Tine Hens

Vooraf

Ik ken Tine Hens niet persoonlijk. Wel ben ik al lang onder de indruk van haar pittige pen als journalist en haar prachtige boek Archief van mogelijk verlies.

Op weg naar de ontmoeting voelde ik een lichte zenuwachtigheid, eerder aangename spanning en een tintelende nieuwsgierigheid. Eindelijk een gesprek met een vrouw, dacht ik! Hoe anders zou dat zijn? (Ik had al enkele gesprekken met mannen achter de rug.) Het was 1 mei, een vrije dag met mooi zomerweer. Misschien wel te warm voor de tijd van het jaar. Tine ontving me met een stralende glimlach. We installeerden ons op het zonovergoten dakterras met zicht op de gezellige wilde tuin. We voelden ons op ons gemak bij elkaar. Het gesprek meanderende al snel naar een gevoelige en diepgaande dialoog over thema’s die er toe doen.

Hier de neerslag.

Marleen: De aanleiding voor dit gesprek is een persoonlijke zoektocht naar het verbinden van mijn twee professionele paden, rouwbegeleiding en muzikant. Voor dit onderzoek ga ik in gesprek met kunstenaars en denkers over de thema’s troost en schoonheid. En daar wil ik het met jou graag over hebben: Wat is troost? En wat is de relatie met schoonheid? In jouw boek voel ik die werelden alvast mooi samenkomen. In de loop van de gesprekken kwam er een ondertitel in mijn hoofd : Als de dood voor troost. Omdat voor velen troost een lading draagt die complex is. En ik denk dat ik daar onbewust ook naar op zoek was. Misschien omdat we troost opnieuw moeten verbinden aan schoonheid en niet aan een vorm van dominante zorg.

Mijn belangrijkste vragen gaan natuurlijk over uw individuele ervaring, beleving of persoonlijke definitie van troost. En wat is troost in relatie tot de wereld: klopt het dat er moet getroost worden? En wat is het dan: troost? Maar wat is troost vooral ook niet? En dan gaat het natuurlijk niet over de troost die we allemaal kennen, bijvoorbeeld van een moeder naar een kind, waarin je verantwoordelijkheid ziet in de relatie. Het gaat dan echt over de troost binnen de gelijke relatie van de mensen, de dieren, de planeet.

En wat is de relatie met schoonheid? Is er een verbinding naar wat schoonheid is, en is de schoonheid dan binnen de kunsten of wat is schoonheid? Het zijn allemaal van die hele existentiële vragen…

Maar misschien wil ik beginnen bij de eerste vraag: moet er in de wereld getroost worden? Is dat nodig?

Tine: Ik denk dat dat al een stap verder is. Ik denk dat we nood hebben aan het durven toelaten dat we in een tijd van heel diepe rouw leven.

In mijn leven heb ik weinig ervaring met met dood. Mijn grootvader is gestorven toen ik tien jaar was. Dat is wel interessant, want dat is het eerste dode lichaam dat ik ooit gezien heb. Ik ga nu gewoon heel ver uitweiden, want dat kan me wel helpen. Het eerste dode lichaam dat ik gezien heb was met een klassieke opbaring bij mijn grootouders thuis. Ik vond het achteraf gezien wel mooi dat we daar toegelaten werden als kinderen en dat dat ook niet echt in vraag werd gesteld. Het was een evidentie dat we daar bij waren en dat wij ook afscheid namen. Ik had geen flauw idee hoe ik dat moest doen maar op een of andere manier herinner ik me wel dat moment nog heel goed dat ik daar stond, en mijn ogen dicht deed en dacht: als ik mijn ogen open doe, dan is mijn opa terug levend. Ik stond daar eigenlijk heel de tijd mijn opa terug tot leven te wekken met mijn kinderlijke verbeelding. Ik kon mij toen nog niet inbeelden wat dood is? Maar ik denk achteraf gezien dat het wel belangrijk is dat ik dat moment heb meegemaakt toen ik tien was en dat ik dan een dood lichaam heb gezien en dat afscheid heb meegemaakt. Ik zag het verdriet ook van mijn moeder en mijn grootmoeder. Dat was allemaal open, terwijl ik denk dat dat al heel snel veranderd is. Maar dan nog, dat blijft uw opa, dat is een evidente dood of zo... Allez ja, het was een oude man die gestorven was.

Een tijd van diepe rouw

Ik denk echt dat wij in een tijd van diepe rouw leven, omdat we ten eerste gigantisch veel leven aan het verliezen zijn, letterlijk. Daar bestaan heel duidelijke cijfers over. We zijn heel goed in cijfers. Zoveel leven zijn we aan het verliezen. Alleen hebben we daar misschien niet zo'n actieve beleving van omdat we met het shifting baseline syndroom zitten, we hebben namelijk heel weinig herinnering aan hoe het was. Je moet al heel actief bezig zijn met de natuurlijke wereld om ons heen om dat te zien. Het is ook heel makkelijk om het niet te zien, want we zijn vandaag heel erg weggedreven van die natuurlijke wereld. En we zijn een of andere artificiële whatever aan het bouwen, waarvan ik denk: totale ontmenselijking, maar kom, dat is een ander aspect.

Daar zit ook een rouw van wie we zijn als mens. Er is verlies en wij beleven dat weinig bewust, omdat je je er makkelijk voor kunt afsluiten door heel veel afleiding toe te laten. Er zijn heel veel andere dingen die je kunt doen. Maar ik geloof niet dat wij dat niet voelen. Ik denk dat dat ergens heel diep in ons vervlochten zit. En dan is er het andere aspect dat over de klimaatcrisis gaat. Ook daar zit rouw in. Oké, je kunt zeggen we rouwen omdat we geen winters meer hebben, maar het is heel duidelijk dat de levenswijze die wij grotendeels hebben in het Westen gewoon niet te verzoenen is met wat deze planeet te bieden heeft, dan heb ik het niet over het arme deel van de bevolking. Dat is gewoon niet mogelijk, we gaan oprecht afscheid moeten nemen van hoe wij wonen, hoe wij ons verplaatsen, wat wij eten. Want die zogenaamde vrijheid die wij ons toegeëigend hebben was een geroofde vrijheid. Ondertussen zijn er anderen die niet in staat zijn om die vrijheid te beleven.

We gaan afscheid van moeten nemen van die geroofde vrijheid. En dat is natuurlijk ook een rouwproces.

Er is natuurlijk een structurele weerstand bij heel de fossiele industrie, zeker als het over het klimaat gaat. Maar ik ben er echt van overtuigd als je naar de individuele weerstand kijkt bij mensen dat we afscheid moeten gaan nemen van het geloof dat energie gratis of goedkoop is, en dat alles kan. Dit zijn allemaal beelden waar wij sinds, pakweg de industriële revolutie, maar eigenlijk al eerder, sinds de Verlichting, mee grootgebracht zijn. Dat vooruitgangsdenken, ‘het wordt altijd beter’, wat een raar idee, waarom zou dat eigenlijk zo zijn? Maar daar moeten wij dus allemaal afscheid van nemen. Dat is een diep cultureel afscheid. Dat erkennen helpt mij vaak om dingen te begrijpen of te plaatsen.

We zitten in diepe rouw en we willen het niet zien, want die rouw onder ogen zien doet pijn. We leven in een samenleving die geen idee meer heeft hoe ze met pijn moet omgaan.

Dan worden we allemaal naar therapeuten gestuurd. Ik ben zelf ook in therapie geweest en dat is superbelangrijk maar het gevaar is dat het ook heel geïndividualiseerd wordt natuurlijk.

Marleen: Je schetst een dubbelzinnig beeld van de realiteit waarin we leven en ondertussen niet meer kunnen doen alsof we het niet weten dat …

Tine: Het is niet alleen weten, het gaat over een gevoel van iets dat schuurt dat we niet erkennen. We hebben het altijd over weten en over meer kennis, maar we hebben echt niet meer kennis nodig.

Het gaat erover dat je durft te doorvoelen wat dit betekent om als mens op dit moment op deze plek te zijn en toe te laten dat dit een pijnlijk proces is wat niet evident is om door te gaan.

Marleen: Ik ben blij dat je zegt dat we genoeg weten. En het weten brengt mogelijk geen verdere oplossingen meer. Het zou goed zijn om het gevoel toe te laten waar we in deze realiteit naartoe aan het schuiven zijn. En dat we in onze cultuur geleerd hebben ons daarvan los te koppelen en in een virtuele realiteit te gaan leven.

Tine: Ja, of in een heel hoofdelijke realiteit te gaan leven. Voor mij is die confrontatie met de realiteit heel moeilijk. De winters gaan nog. Maar de zomer met al die hittegolven en zo. Ja, ik kan er eigenlijk niet meer mee om. Allee, ik denk van fuck man, al die bomen die je nodig hebt zien sterven. Ik vind het al erg om te zeggen dat we bomen nodig hebben om de klimaatverandering tegen te gaan. Maar je ziet ze gewoon sterven. Je ziet de bomen gewoon sterven! In juli en augustus beginnen ze al hun bladeren te verliezen van de droogte. En ik weet niet altijd wat ik daarmee moet doen. Ik draag dat gevoel al heel lang mee. Ik denk dat ik rouwend geboren ben.

Marleen: Je hebt een hoge gevoeligheid voor wat verloren gaat. En daarom heb je dat mooie boek geschreven?

Collectief triestig zijn

Tine: Maar wat mij wel tegenhield om dat boek te schrijven, is dat er tegelijkertijd een heel zwaar discours is van moeten hoopvol en positief zijn, want anders gaan mensen triestig worden enzo. En dan denk ik van:

Laat ons eens triestig worden. Wat is het probleem met collectief triestig worden? Misschien moet dat gewoon eens keihard gebeuren? Maar wel collectief, en dat is, denk ik, nog een heel belangrijke zoektocht. Hoe verbinden we het verdriet dat we echt wel voelen met elkaar? Hoe doen we dat en hoe durven we dat? Want dat vergt veel moed.

Marleen: Dat verplichte positieve denken wordt een doekje of een medicijn of zoiets.

Tine: Opium

Marleen: We gaan positief blijven zodat we ervoor kunnen zorgen dat het toch nog aangenaam en gezellig blijft. En dan zeg jij: nee, nee, laten we toch naar de realiteit kijken zoals ze is. En laten we dat vooral samen doen. Want daar in je eentje staan is echt wel eenzaam.

Tine: Je in die realiteit alleen voelen staan is ondermijnend. Natuurlijk word je dan totaal wanhopig. Dat is de ervaring die ik wel heel diep heb bij de mooie warme zomers wanneer iedereen zo blij is. Voor mij is het echt oprecht moeilijk om die blijheid te delen. Maar ja, je wilt natuurlijk ook niet degene zijn die zegt: dat is niet normaal. Ik begrijp wel dat dit fijn is, maar we moeten ook wel blijven beseffen dat dit niet normaal is. Dat zorgt voor eenzaamheid. Als je altijd degene bent die moet denken van ja, ik vind het moeilijk om ervan te genieten. Dus vandaar het belang van dat collectief ervaren en dat is echt wel zoeken. Want wie spreekt zich uit? Wie durft dat thema op tafel leggen?

Marleen: En dat is wat jij doet, vanuit jouw verdriet heb je een blik die zoveel malen groter is dan de individuele blik. Als individu voel je de zon, ik voel ze hier op mijn benen, en dat doet deugd. En dan moet je telkens die oefening doen, die we in deze maatschappij wat afgeleerd hebben om naar het grotere geheel te kijken, niet alleen hier maar ook aan de andere kant van de wereld. En misschien ben jij met die vaardigheid geboren en sta je daar tochtig en alleen vooraan in de rij een weg te banen of zoiets. Is dat jouw pleidooi?

Tine: Ja, maar ik vind het ook moeilijk om een pleidooi te houden, omdat dat woord beladen klinkt. Je wordt al snel in een hoekje geduwd en afgeschilderd als de moeilijke. Dat ervaar ik al sinds mijn kindertijd. Daar hangt wel wat gewicht aan voor mij, voel ik. Maar tegelijkertijd kan ik niet anders. Ik moet zelf misschien nog gewoon aanvaarden dat ik moeilijk ben, voilà.

Marleen: En ik moet niet meegaan in die redenering.

Tine: Nee, nee, nee. Dus als je zegt pleidooi, dan voel ik onmiddellijk bij mezelf iets van: Ik wil eigenlijk de anderen niet overtuigen, ofzo.

Marleen: Mag ik het een beetje anders formuleren? Vanuit mijn perspectief ben ik dankbaar en gelukkig voor de plek die sommige mensen innemen, een plek waar ik misschien in dit leven nooit zal geraken. Dankbaar dat er mensen zijn die mijn ogen daarbij openhouden en die dat op een, zoals jij in jouw boek, bijzonder literaire, esthetische en schone manier doen. Met heel veel vormen van taal. Dat vind ik ook zo geweldig aan het hoofdstuk over de korenbloem, geschreven als een soort slam poetry. Als ik het verhaal van de korenbloem lees kan ik het met mijn verbeelding helemaal voorstellen hoe jij ergens op een podium dat verhaal door de micro staat te vertellen. Dat is een zuivere inspiratiebron voor mij.

Tine: Als je dat daarin kan vinden ben ik heel blij.

Marleen: Daarom wilde ik ook zo graag met jou spreken. Misschien is dat dan mijn pleidooi, vanuit mijn mildheid naar het menselijk gedrag, we zijn immers zo'n stuntelende wezens en we hebben zo'n natuurlijke aanleg tot weglopen van dingen die pijn doen, dat er dan een paar dappere mensen in de wereld toch op een moedige maar schurende plek gaan staan waar wij vanuit onze veilige plek naar kunnen kijken en niet weten dat we er ooit ook geraken.

Rouw brengt troost

Tine: Voor mij is dit echt een oefening in generositeit. Zonder dat ik het iemand individueel kwalijk neem, zijn het echt degenen die macht en geld hebben die een verantwoordelijkheid zouden moeten nemen. Dat is voor mij een andere categorie. Maar voor de rest is het eerder een uitnodiging van: wat doet het met jou als je dat probeert te doorvoelen? Maar niet alleen, want alleen mag je daar echt niet aan beginnen, dat is te zwaar om alleen te dragen. We hebben elkaar heel erg nodig om hiermee aan de slag te gaan.

Ik denk dat we pas troost kunnen ervaren wanneer we de rouw kunnen toelaten.

Om dit boek te kunnen schrijven heb ik wel wat moed nodig gehad. Ik ben nog nooit zo open of persoonlijk geweest in een boek en de korenbloem is voor mij het meest kwetsbare hoofdstuk. Ik neem daar een stijl aan die niet klassiek de mijne is. Ik vertel ook heel kort een beetje over ouder worden, terwijl ik eigenlijk dacht: ik sta erboven, ik heb helemaal geen problemen als ouder wordende vrouw, vind ik het vreselijk. En dat is ook rouw. Dat is nog een andere bijkomende rouwlaag die ik wel heel diep ervaren. Ouderen worden, hoe doe je dat? En hoe weinig handvatten krijgen wij om ouder te worden? Nu ben ik helemaal aan het afwijken, maar wees gerust, ik kom terug. Stel je de perimenopauze klachten voor. Het antwoord dat sommigen geven is: smeer een gel op je vel. En dan denk ik: nee, het heeft toch veel meer nodig? Zoveel vrouwen hebben hier last van of ervaren dit als een periode die je zo uit uw evenwicht brengt. Allee, wat is dit? Maar daar gaat het in het hoofdstuk van de korenbloem heel subtiel ook wel over. Ik heb zo lang getwijfeld om dat te schrijven. En ik breng dat live. Het is zo bijzonder dat het werkt. Dat is echt zo bijzonder. En dat spreekt aan.

Marleen: Ah ja, je brengt dat ook live?

Tine: Ja, ik breng dat live.

Het punt dat ik eigenlijk wil maken is als je je pijn en rouw vastpakt en er doorheen durft te gaan en er niet van wegloopt, dan komt troost heel snel. Dat vind ik wel heel magisch.

Marleen: Ja, ik hoor twee heel mooie dingen. Je benadrukt de hele tijd: doe het niet alleen. En daar voel ik ook wel een stukje troost in. Als je naar de pijn kijkt, maar je kijkt niet alleen, dan voel je mogelijk in het samen zijn al wat troost. We zijn dit samen aan het zien.

Tine: Dat werkje dat daar hangt van Käthe Kollwitz is daar een mooi voorbeeld van.

Marleen: En wat ook zo mooi is in wat je zegt is dat troost niet iets is dat je gaat halen maar eerder komt op het moment wanneer je de pijn erkent en er samen in durft te blijven staan. Het is geen beweging van: ik ga er naartoe, of ik smeer er een gelleke over, maar ik erken gewoon dat het er is. En als je het erkent komt er iets van zachtheid.

Tine: Ja, dat heb ik ervaren bij het schrijven van het boek en de ontmoetingen die ik daardoor heb gehad. Ik kan wel geen stappenplan geven. Dus het gaat echt over durven toelaten en vertrouwen. Dat is mijn rouw. Snap je? Ik ga niet zeggen dat dat ook werkt als je iemand verliest of als je een heel persoonlijke rouw doormaakt. Voor mij gaat het over de rouw die ik ervaar.

Marleen: Daar kom ik ook voor. Ik kom bij jou geen model halen dat dan een universeel sjabloon moet worden om dan op de wereld te gaan plakken.

….. en toen stopte plots de opname van ons gesprek, helaas. De hete lentezonnestralen brachten mijn telefoon in een noodtoestand waardoor die niet meer functioneerde.

Het gesprek ging wel nog even door.

In mijn herinnering kwamen er nog mooie verhalen over verbeelding als troost. Maar misschien is het ook goed om die verhalen daar te laten en ze te koesteren.

Dankjewel Tine, voor het mooie gesprek.


www.tinehens.be

Tine Hens (1974) is historicus, auteur en journalist voor Apache en Knack Focus. Ze schrijft vooral over de klimaatcrisis, het dramatische verlies van dieren, planten, paddenstoelen en over leven binnen de grenzen van deze planeet. Tine schreef de volgende boeken: Het klein verzet (2015), Het is allemaal de schuld van de Chinezen (2021), De wereld die wij delen (2022). In 2025 verscheen haar boek: Archief van mogelijk verlies.


Referentie:

Hens, T. (2025). Archief van mogelijk verlies. EPO.

Maarten Deckers

Grafisch vormgever uit Leuven met een zwak voor sterke verhalen. Vanuit mijn studio help ik sinds 2002 bezielde makers en ondernemers om hun visie helder en visueel te vertellen. Met liefde voor typografie en een scherp oog voor detail realiseerde ik al meer dan 400 boekontwerpen en talloze brand identities en websites. Ik denk graag strategisch met je mee om jouw verhaal te vertalen naar een ontwerp dat klopt tot in de kern.

Heb jij een verhaal dat een sterke vorm verdient?
Neem contact op, bekijk meer van mijn werk of volg mij op LinkedIn.


Specialisaties:
Grafisch ontwerp, boek- en omslagontwerp, huisstijl, logo, drukwerk, digitale communicatie & Squarespace websites.

Vorige
Vorige

Jan Mertens

Volgende
Volgende

Jowan Merckx