Jan Mertens

Jan had duidelijk al diep en veel nagedacht over de woorden troost en schoonheid en stak meteen van wal.

Jan: De definities zijn ingewikkeld: wat is schoonheid? Welke vorm van schoonheid is muziek en wat is dan troost? In allerlei wetenschappelijke disciplines is er al heel veel over gepraat. Maar ik dacht, ik ga niet eerst opzoeken, ik ga proberen zelf definities te vinden.

Marleen: Dat vind ik een fijn uitgangspunt.

Jan: Ik heb voor mezelf een hele lijst met liedjes waar ik aan dacht. Waarom denk ik nu aan dat lied of dat stuk? En waarom ervaar ik dat als troostend, of niet? En zo heb ik een definitie voor mezelf gevonden. Daarna ben ik nog eens gaan kijken naar wat er allemaal al bestaat over het onderzoek naar troost en schoonheid in de muziek. Je hebt bijvoorbeeld hier in Leuven een prof muziekpsychologie die er over geschreven heeft. Ik vond ook in Nederland een doctoraat over muziek en troost.

Marleen: Ik vind het boeiend dat voor jou de definitie van zowel troost als schoonheid in de kunsten een fluide gegeven is. Mijn vraag aan jou is natuurlijk niet wat er al allemaal bestaat over dit thema maar wat betekent het voor jou persoonlijk. Wat is troost volgens jou? Als we het over troost hebben, hebben we het over iets of iemand, of een houding van troost. Is het zo dat er iets is dat moet getroost worden in de wereld of bij de mensen?

Troost

Jan: Het woord ‘moeten’ is misschien wat delicaat. Ik vind troost een bijzonder groot woord, en dat heeft misschien met mijn biografie te maken. Terwijl het eigenlijk een heel normaal woord is. Het is iets dat bij het mens zijn hoort, denk ik. Het zou normaal moeten zijn als een kind zich bang voelt dat er iemand is die het kan vastpakken en troosten. Het is iets dat op zich vanzelfsprekend is in de wereld. Waarom is het dan zoals ik het ervaar, zo'n groot woord?

We worden geworpen in een wereld waar er geen God is, en geen hemel. Ik hoop dat mensen voor wie er wel een God en wel een hemel is, daar een ander gevoel bij hebben. En ik hoop dat het voor hen een troostende gedachte is dat ze na dit leven in dit aardse tranendal naar een plek kunnen gaan waar ze gelukkig zijn. Ik hoop het heel erg voor hen dat dat waar is. En ik hoop vooral dat ze daar iets aan hebben. Of dat zo is, weet ik niet. Ik wil er ook geen uitspraak over doen. Ik ben daar niet van overtuigd dat dat zo is. Mijn uitgangspunt is: we worden geworpen in een wereld waar geen God is, geen hemel. Waar alleen dit is. Wat betekent troost dan? Waar ik op uitkwam was dat we als mens in filosofische zin onaf zijn. Dat heeft met menselijk tekort te maken. De menselijke conditie is per definitie iets van ‘we zijn nooit volledig’. Want als je een definitie zou moeten geven van kunst, dat is op zich al eindeloos moeilijk. Maar waarom kan het zijn dat kunst in welke vorm dan ook een gevoel van troost geeft? Dan heeft het volgens mij ermee te maken dat troost iets van doen heeft met terug heel worden. Of alleszins de illusie te hebben of het gevoel of de verwachting dat je minstens tijdelijk kunt voelen om niet onaf te zijn of maar half te zijn. En om niet alleen te zijn. Ik denk dat alle vormen van troost daarmee te maken hebben.

Als je je verdrietig voelt, en iemand raakt je aan en het voelt veilig, dan kan je jezelf terug als heel voelen.

Verdriet is een normale dimensie van het mens zijn. Verdriet kan er ook toe leiden dat je je afgesneden voelt van het leven, dan kan troost in een of andere vorm, of dat nu door menselijke nabijheid is of door kunst, het gevoel geven dat je eigen plek terug groter wordt en terug rond is.

Ik denk dat het een deel van mens zijn is dat we altijd een beetje dolen en altijd onaf zijn. Troost heeft ook te maken met die menselijke conditie. Troost is het grote gevoel dat we zoeken in vriendschap, in de liefde en in kunst.

Moet de mensheid getroost worden? Hoe ik mijn mens zijn ervaar, is dat er een heel fundamenteel verlangen is naar een soort troost die je nooit kunt bereiken. Ik heb er dit gedicht over geschreven.

Metamorfose

Er is een troost waar je Een leven naar verlangt Die niet komt Die niet zal komen

En je vertrekt Elke dag weer, en weer Je leunt in de wind En vervelt in stilte

Zo heb je het geleerd Je maakt plaats Op de bank naast je Voor de vrouw met de donkere ogen

Je luistert naar haar adem Je volgt haar ritme En even pas je helemaal In jezelf

Je stapt uit de bus Loopt door de stad In gestolde afwezigheid Ziet hoe die baby naar je lacht Je hebt te wachten, je weet het Je hebt geen aanleg voor plekken Daar waar je ergens bent Dus wacht je

Zo heb je het geleerd

Jan: Ik heb een fundamenteel verdriet en ook een fundamenteel verlangen naar troost. En ik weet dat dat eigenlijk een verlang is dat nooit zou kunnen ingelost worden. Voor mij is dat ook een deel van mijn mens zijn. Misschien heeft het verlangen van mensen naar dingen als godsdienst daar wel mee te maken, met een zo diep menselijk verlangen naar iets of iemand of een gevoel dat het menselijk tekort minstens tijdelijk zal oplossen. Troost is een heel groot woord waar ik heel veel ontzag voor heb.

Marleen: Het is mooi dat je eigenlijk eerst iets zegt over de evidentie van troost bij een kind. Een kind kan maar mens worden als het bij zijn lijden getroost wordt. Zo leert het zichzelf kennen, zo leert het zijn innerlijke wereld begrijpen. Troost als voorwaarde om te groeien. Het wordt helemaal anders als je volwassen bent. Daar zoek je naar menselijk contact, schoonheid of muziek, die alvast tijdelijk het gevoel van een stukje heel zijn geeft. En dat is een heel andere vorm van troost natuurlijk dan de troost die een kind nodig heeft om te groeien.

Jan: Of niet? In mijn invulling van volwassen zijn gaat het over twee dingen die misschien niet helemaal te scheiden zijn. Aan de ene kant kan het zijn dat je biografie maakt dat je opgegroeid bent op een plek waar het niet veilig was, een plek waar je lichaam nooit heeft geleerd wat veilig voelen is. Een plek waar je geen troost ervaren hebt en dus niet weet wat het is en daarom denkt er geen recht op te hebben. Je hebt het gevoel dat je er niet naar mag verlangen, want dat is gevaarlijk. En ik denk dat dat een beetje overloopt in iets dat existentieel is voor alle mensen, dat het iets te maken heeft met onze geworpenheid in de wereld als mens.

We hebben allemaal een soort verlangen naar een vervullende liefde of zoiets, of een plek waar iets stopt en waar iets kan blijven.

Ik weet niet goed of ik dat kan scheiden van mijn persoonlijke biografie en het kan zijn dat niet alle mensen daar zo over denken.

Marleen: Iedereen heeft wel iets met troost. Iedereen kent wel een of andere vorm van troost. De grens tussen wat individueel ervaren wordt en wat universeel is, is misschien wel heel vaag.

Jan: Ja, en ze kunnen aan beide kanten groot zijn. Als je ziet hoeveel mensen in de geschiedenis van de mensheid zich bezighouden met het maken van kunst en bezig zijn met allerlei vormen van godsdienst, dan moet dat toch wel iets heel belangrijk zijn. In wat men zoekt zit volgens mij troost. Marleen: Is er een relatie tussen troost en religie?

Jan: Ik denk het wel ja. En ik hoop dat het ook zo is.

Af en toe bel ik wel eens met God, dat zijn fijne gesprekken. God neemt mij ook niet kwalijk dat ik niet in haar geloof. Persoonlijk hebben wij wel een fijne band eigenlijk.

Ja, ik denk dat gelovige mensen troost ervaren in hun geloof. Ik weet het niet zo goed. Maar het blijft wel iets groots, hoe ik het ervaar. Aan de andere kant, het is dan misschien meer mijn persoonlijke verhaal. Er is diep in mij een bijzonder groot verdriet. Als een soort onderstroom ofzo. En vandaar is er ook een diep verlangen naar een soort troost dat daarmee overeenkomt. Maar tegelijkertijd is het een verlangen waarbij ik voel dat het niet verlangd mag worden. Het is te groot en het is er niet. Het kan ook niet zijn. En misschien is dat ook niet zo erg.

Marleen: Wat bedoel je met ‘het mag niet’? Je vertelt over de relatie met jouw diep verdriet als een deel van wie je bent. Maar als je aan jouw verdriet zou vragen wat het nodig heeft, dan mag dat niet? Troost, iets dat mij terug heel maakt of dat mij in evenwicht brengt mag niet?

Jan: Ja, dat mag niet. Omdat ik besef dat het niet kan. Het is niet mogelijk.

Marleen: Zou je dan te veel vragen?

Jan: Dat vragen is alsof ik er recht op zou hebben en dat is natuurlijk niet waar. Maar er zijn allerlei andere vormen van troost die kleiner zijn en die het verblijf in de reële wereld zachter en milder maken. En die moet je ook leren observeren. Er zijn eindeloos veel dingen die op een kleine manier vormen van troost kunnen zijn. Kunst kan daarbij zijn. Maar, hoe zal ik het zeggen, het met stijl falen van iedereen kan ook heel troostend zijn. Het feit dat allerlei mensen die je dingen ziet doen, eigenlijk ook gewoon maar wat aanmodderen. Dat besef kan heel troostend zijn. Dat zijn troostende gedachten van: ‘oké, ik ben daar niet alleen mee’.

Eigenlijk modderen we allemaal maar wat aan. Daar zit schoonheid in.

Dat op zich kan troostend zijn, dat zijn kleine dingen. Het zou jammer zijn als je alleen maar met die grote troost bezig bent en je het kleine niet ziet, want dan gaat het leven voorbij en dan zit je te wachten op iets dat toch niet komt.

Marleen: Grote troost als antwoord op het grote lijden dat je voelt is niet wat je kan of mag verlangen. Maar er zijn kleine dingen, zoals het erkennen dat andere mensen ook maar wat aanmodderen. Vele kleine dingen die, als je enkel verlangt naar dat grote, je misschien niet zou zien. Wat heel jammer zou zijn.

Jan: Ja, als je te veel naar het grote zou kijken dan zou je bijna ook verwachten dat mensen die in jouw leven zijn en die even bij jou blijven ergens onderweg, ook iets geven wat op dat niveau van groot zijn zit. En dat is een volstrekt oneerlijke vraag aan mensen. Dus als je daar teveel aan denkt en zegt ‘ik heb dat nodig’ en ‘ik heb daar recht op’, dan zie je niet dat iemand misschien op een heel mooie, heel breekbare, en stuntelige manier haar of zijn best doet om bij jou te zijn en te zeggen, ja, ik wil eigenlijk wel bij jou zijn. Dan kan je zien wat we allemaal als mensen proberen te doen. Aangezien er geen hemel is, is dat wel dat waar het over gaat natuurlijk. Marleen: Schoonheid is niet het verlangen naar de perfectie, maar naar het ruwe, menselijke, imperfecte waar ook een verlangen naar troost in zit. Misschien is dat ook voor een stukje de definitie van waar schoonheid in de kunst over mag gaan? Anders is het ook weer te groot of is het gewoon decoratie of iets dat niet met een werkelijkheid kan overeenstemmen?

Jan: Er is een grondhouding van een fundamentele eenzaamheid, een afwezigheid van iets. En natuurlijk de ultieme troost zou zijn dat er iets gebeurt waardoor minstens de pijn die erbij hoort of de eindeloze vermoeidheid die erbij hoort, weggenomen kan worden. En dat je er lichter uit komt en ook heler.

Geheeld worden is een even groot woord als troost. Dat zijn woorden waar ik ontzettend veel moeite mee heb om die te gebruiken, maar het zijn ook woorden van een groot verlangen, natuurlijk. Ik denk dat het ook universeel is als je aan mensen zou vragen die echt gelovig zijn wat ze zoeken in het geloof, dan gaat dat toch denk ik ook over dat gevoel. Of als mensen beschrijven wat een ultieme esthetische ervaring is, dan raakt het daar misschien wel aan. Sommigen zeggen dat de ultieme esthetische ervaring iets religieus is, of dat het daarmee te vergelijken is. Ik weet dat niet zo goed.

George Steiner, schrijver, prof, filosoof, literatuurwetenschapper, een soort renaissanceman eigenlijk, zegt dat de ultieme schoonheid niet kan bestaan zonder dat er iets goddelijk is. Maar daar ben ik het niet mee eens natuurlijk. Dus ja, ik heb geen exacte definitie als antwoord op uw vragen, maar dat is perfect.

Marleen: Wat is troost niet?

Jan: Troost mag niet het ontkennen van verdriet zijn.

Troost is niet: och het gaat wel over, hé. Of kom, zeg het eens en dan gaan we verder. Dat is geen troost, want dan miskent troost het verdriet. Dat leer je natuurlijk met het ouder worden, maar ik ervaar meer troost van iemand die gewoon luistert en geen advies geeft. Omdat je dan gevoelsmatig zelf bij een plek kunt komen waar je fysiek rustiger wordt. Dat kan zijn wanneer iemand je even vastpakt of niet. Dat kan. Maar daar zit wel een dimensie in van die ander moet daar tijd voor geven. Ook heel belangrijk, die ander moet zichzelf erbuiten houden, is wel als persoon heel erg aanwezig, maar moet niet over zichzelf beginnen praten, of moet geen advies beginnen geven.

Marleen: Het gevaar van troost als medicijn of een pleister waardoor het lijden ontkend wordt, of toegedekt wordt en geminimaliseerd wordt. Of, nog erger, behandeld wordt, zodat het kan verdwijnen.

Melancholie

Welke muziek vind jij troostend?

Jan: Muziek waar melancholie in zit. Merkwaardig toch?

Waarom zoeken mensen als ze verdrietig zijn verdrietige muziek op?

Dat heeft iets te maken met melancholie, met iets zacht en warm, vind ik. Verdriet kan zo intens zijn dat het heel koud is en dat je je totaal afgesneden voelt van jezelf, dat je jezelf op geen enkele manier kunt bereiken. Melancholie, voor mij alleszins, heeft iets zacht en innerlijk verbindend.

Melancholie is iets waar je een beetje in kunt gaan leunen. Het is een zoete vorm van verdriet.

Misschien is dat de verklaring als we verdrietig zijn en naar kunst zoeken, dat melancholie of licht verdrietige kunstvormen, net dat gevoel van heelheid geven of iets dat terugstroomt ofzo. Want als je heel intens verdrietig bent kan alles vast zitten. Het voelt dat het niet beweegt en niet stroomt en dat je met jezelf geen kant uit kunt. Of dat je je afgesplitst voelt van jezelf. Of dat je gevoelens zo intens zijn dat je ze niet aan durft te raken, terwijl mooie muziek of mooie kunst dat wel kan.

Melancholie in de muziek kan voelen terug in beweging brengen.

Marleen: Ook in de retoriek van de toonaarden in de muziek, die tijdens de barok in volle ontwikkeling waren, zien we majeur en mineur, grote toonaarden en kleine toonaarden. De melancholie die je beschrijft herkennen we vaak in de mineur akkoorden. De melancholie in de muziek, of in een schilderij, kan een soort van spiegel zijn van je eigen lijden, waardoor er rust ontstaat en je je terug even heel voelt.

Jan: Als ik heel veel dagen aan elkaar heel hard heb moeten werken en altijd in een bepaalde rol voor anderen heb moeten staan, dan kan het zijn dat ik iets heel lichamelijks verlang, wat ik dan niet onmiddellijk kan bereiken. En dan denk ik, nu heb ik nood aan een romantische film. Omdat zodra ik begin te kijken, onder mijn dekentje, en zodra ik in het verhaal ben en zodra ik begin te bleiten met alles, dan is het alsof er iets terug in beweging komt wat tevoren vast zat. Dat raakt ook aan een vorm van troost dat iets terug beweegt ofzo. Dat is een soort lichamelijke ervaring bij wat kunst met je kan doen.

Marleen: De relatie tussen troost en kunst, is dat kunst troost door net iets groter te zijn en je daardoor terug in beweging kan brengen.

Schoonheid

Jan: Terwijl natuurlijk bij een mooi muziekstuk er allerlei verschillende aspecten kunnen zijn die dat gevoel geven. Een hele reeks van elementen kunnen daar een rol in spelen, maar het kan ook gewoon het gevoel zijn van: ik ervaar iets dat heel groot is en dat op een of andere manier van een andere orde is dan wat ik zelf ervaar als hoe mijn leven verloopt elk uur van de dag. Ineens ervaar je iets wat dat overstijgt, dat heeft dan met schoonheid te maken. Het is eindeloos moeilijk om een definitie van schoonheid te geven. Het gaat over iets dat heel is, dat groot is. Wanneer je het gevoel hebt dat er iets terug stroomt, ervaar je dat je terug aanraakbaar bent, het is een soort van verbinding, want het moet ergens naartoe en ergens vandaan komen. Op dat moment kan ik terug gemakkelijker luisteren naar iemand anders. Mijn ego zit er niet tussen. Ik kan er helemaal voor de anderen zijn omdat ik mezelf teruggevonden heb. Een beeld dat ik dan heb is dat ik terug samenval met mezelf. Wat in mijn geval heel vaak niet zo is, maar op zo'n moment wel.

Mooie kunst kan je dat gevoel geven van met jezelf samen te vallen of samen te vallen met iets dat groter is dan jezelf. En waar je ineens iets ervaart dat je eigen zwaartekracht overstijgt, zomaar. Het zijn woorden of metaforen maar er zit iets mysterieus in.

Marleen: Wat ik ervaar - misschien ken je dat gevoel ook wel - is dat verdriet, dat diepe lijden als een soort onderstroom er steeds is en er misschien wel blijft voor altijd, of je er nu bij aanwezig bent of niet. Ook al ben je je er niet van bewust, of geef je het geen aandacht, of zit je in een heel vrolijk gevoel. Met Pasen had ik het weer, dan luister ik toch minstens drie keer na elkaar naar de Mattheus Passie, ik mag dan zo blij zijn als wat, maar als de aria ‘Erbarme dich’ begint, dan voel ik terug die onderstroom van verdriet en kan ik daar onmiddellijk ook bij aanwezig zijn. Het heeft dan niets te maken met, ik zit in een melancholisch moment of het leven is lastig, soms helemaal niet zelfs. Maar het is alsof een soort magnetische erkenning of zoiets van die onderstroom van verdriet, die er is, en die ook rustig wacht om gezien te worden. Ik weet niet of verdriet dan moet geheeld worden. Maar schoonheid die ontroert raakt daar wel iets aan.

Herken je dat?

Jan: Ja, soms wel, soms niet. Er zijn een aantal muziekstukken waar ik elke keer bij moet wenen. Maar echt elke keer. Ik heb net thuis nog de test gedaan tijdens de afwas en het was weer zo, wat ik ook doe. Hoe komt dat? Dat is een samenspel van verschillende elementen. Dat heeft te maken met de muziek op zich.

Marleen: Geef eens een voorbeeld?

Jan: Het trage middendeel van het concerto voor twee violen van Bach (zie referentielijst). Ik ben daar niet tegen bestand. Ik heb het al honderdduizend keer gehoord. Het is elke keer hetzelfde. Hoe komt dat? Dat heeft dus iets met die muziek op zich te maken, en met de instrumenten. Het heeft ook iets met mijn gevoeligheid te maken. Het kan soms zijn dat, in een particulier geval, dat bewuste muziekstuk iets oproept van een bewust moment. Dat kan allemaal, het kan een combinatie van heel veel dingen tegelijkertijd.

Marleen: Misschien is op zoek gaan naar een verklaring niet zo belangrijk? Het is wel heel bijzonder, de verwondering die je hebt voor waar muziek toe in staat is.

Jan: Als je het dan toch eens nauwkeuriger probeert te maken, de Mattheus Passie, is dat op zich troostend als geheel? Dat weet ik eigenlijk niet. Ik heb een enorme behoefte om die muziek te horen. Ze heeft een erg emotionele impact op mij. Maar het slotkoor: ‘Wir setzen uns mit Tranen nieder’, is die muziek troostend? Eigenlijk niet. Als ik naar die muziek luister voel ik mij desolaat en tegelijk raakt die muziek mij midscheeps overal, en blijf ik totaal platgeslagen achter. Het heeft ook iets met de melodieën op zich te maken, en met de harmonieën en de retorische opbouw. Tegelijk zijn er natuurlijk stukken in de Mattheus passie die als muziek zo intens mooi zijn, dat ze natuurlijk wel troostend zijn. Puur muzikaal vind ik de aria 'Mache dich mein herze frei’ heel troostend.

Marleen: En met inhoud?

Jan: En met inhoud. Het is niet zo eenduidig allemaal. Het Oster Oratorium is dan weer heel opgewekte muziek. Dan is het Pasen. Maar ik heb er nog pas lang over zitten praten met Reinhilde Pulinx, die een boek heeft gemaakt over de verschillende wijsheden uit verschillende religies, ‘Wat telt echt?, Tien tijdloze inzichten voor een zinvol leven’. Zij zit in een christelijke traditie en is getrouwd met een moslim. Ik heb met haar gesproken over mijn ‘paasverwarring’, dat is fascinerend wat een speciale gesprekken dat altijd zijn. Het interfereert allemaal met elkaar natuurlijk, en het heeft ook met de woorden te maken. Het is mysterieus.

Tijdelijkheid

Marleen: Het beeld dat jij bij troost hebt gaat over iets in jou dat verlangt naar heelheid, al is het maar tijdelijk.

Jan: Ja, ik denk het wel eigenlijk. Dat brengt mij bij mijn theorie over Bach en de klimaatcrisis.

Marleen: Heb je daar een theorie over?

Jan: Ik heb een theorie over Bach die het klimaat kan redden.

We hebben onszelf in het moderne denken een hele lineariteit aangepraat. Alles moet altijd vooruit gaan.

Je hebt daar dat boek liggen van Andreas Reckwitz, Een kernprobleem van de moderniteit, die het ook uitlegt.

Terwijl mensen natuurlijk ook heel erg behoefte hebben aan cyclische tijd, seizoenen die terugkomen. En we hebben ook behoefte aan dingen die blijven. We zijn gemaakt om om te gaan met lijden als deel van het leven. Niet alleen maar met verlies. Het fascinerende aan muziek en vooral die van Bach is dat het een kunstvorm is die ontstaat in het verdwijnen.

Marleen: Leg uit.

Jan: Muziek bestaat uit noten na elkaar. Elke noot die klinkt verdwijnt in de volgende noot.

Muziek ontstaat in het moment zelf. Net als woorden staan ook noten in een bepaalde volgorde? Maar anders dan andere kunstvormen is het eigenlijk iets dat de hele tijd aan het verdwijnen is. En dat het toch daar is in het verdwijnen. En het is eindeloos fascinerend, dat je daar gewoon aan kunt denken. De meest verdwijnende kunst die er is, kan blijven bestaan in je gedachten.

Marleen: Je kan je de muziek verbeelden?

Jan: In een wereld met zoveel verlies kan ik denken aan Bach. En dat is iets dat blijft. Hoewel

het een kunstvorm is die de hele tijd verdwijnt, blijft de gedachte aan Bach en zijn mooie muziek. Ik denk dat we als mens in deze wereld dingen nodig hebben die blijven. Dat we een diep verlangen hebben dat er iets of iemand is die blijft.

Marleen: Bach is een belofte.

Jan: Bach is de belofte van troost. De muziek van Bach is zo fascinerend mooi dat je je kunt

voorstellen hoe het zou zijn het gevoel te hebben dat alles goed is voor even.

Een gast in huis

Marleen: Heeft getroost kunnen worden door iets of iemand met een eigen vaardigheid te maken? Kun je oefenen in getroost worden?

Jan: De vaardigheid om getroost te kunnen worden is misschien een deel van het verlangen.

Marleen: Hoe bedoel je?

Jan: Misschien is het verlangen naar troost ook een verlangen naar: ‘hopelijk ben ik vaardig genoeg om getroost te kunnen worden’. Hoewel ik ook niet weet hoe dat moet.

Marleen: Je beschrijft wondermooi hoe je kan vertoeven in je verbeelding en je kan denken aan muziek die bestaat in het verdwijnen en hoe je daar troost in kan vinden. Je zegt ook dat troost soms zo groot is dat je het jezelf niet kan toe-eigenen. In het verlangen naar een vaardigheid om getroost te kunnen worden, zit ook altijd het gevoel van ‘dit mag niet’. Dit is te groot.

Jan: Daar zit ook een element van aanvaarding in. Het heeft geen zin om opstandig te zijn over wat afwezig is in mij. Je moet er een tijd opstandig tegen zijn, je moet een tijd kwaad zijn en vechten. En op een bepaald moment heb je genoeg gevochten. Als ik dan kwaad blijf, dan organiseer ik alleen mijn eigen lijden, zegt de boeddhist in mij.

Ik moet een manier vinden om daarmee om te gaan. Zonder het te minimaliseren of te ontkennen en zonder het op te jagen en zonder het te willen wegsnijden of wegdenken. Dan wordt het als een gast in huis.

Ik ben eigenlijk wel heel trots op waar ik nu sta in het leven, wat ik heb bereikt. Meestal ben ik gelukkig, dat kan niet iedereen zeggen. Ik heb meestal innerlijke vrede. Maar het heeft zo eindeloos veel energie gekost om te komen waar ik nu ben. En dat heeft te maken met het verdriet. Dat kan over heel eenvoudige dingen gaan, iets kleins dat dan als een soort trigger of als een soort doorslag werkt.

Ik ben nu die serie aan het volgen met geweldige verhalen over de spoedafdeling in een ziekenhuis. Als ik daarnaar zit te kijken, naar de manier waarop die heel goede verpleegster in heel die rush en al die ego's die in dat ziekenhuis rondlopen, al die opgedraaide, compleet gestreste mensen die proberen al die levens te redden, hoe zij daar als verpleegster probeert op een heel zorgzame manier met die mensen om te gaan. Ik kan zeggen dat als ik dat zie, ik ineens helemaal volschiet. En dat is een combinatie van vertedering, en van ah ja, zo kan het ook. En ook een heel diep verdriet van ‘ik weet niet wat dat is’.

Marleen: Ik weet niet wat dat is op die manier aangeraakt worden?

Jan: Ja, ik heb zo iemand ontmoet toen ik in het ziekenhuis lag. Dat was een heel fijne ervaring. Toen ik ziek was, is mijn leven gered door allemaal heel slimme dokters. Dat zijn hele goede techniekers en die hebben op een geweldige manier mijn leven gered. Maar ik herinner me de gezichten van de verpleegkundigen, niet van de dokters.

Marleen: De mens Jan is gered door de verpleegkundigen, niet door de techniekers, de dokters?

Jan: Het zegt iets over mijn verdriet en de onveiligheid in mijn lichaam. En dan kom je in een context waar die onveiligheid nog wordt vergroot op een bepaalde manier. Je krijgt een heel technologische behandeling: vergif in uw lijf spuiten, bestralen, een stuk wegsnijden, een ander stuk insteken, dichtnaaien. Opdat die dokters en specialisten die behandeling goed kunnen doen, moeten ze zich losmaken van hun emoties om technisch te kunnen kijken naar mijn lichaam. En de manier hoe ze ermee omgaan is: ik herinner het me nog goed, ik lag in het bed en de dokters stonden naast mij alles uit te leggen. En dat vergroot nog de dissociatie die er al was, zeker in mijn geval.

Marleen: Omdat zij dat ook doen? Zij dissociëren de mens van zijn ziekte.

Jan: Ja, dat was iets heel raars, want op dat moment had ik hetzelfde gevoel over mijn lichaam. Voor mijn ziekte kende ik mijn lichaam niet, het was niets.

Marleen: Niet bestaand?

Jan: Dan word je ziek en dan beseft je: mijn lichaam laat mij in de steek, wat op zich al ingewikkeld is. Uiteindelijk is mijn lichaam door al die dingen heel vertrouwd geworden, maar ik vertrouw het toch niet helemaal. Je probeert het bij elkaar te houden, omdat je in de rush zit van al die dingen die moeten gebeuren. Dat heeft iets heel vervreemdend en dat is heel ingewikkeld, omdat mijn relatie met mijn lichaam een relatie van omgaan met vervreemding is. En dat gebeurt daar in een soort uitvergrote vorm. En ik weet dat ik daar lag op dat bed en ze waren allemaal aan het kijken en dat is goed gegaan. En dan is het precies dat je twee lichamen hebt, want het ene lichaam is het lichaam dat zij zien en waar ze hebben gesneden. En er is een ander lichaam, ergens, dat iemand misschien ooit zou willen aanraken of zo. Dan vraag ik me af, kunnen die twee terug samenkomen? Dat was een heel intense ervaring. Maar dan kwam die ene verpleegkundige, ik zal ze nooit vergeten, die mevrouw. Ze vroeg me of het goed was dat ze mij op haar ronde als laatste mocht verzorgen? Ik zei, dat is goed, mevrouw. Ze zei: Ja, ik wil graag tijd hebben voor jou. Dat was ook heel mooi, omdat ik vooral ook zag dat het met haar gevoel van beroepseer te maken had, hoe zij wilde werken. Dat was een heel intense, heel mooie ervaring.

Marleen: Kon zij door haar zorgzame aandacht de twee gedissocieerde delen van jou terug dichter bij elkaar brengen?

Jan: Dat is soms ook een heel merkwaardige ervaring als ik een coloscopie laat doen. Al de dagen die eraan voorafgaan moet ik allerlei rare dingen met mijn lijf doen, stoppen met eten, dat vies ding drinken. Ik zit daardoor helemaal uit mijn ritme. Dan steken ze er iets in en kijken ze. Het is merkwaardig dat in die context soms gewoon aangeraakt worden door iemand van de verpleegkundigen zo'n intens gevoel kan zijn. Ik heb het gevoel dat naarmate ik ouder word en meer geheeld ben, dat ik al die dingen meer voel dan vroeg. En ook veel sneller op reageer, wat eigenlijk goed is.

Mooie kunst kan een beetje hetzelfde effect hebben als het gevoel van uit elkaar getrokken te worden en terug ergens samen te komen.

Marleen: Zorgen als een goede verpleegster voor het zieke lijf dat zichzelf verloren heeft. Het heeft echt met dat grotere te maken, die mooie kunst die net iets groter is. Waar je voor een stuk deel van kunt worden, waarin je jezelf kunt verliezen?

Jan: Maar soms kan het ook gewoon aan de context liggen. Vorige zaterdag waren we op de uitvaart van een vriend die getroffen is door jongdementie. De voorbije jaren was hij weg door de ziekte en nu is hij gestorven. Het was een heel aangrijpende dienst, vond ik. Hij was ook een grote Bob Dylan-fan. Ze hebben een bijzonder nummer van hem gekozen voor tijdens de dienst. Een heel mooi nummer trouwens dat ik zelf ook speel op de gitaar. Toch is het een heel merkwaardige keuze omdat het een protestsong is. De tekst gaat over een heel droevig en hard waargebeurd verhaal van een zwarte mevrouw die werkt als dienstbode in een huis van rijke witte mensen en de zoon slaat haar dood. Dat had op mij een heel intens effect. Ik heb tijdens de dienst het hele liedje met een heel lange tekst meegezongen. Dus op een bepaald moment had dat toch een troostend effect, ook al kun je er niet altijd de vinger op leggen waar het aan ligt. Voor anderen misschien helemaal niet. Misschien omdat ze dat nummer niet kenden? Maar tegelijkertijd is er iets in de manier waarop Bob Dylan dat nummer zingt, met een scherpe, harde stem. Er staan ook een paar andere nummers op die plaat die heel melancholisch klinken en waar hij met een breekbare stem zingt die veel ouder klinkt dan hij toen was. Hij was toen 23 of zoiets. Hoe werkt dat? Dat is toch fascinerend, eigenlijk.

Marleen: Ja, en hoe werkt dat bij hem? Waar haalt hij zijn inspiratie om dat op zijn 23e te maken? En hoe werkt dat dan bij de luisteraar?

Woorden en beelden spelen een rol

Jan: Hoe dat werkt is altijd een beetje een mysterie. En toch kunnen we het voor een deel objectiveren. In een onderzoek las ik dat als ze aan mensen vragen welke soort muziek troostend is, niemand heavy metal zegt. Daar is ook een reden voor. Het heeft iets te maken met een bepaalde soort muziek of een combinatie van een bepaalde soort muziek met woorden. Woorden kunnen ook een rol spelen. Soms zijn het de woorden die het effect maken. Hoe komt het? Hoe komt het dat je gewoon door een gedicht kunt geëmotioneerd zijn? Dus het kan zijn dat woorden in muziek meer dan de helft van het effect zijn.

Soms kan het zijn dat je de woorden en taal niet begrijpt.

In de film Paris Texas, een van mijn lievelingsfilms, zit een heel mooi stuk met een liedje. Daar zou je eigenlijk de beelden bij moeten zien (bijlage 8). Het gaat over een man die terugkomt uit de woestijn en niet meer spreekt. Zijn broer probeert hem terug aan het praten te krijgen. Samen kijken ze naar een superachtfilm met beelden van hem met zijn vrouw en kind van lang geleden. En dan zie je hoe hij terugkomt. Ik word al emotioneel als ik eraan denk, daarbij is muziek met een Spaans lied. Dat is zo mooi. De beelden horen erbij. En natuurlijk ook de herinnering die ik heb aan de film die ik toen zag, de hele combinatie.

Marleen: De beelden komen niet meer los van de muziek. Als je de muziek hoort, kun je je de beelden voorstellen en bij de beelden hoort je de muziek?

Jan: Ik hou ook heel erg van Amerikaanse hymnes met religieuze teksten.

Bruce Springsteen is opnieuw met een tour bezig, een heel politieke toer. Hij stelt zich heel uitdrukkelijk op tegen Trump. Het nummer: City of ruins, (bijlage 9) een prachtig nummer dat is opgebouwd als een gospelsong, gemaakt naar aanleiding van de aanslagen van 9/11 in New York. Hij is zijn tournee begonnen in Minneapolis. Er zijn filmpjes vanuit het publiek gemaakt waarbij je kan zien hoe hij zijn verhaal opbouwt. De manier hoe hij dat doet is bijzonder troostend en verbindend. Hoe de muziek wordt uitgevoerd op die plek met al die mensen zijn zoveel aspecten samen die troostend zijn. Zo werkt dat.

Marleen: Dat het aandacht krijgt is troostend?

Jan: Hier heeft het ook iets met heelheid te maken. Mensen hebben het gevoel platgeslagen te zijn door zoveel zinloos geweld, door zoveel absurde beslissingen van een compleet geschifte dictator die permanent zijn geweld en zijn haat op iedereen loslaat. En al die mensen moeten dat ondergaan. En ja, voor veel mensen is er het gevoel van: wat moet ik daarmee? Ze komen dan naar een concert van Bruce Springsteen. De ervaring van die muziek die je meeneemt heeft iets troostends en geeft het gevoel dat je niet alleen bent. Alleen al dat gevoel, ik ben niet alleen, of het gevoel van ik krijg hier energie van die maakt dat ik misschien straks weer verder kan.

Marleen: Dat is heel nauwkeurig balanceren op een dunne lijn waarbij troost iets heel kan maken zonder te kantelen naar het toedekken van de pijn. Troost is een verbindend gevoel vanuit de erkenning van de pijn en het lijden.

Jan: En het blijft ook in een goddeloos universum. Het is iets dat je elke dag opnieuw moet doen. Waar je elke keer wel of niet voor kunt kiezen of wat je elke keer opnieuw kunt ervaren. En wat daardoor misschien een soort humus geeft, of meer vertrouwen ofzo. Er bestaat geen ultieme troost. Dit is het leven.

Marleen: Er is geen god die het voor jou oplost?

Jan: Er is geen God waar ik naartoe kan gaan. Waarbij ik dan helemaal in een soort etherische volmaaktheid terechtkom. Wat vreselijk vermoeiend moet zijn trouwens.

Mensen zijn niet interessant omdat ze perfect zijn. Mensen zijn interessant omdat ze niet perfect zijn.

Marleen: Komt het streven naar perfectie vanuit het idee van troost als medicijn? We nemen een medicijn waardoor we in een soort perfectie terechtkomen waar er geen pijn bestaat, een perfect verhaal, in een goddelijke staat?

Rouwen

Jan: Voor mij is rouwen een vorm van terug naar het leven gaan. Het is niet iets van aan de kant blijven staan. Rouwen is een manier om terug te komen, denk ik. Zo ervaar ik dat woord toch.

Marleen: Wat bedoel je met terug naar het leven te gaan?

Als je overmenst wordt door een heel intens verdriet en een groot verlies kan je de natuurlijke verbinding met het leven verliezen en in een ultieme zinafwezigheid terecht komen. Heel acuut afgesneden worden van iets waarmee je verbonden was, wat de essentie uitmaakt van wie je was, van je eigen zinvolheid. Dat zorgt er misschien voor dat je op dat moment de weg naar het leven niet kunt voelen of zien. Dan heb je tijd nodig. Het proces van het rouwen is dat onder ogen zien, denk ik. En een manier vinden om dat te voelen. Maar het feit dat je ervoor kiest om te rouwen, en niet in de vermijding te gaan, heeft in mijn aanvoelen te maken met een weg terug zoeken naar het leven. Om verder te gaan met alle tekens die erbij horen. Je neemt ze mee. Maar het is wel een weg om terug te gaan naar het leven.

En troost is dan iets dat het leven niet stillegt. Het is niet zo dat er iets af is als je getroost bent.

Ik ben misschien even onvolmaakt, maar er zijn momenten en mogelijkheden waarop ik even niet mijn afgescheidenheid, mijn vervreemding of afwezigheid moet voelen. Een moment, en dan kan ik weer verder. Zoiets.

Schoonheid als troost is dan iets waar je naartoe kunt gaan. Dat is fantastisch eigenlijk.

Marleen: Denk jij dat Bach of Bob Dylan of Bruce Springsteen troost vinden in hun muziek?

Jan: Dat is een heel interessante vraag. Maar het zou kunnen dat Bach dat een heel beledigende vraag zou vinden.

Er is een enorme wereld van verschillen van hoe muziek toen functioneerde, tegenover hoe wij dat nu ervaren. Daar is een hele geschiedenis overheen gegaan, van wat de rol is van muziek, hoe de componist zichzelf ziet. En waarom zijn we emotioneel soms meer geraakt door muziek van Bach dan de muziek van Telemann of Handel? Is dat omdat hij ook zoveel verlies en verdriet heeft gekend tijdens zijn leven? Ik denk dat dat zo is, maar het kan zijn dat dat in de ervaring van Bach helemaal anders zou zijn. Bach functioneerde in een religieuze context en maakte religieuze muziek. Hij was waarschijnlijk ook geloven, maar los daarvan, kon hij moeilijk anders dan dat soort muziek maken. Hij moest er ook zijn geld mee verdienen, hij moest elke week een cantate schrijven, want zijn kinderen hadden eten nodig. Bach heeft natuurlijk veel verdriet gekend. Heeft hij dat verdriet gebruikt in zijn muziek of was zijn muziek een vlucht uit het verdriet?

(Marleen: Ja, want troost kan een vlucht zijn. Dat is niet de troost die jij beschrijft. Maar eerder consumeren van schoonheid op zoek naar troost. Ik heb nu een moeilijke dag, ik consumeer een beetje muziek en dan troost ik mezelf. Maar dan lijkt het alsof het een vlucht is, een vlucht van de realiteit die niet aangenaam is.) Jan: Waar ik niet van hou is de wetenschappelijke blik waarmee sommigen naar Bach kijken. Ik heb daar niks mee eigenlijk.

Marleen: Zoals in het boek ‘Bach en het getal’? (bijlage 10)

Jan: Natuurlijk speelt dat wel een grote rol, heel zijn retoriek met al die wiskundige patronen, ongetwijfeld meer dan ik besef was dat allemaal zo. Maar intuïtief denk ik dat hij op een bepaalde manier absolute muziek maakt.

Marleen: Ik denk dat dat vooral een musicologische en wetenschappelijke benadering is van zijn muziek en ook een bewijsvoering is van zijn genialiteit.

Jan: Als je ‘Die Kunst der Fuge’ ervaart, dat is heel absolute, heel abstracte muziek. Maar misschien is het maken van dat soort abstracte muziek ook een vorm van het wegtrekken van het aardse lijden?

Marleen: Dat weet ik niet. Is het een andere Bach die de aria ‘Ich hatte viel bekümmernis' schrijft, dan de Bach die een fuga in Sol klein in elkaar knutselt? Een fuga schrijven is knutselen, dat vraagt enorm veel compositorische en technische vaardigheden om binnen het enge keurslijf van de wetten van de fuga te blijven en toch mooie muziek te schrijven.

Jan: Soms is dat gewoon techniek natuurlijk.

Marleen: Ja, dat is techniek. Maar dat blijft natuurlijk ook altijd meesterlijke muziek bij hem. Zou hij daar uit een andere vorm van inspiratie putten?

Jan: Soms is dat ook gewoon vakmanschap, want niet alles is even geniaal. Bij Bob Dylan is dat ook zo. Hij komt uit de traditie van de folk- en bluesmuziek, waarbij bestaande dingen mochten hergebruikt worden. Dat was toen normaal, ook in de tijd van Bach.

Marleen: Ze hergebruikten eigen muziek, maar ook van anderen. Het ego was toen nog niet zo groot dat dat niet mochten.

Jan: De theorie van de imitatio en de emulatio. Imitatio is letterlijk imiteren, maar emulatio is imiteren en het overtreffen.

Marleen: Ik vind het heel mooi hoe je jouw verhaal vertelt als een soort compositie. Alsof je een vogel bent die boven een gebied vliegt en het probeert te benaderen. Je bent als de dood voor vastomlijnde stellingen. Het blijft eeuwig zoeken en stuntelen en woorden aanraken en ze loslaten.

Jan: Als ik aan jou zou vragen: leg mij eens uit wat kunst is. Wat zou je dan zeggen?

Marleen: Dan zou ik naar de keuken gaan om nog een beetje fruitsap te halen (grapje).

Jan: Ja, dat is wel gemakkelijk.

Marleen: Ik voel waar ik aanleun bij jouw verhaal van troost. Het is voor mij ook een beetje anders dan hoe jij het beschrijft. Maar als het over kunst gaat, gaat het voor mij over ontroering, over geraakt worden. Misschien ben ik minder bang van het sacrale aspect van schoonheid. Kunst is voor mij, denk ik, dat wat raakt en wat ontroert. En dat staat eigenlijk een stukje los van schoonheid. Ik kan me bij de aanschouwing van de Guernica van Picasso heel erg geraakt voelen. Ik heb het werk al enkele keren van dichtbij gezien. Dan ga je kapot van binnen, maar tegelijk is die ervaring zo schoon. Misschien is dat voor mij kunst, dat wat het werk met mij doet. Dat wat ik van binnen ervaar. Maar ik kan er geen parameters aan koppelen. Ik ben daar niet toe in staat. Misschien lukt het anderen wel om bepaalde objectieve parameters toe te kennen aan kunst. ‘Als het gaat over het leven, de liefde en de dood is het kunst, al de rest is decoratie’, zei Jan Hoed senior ooit.

Troost is voor mij een realiteit of een toestand waarin de realiteit kan zijn zoals ze is. Dat ervaar ik als troost. Misschien is er niet meteen een groot verlangen naar heling, maar vooral naar aanwezigheid, of zoiets. Aandacht. Troost is een vorm van aandacht voor de realiteit zoals ze is, oordeelloos, normloos, maar aanwezig. En als het even kan ook een beetje los van de tijd. Dat leunt aan bij wat jij zegt, de betekenisvolle aanwezigheid van anderen, oordeelloos en met niet te veel van zichzelf in die aanwezigheid, maar wel met aandacht in aanwezigheid. Dat is voor mij troost.

Dankjewel Jan voor dit mooie gesprek.


janmertens.blogspot.com

Jan Mertens studeerde Germaanse filologie, werkt als strategisch adviseur bij de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en is al bijna veertig jaar actief in de groene beweging. Hij is voorzitter van de denktank Oikos en lid van de redactie van het tijdschrift. Hij is verder o.a. colunnist bij MO* en schrijft regelmatig opiniestukken voor De Standaard en Knack. In 2023 verscheen zijn eerste boek: Het doet ertoe. Over verdriet, hoop en verzet.


Referenties:

Lezen

Mertens, J. (2023, 24 december). De kwetsbaarheid die we delen. MO*. https://www.mo.be/column/de-kwetsbaarheid-die-we-delen
Mertens, J. Andere teksten op MO* (www.mo.be)
Kayzer, W. (2000). Het boek van de schoonheid en de troost. Contact.
Pochet, V., & Pulinx, R. (2025). Wat telt echt? Tien tijdloze inzichten voor een zinvol leven. Owl Press.
Reckwitz, A. (2025). Verlies: Een kernprobleem van de moderniteit (H. Stegeman, Vert.). Boom. (Origineel werk gepubliceerd in 2024)
Van Houten, K., & Kasbergen, M. (2007). Bach en het getal: Een onderzoek naar de getallensymboliek en de esoterische achtergronden hiervan in het werk van Johann Sebastian Bach (4e druk). Walburg Pers.

Luisteren

Bach, Concerto voor twee violen BWV 1043, Largo ma non tanto
Ry Cooder, Canción Mixteca Zoekterm YouTube: Ry Cooder - Canción Mixteca
Bruce Springsteen, My City of Ruins Zoekterm YouTube: Bruce Springsteen - My City of Ruins (Manchester May 14, 2025 [Official Live Video])
Bob Dylan, The Lonesome Death of Hattie Carroll, op The Times They Are a-Changin’ (1964)

Maarten Deckers

Grafisch vormgever uit Leuven met een zwak voor sterke verhalen. Vanuit mijn studio help ik sinds 2002 bezielde makers en ondernemers om hun visie helder en visueel te vertellen. Met liefde voor typografie en een scherp oog voor detail realiseerde ik al meer dan 400 boekontwerpen en talloze brand identities en websites. Ik denk graag strategisch met je mee om jouw verhaal te vertalen naar een ontwerp dat klopt tot in de kern.

Heb jij een verhaal dat een sterke vorm verdient?
Neem contact op, bekijk meer van mijn werk of volg mij op LinkedIn.


Specialisaties:
Grafisch ontwerp, boek- en omslagontwerp, huisstijl, logo, drukwerk, digitale communicatie & Squarespace websites.

Vorige
Vorige

Filip Van Kerckhoven

Volgende
Volgende

Tine Hens