie met de wereld. Al zoek ik dat niet op of benoem ik dat niet bewust, ik stel dat achteraf wel vast. Negatieve en/of obsessieve gedachten verdwijnen. Dan zit ik zonder meer in de schoonheid, het ritme en de warmte van de muziek.

Marleen: Leg dat nog eens uit? Van zodra je begint te spelen ‘ben’ je gewoon. De muzikant in mij snapt dat ook. Het is moeilijk om bezwaard te blijven tijdens het spelen. Maar je legt ook een connectie met de wereld.

Jowan: Ik voel dat niet op het moment zelf, of ik benoem dat niet, of ik zoek dat niet. Dat gebeurt gewoon. Maar ik constateer vaak wel achteraf dat ik op het moment dat ik aan het spelen was, alles goed was en dat ik me verbonden voelde met de wereld.

Marleen: Dat is geen ervaring van jou alleen in die ruimte met de deuren toe, in de stilte, met je instrument?

Jowan: In mijn hart niet. In concreto wel natuurlijk. Je zit dan eigenlijk echt concreet gezien in een bubbel. Maar in mijn gevoel is dan alles één.

Marleen: Eigenlijk beschrijf jij dezelfde ervaring als die van iemand die op een kussentje zit en mediteert. Meditatie is niet iets van alleen maar naar binnen gaan, maar vanuit de rust en het gewaarzijn en de stilte die je binnen jezelf ervaart en je vanuit liefde in verbinding gaat met de wereld. Dat is ook wat monniken doen in het klooster, voor zichzelf zorgen in hun dagelijks bestaan, maar vanuit hun houding ook het goede proberen te doen voor de wereld.

Jowan: Zonder het zelfs te proberen waarschijnlijk. Want dat is ook bij mij, ik probeer niks als ik daar bezig ben. Dat gebeurt. En dat is fantastisch. Wat ik ook hartverwarmend vind is dat alle moeilijkheden die inherent zijn aan het muzikantenbestaan m’n speelplezier niet in het minst hebben geschaad. Ik constateer dat en zie dat als een zegen.

Marleen: De muzikant die je bent is een zielsverbinding, denk ik. Een verbinding met uw ware zelf. De professionele muzikant die zich moet profileren in de wereld met concerten en alles wat daarbij hoort is meer een manifestatie van het ego.

Jowan: Dat kan het zijn. En dat zal het vrees ik meestal wel zijn. En ja, daar zit ook wel iets moois in natuurlijk want als er geen ambitie is ga je ook geen projecten uit de grond stampen. Je zou dan in je cocon blijven. Ik ben heel content over de platen en concerten die ik met een aantal inspirerende muzikanten op de wereld heb mogen zetten. Ik kan nog steeds een vervulling voelen wanneer ik denk aan de creaties met AmorromA, aan ‘les Tissérands’ met Zefiro Torna en zoveel meer. Het is deugddoend die muziek mooi en waardevol te kunnen blijven vinden. En ik denk dus niet dat ik zonder dat in dezelfde mate in staat zou zijn om los te laten. Ik kan nu makkelijker en gemeender voelen dat het aan de volgende generatie(s) is om een ei te leggen. Ik ben zo goed als op pensioen. In mijn hoofd ben ik het al. Dat helpt. Al die dingen helpen om op een punt te komen om los te laten.

Marleen: En vrede te ervaren?

Jowan: Tenminste, zolang ik speel.

Als de wereld op je kop valt

Marleen: Ah ja, zolang je speelt. Want nu zijn we het aan het beschrijven. Maar alleen als je speelt kan je het echt ervaren?

Jowan: Ja, toch vooral dan.

Marleen: Wanneer je stopt met spelen …

Jowan: … valt de wereld op mijn kop. Ja, dat is het. En dan voel ik het gewicht van alles wat er gaande is. En dan heb ik het eigenlijk vooral over de teloorgang van de wereld. Want als jij zegt van die boeddhisten daarnet, je zegt: die maken een connectie met ‘de wereld’, dan denk ik niet aan de mensenwereld, dan denk ik aan de natuur, waarvan hopelijk de mens een deel is. Maar dat blijkt in de meeste gevallen niet zo te zijn, want wij maken die wereld juist kapot.

Marleen: We gedragen ons niet zoals we ons zouden moeten gedragen?

Jowan: Ik vind de mens eigenlijk, en dat meen ik echt, een ontaarde diersoort. We zijn de enige soort die de wereld kapot maakt. Ik vind dat hemeltergend.

Marleen: Ja, en dat is deel van uw lijden hè.

Jowan: Ik vind dat bijzonder pijnlijk en bedroevend om te constateren!

Marleen: Dat is de wereld die op jouw kop valt. Dat lijden dat je dan voelt, waardoor als je met schoonheid bezig bent, het letterlijk samenvalt met troost, omdat schoonheid een andere verbinding maakt? Met diezelfde wereld, toch?

Jowan: Met diezelfde wereld en ook met de muziek die ik maak. Muziek die dikwijls al honderden jaren bestaat of muziek die ik maak op basis van muziek die al honderden jaren bestaat. Want ik gebruik dezelfde bouwstenen. Dus daar is sowieso een link met die wereld, want hoeveel generaties van schitterende muzikanten gaan eraan vooraf? Daarin zien we de schoonheid van de mens. De mens die in staat is om schoonheid te creëren in plaats van de schoonheid kapot te maken. En dat is de connectie die ik voel met ‘de essentie’.

Marleen: Je voelt de traditie van honderden jaren geleden en je zet ze verder. Want de mens is een ontaarde diersoort. Maar tegelijkertijd heeft die mens natuurlijk wel schoonheid gecreëerd.

Jowan: Absoluut. Maar als ik zeg ‘de mens’, dan heb ik het over de mensHEID. Als je kijkt naar de mensheid, kun je niet zeggen dat we het goed doen. Dat neemt niet weg dat een aantal individuen fantastische dingen doet. Maar als mensheid falen we grandioos. Dus als ik het heb over de mens, heb ik het niet per se over alle mensen of over alle mensen in alle tijden, maar als soort zijn we geëvolueerd naar iets dat niet waard is om hier te zijn, een soort die vanuiut hebzucht de harmonie met zijn omgeving kwijt is en zelfs aan zijn laars lapt.

Marleen: Ja, misschien zijn we er zelf voor aan het zorgen dat we er vroeg of laat niet meer gaan zijn.

Jowan: Hoeveel van de andere soorten gaan we in onze val meeslepen? En hoeveel hebben we er al meegesleept, elke dag.

Marleen: Daar gaat het boek ‘Archief van mogelijk verlies’ van Tine Hens over.

Jowan: Dat wil ik zeker graag eens lezen. Het verlies is gigantisch. En elke dag. Elke dag verdwijnen honderden, duizenden soorten planten en dieren. Ik vind dat… Ik word daar niet goed van. Die wereld valt op mij zodra ik stop met spelen. Momentelijk.

Marleen: Dan hoop ik dat jij nog lang kan blijven spelen. Er zijn veel kunstenaars die zeggen dat ze met schoonheid bezig zijn, of met kunst, want misschien moeten we de definitie schoonheid toch ook nog eens bekijken, de enige manier is om te overleven in een wereld in verval.

Jowan: Voor die persoon in kwestie, denk ik wel.

Marleen: Ja, maar dat zegt jij ook, toch?

Getuige van de teloorgang

Jowan: Er zijn nog andere grote vreugdes in m’n leven. Zo speelt m’n vriendin Natacha geen kleine rol, er is de tuin, fietsen, wandelen, luisteren, lezen, … Maar op een bepaald moment zal de maat voor mij vol zijn. Ik wil die teloorgang niet verplicht moeten aanschouwen tot in het oneindige.

Marleen: Omdat je dan misschien niet meer met schoonheid kunt bezig zijn? Of omdat de wereld zo hard op jouw kop gaat vallen en er zoveel leven zal meegesleurd worden in die ellende dat je daar geen getuige van wilt zijn?

Jowan: En daarom ben ik een heel grote voorstander van euthanasie. Ik hoop dat de wetgeving gigantisch versoepeld gaat worden, want we staan nog heel ver van waar we zouden moeten staan. We zouden moeten kunnen verdwijnen zonder andere mensen daar lastig mee te vallen. Zonder dat je aan een koord moet gaan hangen of van een brug moet springen of je polsen doorsnijden. Dat zou op een propere, schone manier moeten kunnen gebeuren, met rustig afscheid nemen van dierbaren incluis.

Marleen: Ik moet nu denken aan een uitspraak van Jan Mertens: Je bent niet van jezelf alleen. Ik heb kinderen die mij graag zien, jij hebt Natasha. In de wereld verbind je je met mensen die je graag ziet en heb je daar ook een bepaalde verantwoordelijkheid.

Jowan: Zeker ja.

Marleen: Maar jij zegt: ik ben wel van mij alleen. En als het voor mij echt niet meer lukt, dan …

Jowan: Dat wel, en ik kan er gelukkig met Natasha over spreken. Ik vind het ook belangrijk om daarover te spreken met haar zodat zij, als het op een dag zover is, niet uit de lucht valt.

Marleen: Ja, je klinkt niet wanhopig. Mensen denken vaak als je met de dood bezig bent, of wanneer je je heel realistisch voorstelt dat je vroeg of laat sterft, dat je fatalistisch bent of zo, of dat dat luguber is. Eigenlijk is het dat helemaal niet. De enige zekerheid die we hebben, is dat we dood gaan, en er op een gegeven moment niet meer zijn. En jij voegt eraan toe: ik wil dat niet van de natuur laten afhangen. Ik wil op het moment dat mijn lijden psychisch ondraaglijk wordt, zo noemen we dat dan bij euthanasie, zelfbeslissingsrecht hebben.

Jowan: Om vandaag nog maar te mogen spreken over psychisch ondraaglijk lijden moet je al een hele historie hebben van psychiatrische behandelingen en natuurlijk om te beginnen passen in een ziektebeeld.

Marleen: Het moet een naam hebben.

Jowan: Het moet een naam hebben en je moet al een voorgeschiedenis hebben voordat je in aanmerking komt. Dat klopt niet voor mij. Een vriendin van mij is van een viaduct gesprongen. Overdag. Van haar bleef niets over dan een hoopje resten. Ik bedoel daarmee, waarom moet het zo? Zij is jaren bezig geweest met een euthanasieaanvraag en heeft alles daarover uitgepluisd tot gesprekken met Dr. Distelmans gevoerd. Ze heeft er zelfs haar thesis over gemaakt. Op een bepaald moment komt ze tot de constatatie van ja, er is geen enkele manier dat ik beroep kan doen op euthanasie. Ze is dan van de brug gesprongen. Volgens mij om de maatschappij te straffen, want er zijn nog andere manieren om er een einde aan te maken.

Marleen: Ze kon dat in stilte doen, maar ze wilde eigenlijk een soort protest met haar eigen leven als inzet?

Jowan: Dat was vermoed ik een manifestatie van haar. En ze wilde er de wereld opzettelijk in betrekken, want anders doe je het anders. Ik zou het niet doen, maar soit, ik snap haar omdat ik haar voorgeschiedenis ken.

Marleen: Eigenlijk zeg je: het leven is lijden, daarom niet algemeen, maar toch zeker voor mij. Dat is ook de eerste edele waarheid van het boeddhisme: er is lijden.

Jowan: Er is lijden. Ik weet niet of de wereld lijden is, maar er is lijden, … ‘t zal wel zijn.

Marleen: En er is ook lijden in uw leven en dat lijden wordt verzacht wanneer je met schoonheid bezig bent. Die schoonheid is een troost voor het lijden.

Je zoekt geen troost

Jowan: Dat gebeurt gewoon zonder dat te willen zijn. Als ik ga spelen, is het niet omdat ik troost nodig heb, zoals je aan de moederborst gaat hangen. Als ik ga spelen, is het omdat ik WIL gaan spelen, dat is gewoon een goesting. Ik zoek dan geen troost. Nee, ik heb gewoon goesting om te gaan spelen, … een fysiek en mentale drang.

Marleen: Je voelt die goesting. Ja, dat herken ik, de noodzaak om te spelen. Je zegt niet, ik kies nu om te spelen. Je speelt.

Jowan: Je kiest niet om te spelen, je moet er wel ruimte voor maken, …en je zoekt geen troost.

Marleen: Dat lijkt mij toch een belangrijke nuance. Want wat is troost? Het is moeilijk om dat te benoemen. Het lijkt als een noodzaak om in jouw leven te blijven dat je muzikant bent, dat je speelt. Daar kies je niet voor, maar dat is gewoon. Je bent daarin geboren, het komt gewoon naar je toe, eerder dan dat jij het opzoekt. Het effect is wel troostend.

Jowan: Het is zeker troostend.

Marleen: Maar het is geen middel om een doel te bereiken.

Jowan: Nee, het is puur goesting. Dat is het woord eigenlijk. Goesting en plezier. Of deugd, dat soort woorden.

Marleen: Herleid je troost dan tot het verlangen van het kind naar de moederborst? De moeder geeft wat het kind nodig heeft om te kunnen groeien. Melk, maar ook erkenning en liefde. Is dat troost? De moeder troost het kind. Het kind weent omdat het honger heeft.

Jowan: Ja, het is in de eerste plaats voldoen aan een primaire behoefte. Een kind zonder moeder of vader dat alleen gelaten wordt, kan niet overleven. Dus het is in de eerste plaats een primaire behoefte. En ik denk dat heel veel primaire behoeftes die ingewilligd worden een soort troost zijn. Net zoals het een primaire behoefte is om te vrijen. Het geeft je, toch als het op een toffe manier gebeurt, een voldaan gevoel. Zou je dat dan troost kunnen noemen? Voor mij is dat eerder een primaire behoefte die voldaan is.

Marleen: Op meesterlijke wijze fiets je ook een beetje rond het woord.

Jowan: Rond het woord troost?

Marleen: De moederborst voor het hongerige kind of een aangename vrijpartij is geen troost, het is het vervullen van een primaire behoefte.

Jowan: Ja, er is een groot verschil tussen beantwoorden aan een primaire behoefte en troost. Als je honger hebt en je eet vervul je een primaire behoefte. Maar als ik muziek speel en een goede klank heb, dan heb je ook die bubbel van die goede klank, het is meer ingebed. Dat is van een heel andere orde. Dat is geen primaire behoefte. Het is niet nodig om te overleven. Het is een goesting.

Marleen: In jouw geval is muziek maken toch wel nodig om te overleven.

Jowan: Ja, maar het is een goesting. Terwijl als je honger hebt en je gaat aan de moederborst hangen, dat is geen goesting, dat is honger.

Marleen: Wat is troost niet?

Jowan: Ik vind het sowieso een heel beladen woord. Misschien is het daarom dat ik er rond fiets. Wat is troost niet? Ik denk dat troost vaak verward wordt met voldoen aan primaire behoeftes. En dat wil ik dan zelf niet bestempelen als troost. Wat mij troost, los van het fluiten, wat mij echt troost, zijn de momenten dat ik in ‘het moment’ zit. Bijvoorbeeld: ik zit gewoon bij me thuis en ik zie de mezen hun bad pakken. Ik heb zo'n kuipje staan. Dat is eigenlijk ook iets dat gewoon gebeurt. Dat is niet iets dat voldoet aan een primaire behoefte van mijnentwege. Maar dat is op dat moment voor mij duidelijk troost. Hoe weet ik dat? Als er een glimlach verschijnt op mijn gezicht, dan weet ik genoeg. Dus ik betrapt mij daar soms op. Zo kan ik ook troost voelen als ik een kruiswoordraadsel invul, dan heb ik een banaan op mijn gezicht en ben ik mij aan het amuseren. Daar vind ik troost in.

Marleen: Die merel die zijn bad neemt ontroert je. Je wordt geraakt door dat spel van die vogel of de schoonheid van dat beestje.

Jowan: Ja, maar misschien is dat waarom ik rond het woord troost fiets, de vraag is: moet iets persoonlijk zijn om troostend te zijn? Want als jij zegt, jij wordt geraakt, dan wordt dat persoonlijk, dan word ik geraakt. Maar moet dat per se? Is het feit dat die merel een badje pakt op zich al niet troostend?

Marleen: Of je daar nu naar staat te kijken of niet.

Jowan: Inderdaad.

Marleen: En je bent er slechts een stille getuige van, maar je bent niet in interactie met wat daar gebeurt. Je gaat die ervaring daar ook niet halen, of zoiets? Nee, je maakt er geen foto van. Je schrijft er geen tekst over, niks. Maar er komt een banaan op je gezicht. En in de marge van het gebeuren ervaar je troost?

Jowan: Inderdaad, en zonder dat te WILLEN ervaren. Maar misschien is het daarom dat ik daar rond fiets, want zodra je troost wil ervaren is het naar mijn gevoel al te beladen, vind ik.

Marleen: Te beladen of lijkt het alsof je er geen recht op hebt om het te mogen ervaren?

Jowan: Dat zou ik niet zeggen. Maar het is daarom ook dat ik een onderscheid maak tussen bijvoorbeeld honger hebben en de moederborst krijgen, want dat is nodig en dat vogeltje dat een bad pakt en ik die daar naar kijk, want dat is niet nodig. Die vogel gaat sowieso wel ergens een bad pakken. Dus ja, troost is een beladen begrip. Daarom zeg ik dat schoonheid sowieso troostend is, zonder meer. En het feit dat je daarvan getuige mag zijn, dat geeft dan die banaan op mijn gezicht, een uiting van schoonheid eerder dan van troost. Kan je nog volgen?

Marleen: Ik denk het wel. Ik vind het schoon wat je zegt. Want ook schoonheid vind ik beladen.

Jowan: Schoonheid is heel relatief.

Marleen: Wat jij beschrijft en wat ik ook in andere gesprekken heel erg gevoeld heb, is dat schoonheid zoals een vogeltje dat een bad neemt, of een mooi muziekstuk beluisteren of spelen, dat dat een soort van consumptie kan worden, als een soort pleister op de wonde, of het lijden, om zich daarna beter te voelen. Waarom consumeren mensen schoonheid als een pleister voor de ziel, zoals men dat vaak zegt? Dat is ook een beetje gek toch? Schoonheid consumeren om getroost te worden, of zoiets. En daardoor de verbinding met die schoonheid heel persoonlijk maken. Want: ‘Ik heb dat nodig om beter te worden’. En men ook niet met de muziek aan zich verbonden is maar ze eerder als een medicijn gebruikt om zich daarna beter te voelen.

Jowan: Utilitair is het woord.

Marleen: Oké, utilitair.

Jowan: Het moet nut hebben. Van zodra iets utilitair wordt heb ik het gevoel dat je eigenlijk de bal misslaat.

Marleen: Maar daar heb jij het niet over, hè? Dat was niet wat jij aan het beschrijven was. Ik heb nu dringend een vogeltje nodig om me wat beter te voelen.

Een glimp van de hemel

Jowan: Nee, want dat gebeurt. Je bestelt dat vogeltje niet hè. Dat gebeurt gewoon. Onlangs passeerde er een eekhoorn door m’n tuin. Die was daar een beetje aan het verwijlen, zat zich daar gewoon een beetje goed te voelen. In alle tuinen rond mij is geen enkele tuin met een beetje lommer of een beetje wild groen. Dat zijn gekortwiekte gazons. Je kent het, hè?

Marleen: Monocultuur.

Jowan: Ja, en die zat daar waarschijnlijk te genieten van een beetje koelte, veronderstel ik. Heerlijk! Dus je bestelt dat eekhoorntje niet, maar voor mij is dat een glimp van de hemel.

Marleen: Ja, die hemel die op andere momenten zo zwaar op je kop valt, ga je daar even open.

Jowan: Onlangs wandelede ik langs een beek toen een ijsvogel voorbijflitse, … van een flits uit de hemel gesproken!

Marleen: Wat gebeurt er dan bij u?

Jowan: Sowieso een gevoel van blijdschap om daar getuigen van te mogen zijn. Van dat te mogen waarnemen eigenlijk, … de chance! Dat gebeurt niet vaak in uw leven dat je een ijsvogel voorbij ziet flitsen.

Marleen: Het is mij nog niet overgekomen.

Jowan: Dat gaat nog wel komen.

Marleen: Meander nog eens rond schoonheid.

Schoonheid is wat er natuurlijk gebeurt

Jowan: Wel, schoonheid is inderdaad een heel beladen begrip maar voor mij is het eigenlijkl simpel. Schoonheid is wat er op een natuurlijke manier gebeurt. Ja, zo simpel is het eigenlijk. En dat kan ook des mensen zijn. Zodra het een concept wordt, we kunnen het dan doortrekken naar de kunst. Als kunst conceptueel wordt, dan hoeft het niet voor mij. Ik zie daar geen schoonheid in. Hoe meer uitleg, hoe meer schoonheid op de helling komt te staan.

Marleen: Ja, schoonheid is wat er natuurlijk gebeurt, maar daarmee bedoel je niet enkel de natuur. Want wat met kunst? Kunst is natuurlijk een creatie.

Jowan: Ja, dat klopt.

Marleen: Maar het gaat om de natuurlijke manier hoe de creatie ontstaat. Hoe jij bijvoorbeeld tot je melodieën komt.

Jowan: Bijvoorbeeld, dat gebeurt ook. Ik heb nog nooit gezegd van ‘nu ga ik eens even een melodie maken’. Nooit. Ik kan niet werken op bestelling.

Marleen: Die ligt niet klaar bij u, die melodie?

Jowan: Nee, die pluk ik.

Marleen: Die pluk je.

Jowan: Die is in de ether. Ja, dat is ook waarom ik zeg: ik bouw met bouwstenen die al honderden jaren oud zijn. Die melodie is eigenlijk al aanwezig. Ik pluk ze en besprenkel ze dan met mijn eigen fantasie. Vooral fantasie, want ik speel daarmee en ik wijk graag af van tradities. Ik vind tradities fantastisch, maar dat is slechts de voedingsbodem. Daarvan wijk ik opzettelijk af.

Marleen: En dat is dan de Jowansaus?

Jowan: Ja, de fantasie. Zou ik dat noemen.

Marleen: Die niet met jou verbonden is, of toch?

Jowan: Ja, die komt ook ergens vandaan. Ik vind het warme water niet uit. Ja, dat bedoel ik met ‘alles wat op een natuurlijke manier gebeurt’. Van zodra je het warm water wil gaan uitvinden, is het al niet meer natuurlijk. Ten eerste ‘wil’ je het uitvinden en ten tweede is het al duizenden jaren uitgevonden. Al bij de geisers was er warm water.

Marleen: Ja, en zo is de cirkel rond, je bent maar een dingetje in de hele evolutie.

Jowan: Ja, je bent een schakel.

Marleen: En je hebt jezelf niet uitgevonden. Je bent in de grond van de geschiedenis.

Je moet jezelf wel polijsten

Jowan: Ja, zeker. Maar je moet jezelf wel polijsten. Daarom speel ik sinds mijn acht jaar muziek. Ik probeer zo een gepolijste steen te krijgen. Dus daar is wel werk mee gemoeid.

Marleen: Het is niet gewoon zitten en ontvangen.

Jowan: Nee, dat bestaan niet.

Marleen: En dat polijsten maakt het heel authentiek en uniek. Je bent niet gewoon traditie, je bent uniek, dat wel.

Jowan: Zeker. Ik heb dat onlangs pas geconstateerd. Je ziet allemaal koolmeesjes en je denkt, ja, dat is een koolmeesje. Maar elk koolmeesje is anders. Dat is ongelooflijk. Er zijn geen twee dingen in de natuur hetzelfde.

Marleen: Niet hetzelfde en toch ook wel. Dat zat ook in het gesprek van Tine Hens. Mijn vraag was: Is het niet zo dat een duif in Oostende hetzelfde roekoet als hier in Wijgmaal? Zij zegt: Nee, nee, nee, dat is niet hetzelfde. Je herkent iets, je herkent dan een duif en de duif weet dat ze duif is op een bijzondere manier, niet dat ze zo heet, maar ze weet wel wat duif zijn is. Maar dat Oostendse dialect klinkt anders dan dat van Wijgmaal, ook bij de duiven. Dat klopt. Ook al hebben die duiven elkaar nooit gehoord, toch klinkt er iets herkenbaars in hun geluid.

Jowan: Ja, ze hebben dezelfde basis maar met een heel eigen invulling. En dat is natuurlijk bij zo'n duif heel subtiel. Zoveel variatie is er niet. En toch is dat anders: de tessituur, het ritme, weet ik wat allemaal.

Marleen: Zoals ieder mens anders is.

Jowan: Bij een merel is dat duidelijk. Het is ongelooflijk hoeveel fantasie een merel heeft. Meestal gaan merels hoog in een boom zitten 's avonds. Dat is hun moment. En 's morgens ook. Maar wat een variatie. En geen enkele merel zingt hetzelfde. Er is wel steeds een basismelodie die terugkomt. Maar de variatie is ongelooflijk. Dat zijn echte kunstenaars.

Marleen: Die hun melodieën op dezelfde manier ontvangen als jij? Schoonheid is dat wat natuurlijk verloopt. Wat er gebeurt op een natuurlijke manier, zeg jij. Dat is wat vogels doen natuurlijk.

Jowan: Die kiezen niet. Die gaan niet zeggen: nu zal ik eens een liedje maken. Momentaan. Die gaan ook niet één seconde voordat ze beginnen zingen, denken, nu ga ik zingen.

Marleen: Nee. En daar zit een dingetje tussen de natuur en de mens. Want de mens is natuurlijk een deel van de natuur, maar de mens is de enige met die lading hersenen, waar we moeten mee omgaan, die met schoonheid kunst creëert, het gezang van een vogel is prachtig, maar is geen kunst.

Jowan: Ja, daar kan je over discussiëren.

Marleen: Ah ja? oké.

Jowan: Ja, er zijn mensen die daarover gediscussieerd hebben, zoals Messiaen en Beethoven. Die zich ook laten inspireren door vogelgezang. En die letterlijk gefilosofeerd hebben over de vraag of wat die vogels nu doen kunst is. Ik vind dat eigenlijk een heel pertinente vraag.

Marleen: Wat er gebeurt bij kunst is dat we voor een deel het natuurlijke verloop niet volgen. Messiaen maakt een opname van vogelgezangen en maakt daarmee een compositie. En dan gebeurt er iets.

Jowan: Ja, dat is duidelijk. En hij gaat daarmee niet over één nacht ijs. Hij heeft daarop gewerkt. Maar dat bedoel ik ook als ik polijst van mijn acht jaar, dat polijsten is werken aan een gezonde voedingsbodem waarop je je eigen ding kan laten groeien. Maar daar is veel werk aan. Ja, ik moet jou niet uitleggen hoeveel werk er is om te leren blokfluit spelen. Je kunt niet zeggen: nu ga ik eens een melodietje spelen als je het nooit gedaan hebt.

Marleen: Wat de vogels wel doen.

Jowan: Wat de vogels wel doen, maar daar gaan jaren over. En ook, als ik die melodietjes pluk die in de ether hangen, dan moet ik mij wel eerst klaarmaken om die te kunnen plukken. Dat is niet een werk van slechts enkele jaren, … dat is een levenswerk.

Marleen: Naar het beeld van de boer die zijn akker klaarmaakt met aandacht en liefde voor de grond, waardoor hij ervoor zorgt dat als er een zaadje op valt, er iets kan groeien.

Jowan: Ja, dat is een goede vergelijking.

Marleen: Want jij kunt ze wel plukken, maar ik kan naast je zitten en niks plukken.

Jowan: Of andere dingen? Maar jij kan mijn melodieën niet plukken. Maar misschien kan ik die jij plukt niet plukken. Maar jij hebt sowieso ook gewerkt. Jij hebt ook een bodem gecreëerd. Ja, dat is het mooie toch, dat ieder zijn eigenheid heeft, prachtig hè.

Maar dus ja, troost en schoonheid zijn heel beladen begrippen. Maar voor mij, in mijn hart is het in wezen heel eenvoudig. Schoonheid sowieso. En troost ook, want dat gaat samen. Troost is voor mij iets dat gebeurt, niet iets dat je zoekt, en ook niet iets dat je verdient. Of niet verdient

Marleen: Je hebt daar sowieso geen recht op.

Jowan: Nee. Nee.

Je kunt enkel troostend zijn

Marleen: Waartoe jij de begrippen troost en schoonheid eigenlijk wil herleiden, maakt mij wel blij. Het komt dicht bij het idee van de meanderende zoektocht die ik hierrond doe. Het heeft voor mij veel te maken met een soort van frustratie die ik voel vandaag, dat wij troostconsumenten zijn geworden. Het moet allemaal zacht en goed voelen en lieflijk zijn. En tranen moeten snel gedroogd worden. Dat is de cultuur van positief denken, of zoiets. Dat troost ook het middel is tegen melancholie of neerslachtigheid of verdriet en pijn, en lijden en al die dingen die eigenlijk gewoon deel van het leven zijn. En dat we dat lastige gevoel heel de tijd wegmasseren of met veel doekjes bedekken. Die houding is een frustratie bij mij. Moeten we dat wel allemaal doen? Worden we zo geen hulpeloze weekdieren die zich totaal niet meer verbinden met de realiteit zoals ze is?

Jowan: Die kans is groot. Van zodra je het hebt over troost, heb je het sowieso over lijden. Want anders heb je geen troost nodig, anders bestaat troost niet. Dus je kunt daar nog zoveel troost op gooien, het lijden gaat blijven. Dus dat is eigenlijk een straatje zonder einde.

Marleen: Wat niet wil zeggen dat wanneer er lijden is waarvan je weet dat het gaat blijven, dat het geen troost moet hebben. Maar het gaat om hoe we dat dan doen of hoe we ermee omgaan. Misschien moeten we een beetje nederig blijven om het lijden ook te erkennen zoals het is.

Jowan: Ja, ik snap je. Wat ik wel mooi vind is een troostende schouder, bijvoorbeeld. Alleen moet je daar geen wonderen van verwachten. En ook, hopelijk is die troostende schouder er zonder meer. En moet die mensen met de troostende schouder geen speciale moeite doen om te troosten. Ja, dat vind ik toch wel belangrijk.

Marleen: Ja, eigenlijk zeg jij: in de meest natuurlijke vorm van samenzijn is die troostende aandacht er gewoon.

Jowan: Ik denk dat wel.

Marleen: We moeten mensen niet leren om te troosten, maar ze zijn gewoon troostend.

Jowan: Ik denk dat wanneer er liefde is tussen twee of meer mensen, dat automatisch gebeurt.

Zelf ben ik iemand met een hele waslijst aan mogelijke irritaties. Lawaai, onaandachtigheid, multitasking, drukte, gebrek aan fysieke en mentale ruimte, etc etc… Het kan me allemaal wel eens teveel worden en dan kan ik uit m’n kram schieten. Op zulke momenten ga ik me niet in duizend bochten wringen om te proberen de diplomaat uit te hangen of eerst ’t blokske rond te wandelen of m’n tong eerst zeven keer rond te draaien in m’n mond voor ik iets zeg. Ik kan dan ontactvol zijn maar ik ga dan geen troost geven om me te verontschuldigen voor wie ik ben. Eventueel kan ik me nadien wel excuseren voor de toon of de stijl.

Marleen: Jij wil geen troost geven als verontschuldiging voor wie je bent.

Jowan: Nee, en ook niet als het van mij verwacht wordt en ik het op dat moment niet kan geven, spontaan of welgemeend. Als ik dat wel kan doe ik dat graag, want ik kan wel troosten. Ik kan een troostende schouder en ik kan een toffe aanwezigheid zijn. Maar niet als dat verwacht wordt en op momenten dat ik dat moet forceren, dat gaat gewoon niet.

Marleen: Nee, troost kun je niet opleggen.

Jowan: Nee, dat kun je niet.

Marleen: Ook dat is niet iets dat je ergens kan gaan halen, maar iets dat spontaan ontstaat?

Jowan: Je kunt troost niet gaan zoeken. Het is er of het is er niet. Troost zoeken is eigenlijk naast de kwestie. Troost geven is ook naast de kwestie. Je kunt enkel troostend zijn, misschien.

Marleen: Ja, schoon hè, die woorden. Terwijl we ze zo gemakkelijk gebruiken op die manier. Troost zoeken, troost geven.

Jowan: Ik hoor dat koppels vaak opzettelijk ruzie maken om het daarna bij te kunnen leggen, al dan niet in de vorm van een spetterende vrijpartij. Ik kan me daar niets bij voorstellen.

Marleen: Mensen doen vaak dingen omdat ze het gevoel hebben niet gezien te worden, denk ik. Dat gevoel van: ik ben wel bij u, maar je kijkt niet naar mij. En dat voelen ze de nood om gezien te worden.

Jowan: Samenvattend, troost is er of is er niet.

Marleen: Ja, zowel troost als schoonheid.

Jowan: En ik denk inderdaad, het beeld van die akker, je zegt ploegen, maar iemand met permacultuur gaat dat niet graag horen.

Marleen: Ik begrijp het, laten we zeggen ‘klaarmaken’. Eigenlijk gaat het om liefde geven voor de bodem.

Jowan: Voilà. Uw akker klaarmaken.

Marleen: Om dan dat wat erop groeit, ook niet te gaan manipuleren, of sneller te laten groeien, maar te laten ontstaan. Die mooie houding van die boer in relatie tot zijn veld.

Jowan En ook de nederigheid eigenlijk in tegenstelling tot de arrogantie van een boer die gaat bemesten en pesticiden gebruiken om alles te forceren. En dus in wezen alles vermoordt.

Het natuurlijke verloop

Marleen: En zo zijn de dingen uit hun evenwicht geraakt. Ja, nu zitten we daar weer, hè. We gingen een synthese maken. Jouw leidmotief is ‘het natuurlijke verloop’, denk ik. Ik snap dat heel goed, ook omdat ik je ken. Ik kan dat zien in uw leven. Jij blijft in je natuurlijke staat van zijn, die soms ook frustratie of ergernis is.

Jowan: Of liefde.

Marleen:Ja, of liefde. Trouw aan jouw natuurlijke staat verbind je je met de wereld rondom jou. Dankjewel Jowan voor dit wondermooie gesprek.


"Fluitspelen is luisteren naar de vogel achter je ogen". Voor Jowan Merckx is blokfluit spelen telkens weer teruggaan naar het wezenlijke, via het spelen van melodieën die geworteld zijn in eeuwenoude stijlen en tradities. Jowan speelt in verschillende groepen en ensembles in de oude muziek en de folk. Met zijn eigen groep Amorroma biedt hij een zelfgecomponeerd repertoire aan, geïnspireerd door middeleeuwen, renaissance en barok en traditionele muziek van over heel Europa.


Referenties:

Les Tisserands https://zefirotorna.be/fr/boutique/les-tisserands
AmorromA https://amorromamusic.wixsite.com/jowan
Hens, T. (2025). Archief van mogelijk verlies. EPO.

Maarten Deckers

Grafisch vormgever uit Leuven met een zwak voor sterke verhalen. Vanuit mijn studio help ik sinds 2002 bezielde makers en ondernemers om hun visie helder en visueel te vertellen. Met liefde voor typografie en een scherp oog voor detail realiseerde ik al meer dan 400 boekontwerpen en talloze brand identities en websites. Ik denk graag strategisch met je mee om jouw verhaal te vertalen naar een ontwerp dat klopt tot in de kern.

Heb jij een verhaal dat een sterke vorm verdient?
Neem contact op, bekijk meer van mijn werk of volg mij op LinkedIn.


Specialisaties:
Grafisch ontwerp, boek- en omslagontwerp, huisstijl, logo, drukwerk, digitale communicatie & Squarespace websites.

Vorige
Vorige

Tine Hens

Volgende
Volgende

Dominik Riepe